Kerninzicht ‘meetkundige eigenschappen’
De student kan (eenvoudige) meetkundige figuren (tweedimensionaal en driedimensionaal)
benoemen en duiden in meetkundige termen en begrippen. Hij kan bouwplaten,
(ruimtelijke) modellen, schaaltekeningen en grafieken maken en effecten van vergroting en
verkleining op omtrek, oppervlakte en inhoud verklaren en toepassen, waarbij de
kernbegrippen complementeren en om structureren zijn.
Kerninzicht: kinderen verwerven het inzicht dat je voorwerpen kunt onderscheiden met
behulp van hun meetkundige eigenschappen, zoals hoekpunten, lijnen en vlakken al of niet
regelmatig.
Bij het bouwen en knutselen, ofwel construeren, doen kinderen actief ervaring op met de
meetkundige eigenschappen van het materiaal.
Het is belangrijk dat kinderen meetkundige eigenschappen leert beschrijven. Hierdoor krijg
je inzicht in de ruimtelijke figuren.
zie op blz. 228 de bolletjes (moet je herkennen)
Voorbeeld SLO doelen meetkundige eigenschappen:
- Kinderen kennen namen van basisvormen met driehoeken, cirkels/rondjes en vierkantjes.
- Groeperen van voorwerpen op kenmerken zoals vorm.
Laat in de praktijk de kinderen de vormen benoemen/laten voelen/beschrijven.
Logiblok
De 4 eigenschappen van vormen (begrip checken):
- Vorm
- Kleur
- Dik en dun
- Groot en klein
Gelijkvormig = 2 driehoeken, de vorm is het zelfde maar grootte kan verschillen bijv.
Congruent = alle eigenschappen zijn hetzelfde
Wat is het voordeel van ICT? Je kunt bijv. grote gebouwen bouwen bij spelletjes zonder dat
deze omvalt. Geen goede motoriek nodig.
Waaraan herken je het kerninzicht meetkundige eigenschappen bij leerlingen?
- Gelijkvormigheid herkent.
- Congruentie kan aantonen.
- Een cirkel, driehoek, vierkant en rechthoek kan benoemen.
- Een ovaal, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, kubus, bol en balk kan benoemen.
- Bij een plaatje van een vierkant en een rechthoek het verschil kan aanwijzen en
verwoorden.
- Kan uitleggen wat het verschil is tussen een kubus en een balk.
- Meetkundige vormen goed kan benutten bij bouwen en knutselen.