Samenvatting ‘Psychopathologie’
Biopsychosociaal model en DSM
Psychopathologie
De leer van stoornissen, studie van geestespijn.
Vroeger werden mensen die psychiatrisch ziek zijn bestreden d.m.v. aderlating en hekserij. Nu zijn er
psychiatrische instellingen en hulp voor deze mensen.
Biopsychosociaal model
- Voor WO II:
1. Biologische benadering: wat speelt er in het lichaam, waardoor er een ziekte ontstaat?
2. Psychologische benadering: wat speelt er in de gedachten, waardoor er een ziekte ontstaat?
3. Sociale benadering: in hoeverre heeft de omgeving invloed op iemand met een ziekte?
- Na WO II:
Psychofarmaca: moderne medicamenten die bepaalde psychiatrische symptomen kunnen
bestrijden;
Technieken inzicht hersenen, cognitieve activiteiten;
Nieuwe therapie;
Antipsychiatrie: stroming vanuit hippie-gedachte. ‘Mensen kunnen zichzelf ontplooien en
zieken moeten in de maatschappij leven, zelfstandig zijn’;
De-institutionalisering;
Wetenschap.
DSM IV, DSM V
Handboek met allerlei lijsten van psychiatrische stoornissen en criteria die we daarbij vinden horen. Deze
handboeken worden gemaakt met verschillende regels, vragen:
- ‘Wanneer is iemand psychisch gestoord?’
1. ‘Wat vinden we normaal?’
2. ‘Wanneer mogen wij iemand psychisch gestoord noemen?’
Dit kunnen we bepalen met statistiek. Deze statistiek laat zien in hoeverre iemand afwijkend gedrag kan
vertonen.
Wanneer ben je volgens DSM IV, DSM V ‘gestoord’:
1. Abnormaal gedrag: gedrag dat afwijkt van sociale norm;
2. Brengt ongemak of lijden bij betrokkene en omgeving;
3. Gedrag is ook bij anderen vastgesteld en binnen psychiatrische kader beschreven.
Vroeger stond ook in deze boeken dat homoseksualiteit een ziekte en abnormaal was.
DSM IV
Vijf assen (stoornissen):
1. Klinisch;
2. Persoonlijkheid: stoornissen die je je hele leven bij je draagt, met enkele variatie;
3. Lichamelijke ziekten, aandoeningen: dingen die arts, psychiater onderzoekt, om die factoren bij te
houden. Deze zijn namelijk van belang bij een psychiatrisch beeld van iemand;
4. Psychosociale moeilijkheden, omgevingsproblemen: huwelijksproblemen, schulden, vriendloosheid
etc.;
5. Niveau functioneren: algemeen.
DSM V
- Geen onderscheid assen;
- Ernst: licht matig ernstig;
Biopsychosociaal model en DSM
Psychopathologie
De leer van stoornissen, studie van geestespijn.
Vroeger werden mensen die psychiatrisch ziek zijn bestreden d.m.v. aderlating en hekserij. Nu zijn er
psychiatrische instellingen en hulp voor deze mensen.
Biopsychosociaal model
- Voor WO II:
1. Biologische benadering: wat speelt er in het lichaam, waardoor er een ziekte ontstaat?
2. Psychologische benadering: wat speelt er in de gedachten, waardoor er een ziekte ontstaat?
3. Sociale benadering: in hoeverre heeft de omgeving invloed op iemand met een ziekte?
- Na WO II:
Psychofarmaca: moderne medicamenten die bepaalde psychiatrische symptomen kunnen
bestrijden;
Technieken inzicht hersenen, cognitieve activiteiten;
Nieuwe therapie;
Antipsychiatrie: stroming vanuit hippie-gedachte. ‘Mensen kunnen zichzelf ontplooien en
zieken moeten in de maatschappij leven, zelfstandig zijn’;
De-institutionalisering;
Wetenschap.
DSM IV, DSM V
Handboek met allerlei lijsten van psychiatrische stoornissen en criteria die we daarbij vinden horen. Deze
handboeken worden gemaakt met verschillende regels, vragen:
- ‘Wanneer is iemand psychisch gestoord?’
1. ‘Wat vinden we normaal?’
2. ‘Wanneer mogen wij iemand psychisch gestoord noemen?’
Dit kunnen we bepalen met statistiek. Deze statistiek laat zien in hoeverre iemand afwijkend gedrag kan
vertonen.
Wanneer ben je volgens DSM IV, DSM V ‘gestoord’:
1. Abnormaal gedrag: gedrag dat afwijkt van sociale norm;
2. Brengt ongemak of lijden bij betrokkene en omgeving;
3. Gedrag is ook bij anderen vastgesteld en binnen psychiatrische kader beschreven.
Vroeger stond ook in deze boeken dat homoseksualiteit een ziekte en abnormaal was.
DSM IV
Vijf assen (stoornissen):
1. Klinisch;
2. Persoonlijkheid: stoornissen die je je hele leven bij je draagt, met enkele variatie;
3. Lichamelijke ziekten, aandoeningen: dingen die arts, psychiater onderzoekt, om die factoren bij te
houden. Deze zijn namelijk van belang bij een psychiatrisch beeld van iemand;
4. Psychosociale moeilijkheden, omgevingsproblemen: huwelijksproblemen, schulden, vriendloosheid
etc.;
5. Niveau functioneren: algemeen.
DSM V
- Geen onderscheid assen;
- Ernst: licht matig ernstig;