Culturele sensitiviteit
What is patient safety culture
Psychische ongezondheid is een belangrijk volksgezondheidsprobleem. In de jaren ’90 waren
psychische stoornissen verantwoordelijk voor 40% van de ziektelast (ziektejaarequivalent), 33% van
het ziekte verzuim en arbeidsongeschiktheid, en voor 23% van de directe kosten van de
gezondheidszorg. Kennis over determinanten van psychische (on)gezondheid is een voorwaarde
voor primaire preventie. Psychische stoornissen zijn vormen van abnormaal gedrag, waartoe niet
alleen het waarneembaar handelen van mensen, maar ook de door hen gerapporteerde belevingen,
gevoelens en gedachten behoren. Psychische stoornissen kunnen opgevat worden als het gevolg van
ontregelingen van de psychologische functies, zoals denken, emotionaliteit, motivatie,
agressieregulatie, perceptie en geheugen.
Determinanten zijn factoren die, direct of indirect, de prevalentie van ongezondheid in de bevolking
beïnvloeden. Net als bij veel somatische functies, zoals bloeddrukregulatie en respiratie, bestaat er
een karakteristiek individueel niveau van psychische gezondheid. Verschillen in symptoomniveaus
tussen personen zijn toe te schrijven aan verschillen in hun psychobiologische kenmerken en sociale
en fysieke omgeving. Anders gezegd: iemands ‘normale’ symptoomniveau weerspiegelt zijn
psychobiologische en sociale kwetsbaarheid. Het zijn vooral stressvolle gebeurtenissen, de
‘levensgebeurtenissen’ die bij kwetsbare personen tot psychische stoornissen kunnen leiden.
Betekenisverlening is het relateren van een gebeurtenis aan de persoonlijke waarden en behoeften.
Het vermogen wordt ingeschat om adequaat met gebeurtenissen om te gaan. Het coping-proces
refereert aan hoe iemand daadwerkelijk omgaat met gebeurtenissen en hun gevolgen, in emotioneel,
cognitief en gedragsmatig opzicht. Coping kan adequaat zijn (de bedreiging wordt geneutraliseerd),
inadequaat (psychische problemen kunnen ontstaan), of – hoewel ogenschijnlijk adequaat – risicovol
zijn. Probleemgerichte coping (actiegericht) is meer adaptief als de situatie voor beïnvloeding
vatbaar is. Emotiegerichte coping (afstand nemen, verwerken, negeren) is meer adaptief in situaties
die niet te veranderen zijn. Kenmerkend voor het dynamische stresskwetsbaarheidmodel is niet
1
What is patient safety culture
Psychische ongezondheid is een belangrijk volksgezondheidsprobleem. In de jaren ’90 waren
psychische stoornissen verantwoordelijk voor 40% van de ziektelast (ziektejaarequivalent), 33% van
het ziekte verzuim en arbeidsongeschiktheid, en voor 23% van de directe kosten van de
gezondheidszorg. Kennis over determinanten van psychische (on)gezondheid is een voorwaarde
voor primaire preventie. Psychische stoornissen zijn vormen van abnormaal gedrag, waartoe niet
alleen het waarneembaar handelen van mensen, maar ook de door hen gerapporteerde belevingen,
gevoelens en gedachten behoren. Psychische stoornissen kunnen opgevat worden als het gevolg van
ontregelingen van de psychologische functies, zoals denken, emotionaliteit, motivatie,
agressieregulatie, perceptie en geheugen.
Determinanten zijn factoren die, direct of indirect, de prevalentie van ongezondheid in de bevolking
beïnvloeden. Net als bij veel somatische functies, zoals bloeddrukregulatie en respiratie, bestaat er
een karakteristiek individueel niveau van psychische gezondheid. Verschillen in symptoomniveaus
tussen personen zijn toe te schrijven aan verschillen in hun psychobiologische kenmerken en sociale
en fysieke omgeving. Anders gezegd: iemands ‘normale’ symptoomniveau weerspiegelt zijn
psychobiologische en sociale kwetsbaarheid. Het zijn vooral stressvolle gebeurtenissen, de
‘levensgebeurtenissen’ die bij kwetsbare personen tot psychische stoornissen kunnen leiden.
Betekenisverlening is het relateren van een gebeurtenis aan de persoonlijke waarden en behoeften.
Het vermogen wordt ingeschat om adequaat met gebeurtenissen om te gaan. Het coping-proces
refereert aan hoe iemand daadwerkelijk omgaat met gebeurtenissen en hun gevolgen, in emotioneel,
cognitief en gedragsmatig opzicht. Coping kan adequaat zijn (de bedreiging wordt geneutraliseerd),
inadequaat (psychische problemen kunnen ontstaan), of – hoewel ogenschijnlijk adequaat – risicovol
zijn. Probleemgerichte coping (actiegericht) is meer adaptief als de situatie voor beïnvloeding
vatbaar is. Emotiegerichte coping (afstand nemen, verwerken, negeren) is meer adaptief in situaties
die niet te veranderen zijn. Kenmerkend voor het dynamische stresskwetsbaarheidmodel is niet
1