Oncologie, handboek voor verpleegkundigen en andere
zorgverleners.
Hoofdstuk 10: Immuno- en targeted therapie, P. 199-125
10.1 Inleiding
- Kankercellen kunnen door immuunsysteem worden opgeruimd, maar kunnen ook
overlevingsstrategieën ontwikkelen om hieraan te ontsnappen en te groeien en
vermenigvuldigen.
10.2 Genetica
- Leer van erfelijkheid: wetenschap van erfelijk overdraagbare menselijke eigenschappen.
- 1953: ontdekking DNA (desoxyribonucleïnezuur).
- DNA in menselijke celkern: 22.000 genen die op chromosomen zitten.
- Door complexe processen: genen getransformeerd tot eiwitten & enzymen noodzakelijk voor
lichaamsfuncties.
- Genetische informatie overdragen aan andere cellen: mitose en meiose (celdeling en reproductie
erfelijkheid).
10.2.1 Relatie tussen genetica en kanker
- >4000 ziekten ontstaan tgv genetische veranderingen.
- Regelgenen: klein gedeelte genen, sturen gedrag aan van een cel (oa deling & functie).
- Mutatie in deze genen = normaal celgedrag verstoord (interne en externe factoren).
- Genen veranderen & gewone cellen worden kankercellen = aanmaak andere eiwitten en
enzymen.
- Tumoreiwit = veranderd eiwit, komt tot expressie op de celmembraan = tumorantigeen >
kankerellen worden mogelijk herkenbaar voor immuunsysteem.
- Tumormarkers: vrijgekomen tumorantigenen in het bloed.
10.3 Immunologie
- Immunologie: wetenschap die de biologie van het immuunsysteem bestudeerd.
- Onderzoek heeft relatie immuunsysteem, immuunrespons (afweer) en kanker aangetoond.
10.4 Het immuunsysteem
- Netwerk tussen gespecialiseerde organen, cellen en celproducten > interactie hiertussen
beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde stoffen (vreemde micro-organismen en
lichaamseigen veranderende cellen) door hierop te reageren.
Kan ook reageren op bepaalde (lichaamsvreemde) eiwitten.
- Alle cellen hebben antigenen (karakteristieken) op hun celmembraan (celoppervlak), worden
door afweersysteem herkend als lichaamseigen, lichaamsvreemd of veranderd lichaamseigen.
Herkenning lichaamseigen: systeem niet gestimuleerd om te reageren.
Lichaamsvreemde of veranderde lichaamseigen: gestimuleerd om immuunrespons op gang
te brengen en stoffen te vernietigen.
- 3 stappen bij de afweerreactie van belang:
Herkenning antigenen als lichaamsvreemd of lichaamseigen;
Mobiliseren van afweer tegen lichaamsvreemde antigenen;
Feitelijke vernietiging van dit antigeen (of de dragende cel).
10.4.1 Organen van het immuunsysteem
- Bestaan uit lymfoïd weefsel.
Thymus, milt, plaques van Peyer in de darm, alle lymfeklieren, tonsillen en beenmerg.
, Reservoir voor leukocyten, in het bijzonder lymfocyten.
- Alle organen in verbinding mbv lymfevaten en bloedvaten > alle immuun cellen snel van ene
naar andere orgaan.
- Lymfeklieren: samenkomen lymfe- en bloedvaten: voortdurende filtering lymfe en bloed +
opruimen lichaamsvreemde stoffen.
- Immuunrespons: leukocyten (geproduceerd in ‘tijden van nood’) worden vermenigvuldigd -
vooral de lymfocyten – en via de bloedbaan zoeken ze naar de ‘besmetting’ en proberen deze
onder controle te krijgen.
10.4.2 Cellen van het immuunsysteem
- Omvatten alle leukocyten.
- Oorsprong leukocyten in pluripotente stamcel in beenmerg.
- Hematopoëse: ontwikkeling stamcel naar bloedcel.
- Stamcellen vermenigvuldigen en rijpen uit tot 2 soorten voorlopercellen: myeloïde en lymfoïde
voorlopercellen.
- Myeloïde voorlopercellen vermenigvuldigen en rijpen verder uit tot granulocyten en monocyten.
Granulocyten: bestaan uit basofielen/mestcellen, eosinofielen en neutrofielen.
Primaire rol: bestrijden bacteriële infecties.
Eosinofielen en basofielen/mestcellen: rol bij allergische reacties.
Monocyten: uit beenmerg, rijpen in weefsels uit tot macrofagen en dendritische cellen > in
staat antigenen te presenteren.
Macrofagen: ook cellen/celproducten opruimen en lichaamsvreemde cellen doden
zonder bijkomende noodzaak van antigeenherkenning.
- Lymfoïde voorlopercellen vermenigvuldigen en rijpen uit tot B-lymfocyten, T-lymfocyten en NK-
cellen (naturalkillercellen).
B-lymfocyten: maken na differentiatie tot plasmacellen antilichamen aan specifiek voor
antigenen > vernietigen lichaamsvreemde stoffen.
Behoren tot verworven immuunsyteem.
Aanmaak antilichamen = humorale immuniteit.
T-lymfocyten: behoren tot verworven immuunsysteem:
T-helpercellen: brengen na presentatie antigeen (door macrogaaf/dendritische cel)
immuunrespons op gang door oa cytokinen te produceren.
T-regulatoire cellen: in staat om proces van immuunrespons te dempen of stoppen.
Cytotoxische T-cellen: gericht op tumorspecifieke antigenen & virusgeïnfecteerde cellen.
Aanmaak en vernietiging door deze cellen = cellulaire immuniteit: ene cel vernietigd
andere.
NK-cellen: in staat om breed scala aan afwijkende cellen te doden.
A-specifieke killercellen gericht op virusgeïnfecteerde cellen en tumorcellen.
Behoren tot aangeboren immuunsysteem.
10.4.3 Celproducten van het immuunsysteem
- Cytokinen: bij productie zorgen ze voor aanmaak en uitrijping lymfocyten, sturen aantal
immuunprocessen aan.
Signaalfunctie voor cellen en organen van immuunsysteem, doel: immuunrespons op gang
brengen tegen lichaamsvreemde stoffen.
Leukocyten door hele lichaam verspreid > in ‘tijden van nood’ cytokinen geproduceerd in elk
orgaan(systeem) van het lichaam > bij aanmaak grotere hoeveelheden cytokinen
verschillende orgaanfuncties verstoord > bijwerkingen.
- Cytokinen bestaan uit interferonen, interleukinen, tumornecrosefactor (TNF) en
hematopoëtische groeifactoren.
Cellen, organen en cytokinen zorgen voor immuniteit en verdediging tegen lichaamsvreemde
stoffen.
zorgverleners.
Hoofdstuk 10: Immuno- en targeted therapie, P. 199-125
10.1 Inleiding
- Kankercellen kunnen door immuunsysteem worden opgeruimd, maar kunnen ook
overlevingsstrategieën ontwikkelen om hieraan te ontsnappen en te groeien en
vermenigvuldigen.
10.2 Genetica
- Leer van erfelijkheid: wetenschap van erfelijk overdraagbare menselijke eigenschappen.
- 1953: ontdekking DNA (desoxyribonucleïnezuur).
- DNA in menselijke celkern: 22.000 genen die op chromosomen zitten.
- Door complexe processen: genen getransformeerd tot eiwitten & enzymen noodzakelijk voor
lichaamsfuncties.
- Genetische informatie overdragen aan andere cellen: mitose en meiose (celdeling en reproductie
erfelijkheid).
10.2.1 Relatie tussen genetica en kanker
- >4000 ziekten ontstaan tgv genetische veranderingen.
- Regelgenen: klein gedeelte genen, sturen gedrag aan van een cel (oa deling & functie).
- Mutatie in deze genen = normaal celgedrag verstoord (interne en externe factoren).
- Genen veranderen & gewone cellen worden kankercellen = aanmaak andere eiwitten en
enzymen.
- Tumoreiwit = veranderd eiwit, komt tot expressie op de celmembraan = tumorantigeen >
kankerellen worden mogelijk herkenbaar voor immuunsysteem.
- Tumormarkers: vrijgekomen tumorantigenen in het bloed.
10.3 Immunologie
- Immunologie: wetenschap die de biologie van het immuunsysteem bestudeerd.
- Onderzoek heeft relatie immuunsysteem, immuunrespons (afweer) en kanker aangetoond.
10.4 Het immuunsysteem
- Netwerk tussen gespecialiseerde organen, cellen en celproducten > interactie hiertussen
beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde stoffen (vreemde micro-organismen en
lichaamseigen veranderende cellen) door hierop te reageren.
Kan ook reageren op bepaalde (lichaamsvreemde) eiwitten.
- Alle cellen hebben antigenen (karakteristieken) op hun celmembraan (celoppervlak), worden
door afweersysteem herkend als lichaamseigen, lichaamsvreemd of veranderd lichaamseigen.
Herkenning lichaamseigen: systeem niet gestimuleerd om te reageren.
Lichaamsvreemde of veranderde lichaamseigen: gestimuleerd om immuunrespons op gang
te brengen en stoffen te vernietigen.
- 3 stappen bij de afweerreactie van belang:
Herkenning antigenen als lichaamsvreemd of lichaamseigen;
Mobiliseren van afweer tegen lichaamsvreemde antigenen;
Feitelijke vernietiging van dit antigeen (of de dragende cel).
10.4.1 Organen van het immuunsysteem
- Bestaan uit lymfoïd weefsel.
Thymus, milt, plaques van Peyer in de darm, alle lymfeklieren, tonsillen en beenmerg.
, Reservoir voor leukocyten, in het bijzonder lymfocyten.
- Alle organen in verbinding mbv lymfevaten en bloedvaten > alle immuun cellen snel van ene
naar andere orgaan.
- Lymfeklieren: samenkomen lymfe- en bloedvaten: voortdurende filtering lymfe en bloed +
opruimen lichaamsvreemde stoffen.
- Immuunrespons: leukocyten (geproduceerd in ‘tijden van nood’) worden vermenigvuldigd -
vooral de lymfocyten – en via de bloedbaan zoeken ze naar de ‘besmetting’ en proberen deze
onder controle te krijgen.
10.4.2 Cellen van het immuunsysteem
- Omvatten alle leukocyten.
- Oorsprong leukocyten in pluripotente stamcel in beenmerg.
- Hematopoëse: ontwikkeling stamcel naar bloedcel.
- Stamcellen vermenigvuldigen en rijpen uit tot 2 soorten voorlopercellen: myeloïde en lymfoïde
voorlopercellen.
- Myeloïde voorlopercellen vermenigvuldigen en rijpen verder uit tot granulocyten en monocyten.
Granulocyten: bestaan uit basofielen/mestcellen, eosinofielen en neutrofielen.
Primaire rol: bestrijden bacteriële infecties.
Eosinofielen en basofielen/mestcellen: rol bij allergische reacties.
Monocyten: uit beenmerg, rijpen in weefsels uit tot macrofagen en dendritische cellen > in
staat antigenen te presenteren.
Macrofagen: ook cellen/celproducten opruimen en lichaamsvreemde cellen doden
zonder bijkomende noodzaak van antigeenherkenning.
- Lymfoïde voorlopercellen vermenigvuldigen en rijpen uit tot B-lymfocyten, T-lymfocyten en NK-
cellen (naturalkillercellen).
B-lymfocyten: maken na differentiatie tot plasmacellen antilichamen aan specifiek voor
antigenen > vernietigen lichaamsvreemde stoffen.
Behoren tot verworven immuunsyteem.
Aanmaak antilichamen = humorale immuniteit.
T-lymfocyten: behoren tot verworven immuunsysteem:
T-helpercellen: brengen na presentatie antigeen (door macrogaaf/dendritische cel)
immuunrespons op gang door oa cytokinen te produceren.
T-regulatoire cellen: in staat om proces van immuunrespons te dempen of stoppen.
Cytotoxische T-cellen: gericht op tumorspecifieke antigenen & virusgeïnfecteerde cellen.
Aanmaak en vernietiging door deze cellen = cellulaire immuniteit: ene cel vernietigd
andere.
NK-cellen: in staat om breed scala aan afwijkende cellen te doden.
A-specifieke killercellen gericht op virusgeïnfecteerde cellen en tumorcellen.
Behoren tot aangeboren immuunsysteem.
10.4.3 Celproducten van het immuunsysteem
- Cytokinen: bij productie zorgen ze voor aanmaak en uitrijping lymfocyten, sturen aantal
immuunprocessen aan.
Signaalfunctie voor cellen en organen van immuunsysteem, doel: immuunrespons op gang
brengen tegen lichaamsvreemde stoffen.
Leukocyten door hele lichaam verspreid > in ‘tijden van nood’ cytokinen geproduceerd in elk
orgaan(systeem) van het lichaam > bij aanmaak grotere hoeveelheden cytokinen
verschillende orgaanfuncties verstoord > bijwerkingen.
- Cytokinen bestaan uit interferonen, interleukinen, tumornecrosefactor (TNF) en
hematopoëtische groeifactoren.
Cellen, organen en cytokinen zorgen voor immuniteit en verdediging tegen lichaamsvreemde
stoffen.