lOMoAR cPSD| 22218783
Tijdlijn met sleutelontdekkingen rond Crispr-Cas
1987 - Japanse onderzoekers ontdekken rare palindrome-nucleotidesequenties in E. coli
(Journal of Bacteriology, 1987).
1993 - De Spaanse microbioloog Francisco Mojica vindt Short regulary spaced repeats (Srsr)
in de archaea Haloferax mediterranei en H. volcanii ( Molecular Microbiology, 1993 ).
2002 - De Utrechtse bioinformaticus Ruud Jansen hernoemt dna-herhalingen in prokaryoten
Clustered Regulary Interspaced Palindromic Repeats (Crispr) (Molecular Microbiology ,
2002 ).
2005 - Mojica ontdekt associaties tussen Crispr’s en virus-dna en veronderstelt dat ze
onderdeel zijn van een adaptief immuunsysteem in microben. (Journal of Molecular
Evolution, 2005 ).
2006 - De Russisch-Amerikaanse evolutie- en genoombioloog Eugene Koonin ontwikkelt
een hypothetisch schema voor de werking van Crispr’s ( Biology Direct , 2006 ).
2007 - Franse en Canadese onderzoeksgroepen tonen experimenteel aan dat Streptococcus
thermophilus virusresistentie verkrijgt dankzij specifieke Crispr’s en rapporteren de vondst
van een groot eiwit met nuclease-activiteit (nu: Cas9) en van een vast sequentiepatroon voor
herkenning (nu: PAM) ( Science, 2007 ).
2008 - De Wageningse microbiologen John van der Oost en Stan Brouns karakteriseren vijf
Cas-eiwitten – het Cascade-complex – en het Cas3-gen in E. coli die samen zorgen voor het
knippen van rna dat is overgeschreven uit het Crispr-archief en vervolgens waarschijnlijk het
bijpassende virus-dna uitschakelen. Ook tonen ze voor het eerst aan dat met design-Crispr
heel specifiek elk gewenst dna kan worden aangevallen ( Science , 2008 en Bionieuws 14,
2008).
-Onderzoekers uit Chicago bevestigen dat Crispr een programmeerbaar restrictie-enzym is dat
zich richt op dna en voorspellen de bruikbaarheid voor genoomredigeren (hun patentaanvraag
strandt op te weinig experimentele onderbouwing) The next key piece in understanding the
mechanism of interference came from Marraffini and Sontheimer, who elegantly
demonstrated that the target molecule is DNA, not RNA (Marraffini and Sontheimer, 2008)
(Science, 2008) .
Tijdlijn met sleutelontdekkingen rond Crispr-Cas
1987 - Japanse onderzoekers ontdekken rare palindrome-nucleotidesequenties in E. coli
(Journal of Bacteriology, 1987).
1993 - De Spaanse microbioloog Francisco Mojica vindt Short regulary spaced repeats (Srsr)
in de archaea Haloferax mediterranei en H. volcanii ( Molecular Microbiology, 1993 ).
2002 - De Utrechtse bioinformaticus Ruud Jansen hernoemt dna-herhalingen in prokaryoten
Clustered Regulary Interspaced Palindromic Repeats (Crispr) (Molecular Microbiology ,
2002 ).
2005 - Mojica ontdekt associaties tussen Crispr’s en virus-dna en veronderstelt dat ze
onderdeel zijn van een adaptief immuunsysteem in microben. (Journal of Molecular
Evolution, 2005 ).
2006 - De Russisch-Amerikaanse evolutie- en genoombioloog Eugene Koonin ontwikkelt
een hypothetisch schema voor de werking van Crispr’s ( Biology Direct , 2006 ).
2007 - Franse en Canadese onderzoeksgroepen tonen experimenteel aan dat Streptococcus
thermophilus virusresistentie verkrijgt dankzij specifieke Crispr’s en rapporteren de vondst
van een groot eiwit met nuclease-activiteit (nu: Cas9) en van een vast sequentiepatroon voor
herkenning (nu: PAM) ( Science, 2007 ).
2008 - De Wageningse microbiologen John van der Oost en Stan Brouns karakteriseren vijf
Cas-eiwitten – het Cascade-complex – en het Cas3-gen in E. coli die samen zorgen voor het
knippen van rna dat is overgeschreven uit het Crispr-archief en vervolgens waarschijnlijk het
bijpassende virus-dna uitschakelen. Ook tonen ze voor het eerst aan dat met design-Crispr
heel specifiek elk gewenst dna kan worden aangevallen ( Science , 2008 en Bionieuws 14,
2008).
-Onderzoekers uit Chicago bevestigen dat Crispr een programmeerbaar restrictie-enzym is dat
zich richt op dna en voorspellen de bruikbaarheid voor genoomredigeren (hun patentaanvraag
strandt op te weinig experimentele onderbouwing) The next key piece in understanding the
mechanism of interference came from Marraffini and Sontheimer, who elegantly
demonstrated that the target molecule is DNA, not RNA (Marraffini and Sontheimer, 2008)
(Science, 2008) .