Kenmerkende Aspecten
★ 31 | De industriële revolutie en het ontstaan van de industriële samenleving in de
westerse wereld. (7.1)
oorzaken 1. Engelse economische groei (vanaf 1750)
● stijgende landbouwproductie
● snelle bevolkingsgroei
● koloniën in Azië en Afrika produceren meer goedkopere grondstoffen
2. ontwikkelingen in textielproductie
3. stoommachine
gevolgen 1. Mijnbouw en ijzerindustrie werden belangrijk in economie
2. kleine dorpjes en stadjes groeiden uit tot grote fabriekssteden
3. kanalen en spoorwegen aangelegd
4. arbeidersklasse
5. economisch liberalisme
6. stakingen door beroerde werk- en leefomstandigheden
personen Adam Smith = grondlegger van economisch liberalisme
jaartallen 1750 de industriële revolutie in Groot-Brittannië kwam op gang.
1782: James Watt had stoommachine verbeterd waardoor deze op grote
schaal kon worden ingezet in (textiel)fabrieken.
1835: Britse gilden werden afgeschaft
begrippen Industriële revolutie
Industriële samenleving
Textielproductie
Arbeidersklasse
Huisnijverheid
★ 32 | Discussies over de ‘sociale kwestie’. (8.2)
oorzaken 1. Industrialisatie leidde tot sociale problemen: slechte werk- en
leefomstandigheden voor arbeiders
2. grote verschil tussen rijke fabrieksdirecteuren en arme fabrieksarbeiders
gevolgen sociale kwestie = probleem van armoede en slechte leefomstandigheden
onder arbeiders
1. liefdadigheid
2. vakbonden
3. socialisme en sociaaldemocratie
4. communisme
einde 19e eeuw: kinderarbeid verboden en onderwijs, volksgezondheid,
volkshuisvesting verbeterd en meer mensen hadden kiesrecht
, personen Karl Marx (communisme): vreedzame oplossing is niet mogelijk
jaartallen -
begrippen socialisme = beweging die zich inzette voor een meer structurele
verbetering van arbeider
sociaaldemocratie = stelden hun hoop op het parlement en streefden naar
kiesrecht voor iedereen
democratisering = uitbreiding kiesrecht
★ 33 | Het modern imperialisme dat verband hield met de industrialisatie. (7.3)
oorzaken: 1. goedkope manier om aan grondstoffen en afzetmarkten te komen
2. politiek en militair aanzien (nationalisme)
3. christelijk geloof en Europese beschaving verspreiden
● veroveringen werden makkelijker door technologische en
wetenschappelijke vindingen
gevolgen: politiek gevolgen
1. Europese politieke machthebbers
● indirect bestuur
● direct bestuur
economisch gevolgen
2. koloniën moesten bijdragen aan economische activiteiten
● cultuurstelsel in Nederlands-Indië
sociale gevolgen:
3. deel van inheemse bevolking ingeschakeld in bestuur en leger
→ onderlinge tegenstellingen
4. conflicten doordat volken uit elkaar getrokken werden
5. koloniën profiteerde van spoorwegen en (water)wegen
6. koloniën leerde lezen en schrijven en gezondheidszorg verbeterde
personen -
jaartallen 1830: invoering cultuurstelsel in Nederlands-Indië
vanaf 1870: race tussen West-Europese landen om zo snel mogelijk
grootste imperium op te bouwen
1884-1885: onderverdeling van Afrika
begrippen Modern imperialisme = kolonisatie in Azië en Afrika door Europese landen
in 19e eeuw, voor nieuwe grondstoffen en afzetmarkten
Indirect bestuur = orders gingen via inlandse vorsten en bestuurders die op
hun plaatsen bleven.
Direct bestuur = orders gingen direct naar bevolking
Cultuurstelsel = bevolking van Nederlands-Indië moest voortaan koffie,
thee, suiker en indigo voor wereldmarkt produceren.