Criteria woord:
- klankvorm : minimaal 1 klinker/ vocaal
- syntactisch : kunnen op verschillende plaatsen in de zin voorkomen of vrijelijk
gecombineerd worden met andere woorden.
- Inhoudswoorden hebben een duidelijk te omschrijven betekenis
Clitisch = woorden die niet zelfstandig de klemtoon dragen maar leunen tegen een ander
woord
Meeste woorden zij arbitrair = relatie vorm – betekenis is willekeurig
Conventioneel = sociale afspraak om een bepaald woord te gebruiken voor een bepaalde
betekenis
Iconisch = niet arbitrair = niet gebaseerd op betekenis
Woordverdeling ahv functie:
- inhoudswoorden = lexicale woorden = hebben eigen zelfstandige betekenis, ze
vormen de kern van de betekenis van een zin. Dit is een open klasse (kunnen
uitgebreid worden)
- functiewoorden = grammaticale woorden = cement om lexicale woorden te verbinden.
Dit is een gesloten klasse.
Taalverwervers (knd en 2de taal) gebruiken eerst de telegramstijl = voornamelijk lexicale
woorden
Lexicale woorden kunnen makkelijk uit een andere taal ontleend worden.
Lexicon van een taal = verzameling woorden van die taal
• praktisch lexicon = soort woordenboek met eigenschappen van die woorden.
- moeilijk door veranderende woordenschat en betekenis staat niet vast maar hangt af
van hoe deze door het volk gebruikt wordt.
- lemma = woord met meerdere betekenis in lexicon
- eentalig woordenboek geeft vaak verwijzingen van het ene naar het andere woord
- etymologisch = oorsprong van woorden. kennis niet nodig om goed te gebruiken
maar ondersteunt het begrip wel.
- tweetalige woordenboeken
- frequentiewoordenboeken = hoe vaak het woord in bepaalde soorten teksten
voorkomt. het geheel van teksten = corpus.
- thesaurus = groepeert begripsmatig, geeft synoniemen en alternatieven
- concordantie = alle vindplaatsen van een woord met een stukje context
- retrograde woordenboek = op alfabet maar dan woord van achter naar voren
- beeldwoordenboek = afbeeldingen, vaak op inhoud gegroepeerd
- lexicografie = het samenstellen van woordenboeken
• theoretisch lexicon = woordenboeken met grammaticale info
- alle eigenschappen die niet via regels afgeleid kunnen worden. zoals woorden die
onregelmatig vervoegd worden staan erin
- accentpatroon
semantiek = betekenisleer = wetenschap betekenis woorden
polysemie = woord met meerdere met elkaar samenhangende betekenissen
homoniem = 1 woord met verschillende betekenissen
, ambiguïteit = meerduidigheid, door polysemie en homonymie
woordverdeling ahv betekenis = semantische relaties
- hyponomie = betekenisonderschikking, het ene is een soort van het andere
- antonymie = betekenistegenstelling
- synonymie = betekenisidentiteit = zelfde betekenis
denotatie = hetgeen je er mee aan kunt duiden
connotatie = gevoelswaarde, stilistische waarde, sociale betekenis. een goed connotatie
zorgt voor pragmatische gepastheid.
taalontwikkelingstoornis / afasie / 2de taalverwervers kiezen vaak voor het meest algemene
woord.
parafrase = een omschrijving
betekenisbeschrijving
• traditioneel uit woordenboek = omschrijven in andere woorden van die taal
- zijn vaak circulair = naar elkaar verwijzend
- komen uiteindelijk uit bij woorden die verder niet te omschrijven zijn
- is vaak moeilijk om betekenis in woorden uit te drukken
• semantische kenmerken (opdelen)
H12 woordvorming
gelede woorden = interne geleding = meerdere delen
ongelede woorden = niet op te splitsen = de kern
meervoudig geleed = meer dan twee delen (bv on-denk-baar)
morfologie = woordvormingsleer = het deel van de taalwetenschap die gaat over de opbouw/
vorming van woorden.
morfemen = de kleinste betekenisdragende elementen
functies morfologie
• uitbreiding woordenschat = afleiden van bestaande woorden voor nieuwe woorden.
- volwassene heeft zo'n 60.000 gelede en ongelede woorden in woordenschat
- woorden bestaan meestal uit combi van kleinere onderdelen functies daarvan :
- klankcombinaties worden efficiënter gebruikt
- makkelijker te onthouden, betekenisrelatie is ook vormrelatie
- derivatie = afleiding = lexicaal element verbinden met een niet-lexicaal element.
- samenstellingen = twee lexicale elementen samengevoegd
• flexie = buiging = inpassen van bestaande woorden in grammaticale structuur
derivatie beperkingen :
morfologisch : adjectiva op –ig alleen bij ongelede woorden (bv wel groenig maar niet
zeegroenig)
lexicaal : als er al een ander basiswoord beschikbaar is mag je niet afleiden (bv steler)
dus eerst in lexicon kijken of er een ander woord bestaat, dan pas af gaan leiden
fonologisch : woord mag niet met twee voorvoegsels met een stomme schwa beginnen
woordklassen: alleen verandering van woordklasse bij woorden die tot de open klasse horen
(verba, adjectiva, nomen). Adverbia soms maar bijna niet.