een introductie
Oefenvragen over colleges 1-7
1. Casus kindermishandeling
Je bent manager van een kinderopvanglocatie. Gisteren is één van
de leidsters bij je gekomen om te spreken over een kind over wie ze
zich zorgen maakt. Ze heeft haar zorgen ook op papier gezet. Het
gaat om een meisje, Janneke, van 2 jaar. Ze lijkt de laatste tijd ’s
ochtends vaak nog heel moe te zijn en ziet er mager uit. Verder is
ze vaak agressief tegen de andere kinderen en tegen de leidsters.
Het is de leidster opgevallen dat moeder nauwelijks lacht of tegen
Janneke spreekt als ze haar ’s middags komt ophalen. Moeder ziet
er zelf ook vermoeid uit.
De ouders van Janneke zijn een paar maanden geleden gescheiden.
Janneke woont bij haar moeder en ziet haar vader niet vaak.
Moeder heeft pas bij de leidster haar hart gelucht. Ze vertelde dat
ze de opvoeding niet goed meer aankan, geen raad weet met
Janneke’s agressie en dat ze eens met de huisarts wil gaan praten
omdat ze niet goed in haar vel zit.
a. Welke stap(pen) van de Meldcode heeft de leidster al
ondernomen? Geef het nummer en een korte omschrijving.
b. Voor welke vorm(en) van mishandeling herken je aanwijzingen in
deze casus? Leg kort uit.
c. Noem twee risicofactoren voor kindermishandeling die in de
casus naar voren komen.
d. Er bestaan verschillende verklaringsmodellen voor
kindermishandeling. Eén daarvan is het family stress model. Geef
aan wat de kern is van deze theorie.
1