- Dynamiek
- Levendigheid
- Overdaad/ decadentie (kan worden benadrukt door het losse en luchtige schilderen)
- Frivoler
- Verfijnder
- Speelser
- (soms) gevoeliger (+ erotisch getint)
In fr. neoclassicisme onderwezen; (vaste regels)
Rococo tegenhanger neoclassicisme en tegenhanger rationele denken verlichting gevoel centraal
Pastel => rococomode
Putti = mollige engeltjes => geven aan wat voor een “Scene” schilderij is
Schommelen => flirtspel
Rocaille = onregelmatig en asymmetrisch ornament
Interieur belangrijk
o Gestuukte ornamenten
o Vloeiende overgangen
o Ovaalvormig
o Lichte indruk
Porselein => VOC (lieflijk, elegant)1
Dure decadente stijl
Neoclassicisme 1760-1840
- Verhalen uit klassieke oudheid weergegeven om een eigentijdse situatie te verbeelden
- Lijkt theater; podium, achterwand, aandacht op voorgrond
- theatrale weergave handelingen, heldere kleuraccenten // onverzadigde kleuren achtergrond
- statische, horizontale compositie
- Stijl v/d opkomende burgerij
- Franse revolutie burgerij neemt leiding einde rococo
- Verlichting
- Rationaliteit
Dood van Marat ~ A Marat (David) => beeld van martelaar die voor vaderland sterft; politiek doel = Marat is
vriend van volk
Gebouwen + interieur => strenge/sobere vormgeving (tegen Rococo dus!)
Klassieke oudheid nagedaan => symmetrisch, monumentaal, indrukwekkend
Beeldhouwkunst:
glad gepolijst marmer
nauwkeurige stofuitdrukking
technisch perfect geïdealiseerd weergave v/d mens
aandachtspunt
1
exotisch luxeproduct; witte porselein met kobalt (blauwe verf)
Uit China, Portugezen ontdekken zeeroute => Nederland kooplui verhandelt volop
Wordt te duur Europeanen proberen na te maken Delfts blauw = aardewerk met blauwe decoraties
, 19e eeuw 1800-1900
Stoommachine = symbool industriële revolutie => zette industriële revolutie op gang
Men verhuist naar stad voor beter leven????
Boeren + arbeiders = laagste klasse (werkten voor ->)
Bourgeoisie = middenklasse kunstenaars werken voor rijke .. Parijse salon
- Regels (=> jury beoordeelt inzendingen)
- Taferelen vrouwelijke schoonheid => mythologisch tafereel
(beeldhouwwerk = “maar handwerk”)
Financieel onafhankelijke kunstenaars gaan experiment aan
Friedrich Engels => boek, onderzoek
L’art pour l’art = kunst omwille van kunst kunstenaren => baas:
- Romantiek
- Realisme
Kunst autonoom
Fotografie:
*Daguerreotypie analoog
*kalotypie
chemische stoffen, etc.
GOEDKOOP => niet behorend tot de kunst MAAR beïnvloedt schilderkunst (om te verschillen)
- experimenteren
- toetsmatigheid
- compositie
( = impressionisme, postimpressionisme)
Romantiek 1800-1870
= stroming hoe kunstenaar op eigen manier gevoelens van angst en hoop weergeeft
- escapisme (=verlangen te ontsnappen)
- fantasie
- gevoel
- drang naar alles wat onbereikbaar is (ongerepte natuur, exotische oorden, verre verleden)
- nationalisme komt op (=> nadruk op unieke cultuur en geschiedenis)
- oude sprookjes/ volksverhalen
voorheen: ambacht
nu: gave met subjectieve ervaringen => delen met arme
kunstenaar is autonoom, bohemien (iemand die als eigenzinnige artistiekeling door het leven gaat)
Caspar David Friedrich met wandelaar de mens is klein en nietig tegenover het goddelijke mysterie van de
natuur
(kenmerken Romantiek: mooie natuurlandschap, je wordt het tafereel ingetrokken)
Schilders inspireren zich door verhalen en sprookjes EIGEN PERSPECTIEF!
vb.: hoe zien zij nou de Oriënt