Ergotherapie Samenvatting Grondslagen Hoofdstuk 7
Classificaties: boeken met een systematisch geordende ‘standaardtaal’ om een bepaald onderwerp
of fenomeen eenduidig te benoemen. Het menselijk functioneren.
ICF: International classification of functioning, disability and health. Zowel medisch als sociaal.
Dit biedt een begrippenkader voor communicatie zowel nationaal als internationaal.
Voordeel: uniform taalgebruik.
Risico: mensen worden beschreven in termen van hun stoornis of beperking en niet meer als
personen met hun eigen mogelijkheden en bronnen.
Nadeel: wanneer het gebruikt wordt om te etiketteren/ ‘labelen’.
ICF bestaat uit twee delen:
1. Het functioneren zelf (medische factoren): ziekte, aandoeningen of letsel met de componenten:
a. Functies en anatomische eigenschappen
b. Activiteiten en participatie
2. De beïnvloedende factoren:
c. Externe factoren
d. Persoonlijke factoren
Perspectieven in ICF:
Biomedisch perspectief: mens als organisme/lichaam.
Perspectief van het menselijk handelen: wat en hoe iemand iets kan doen.
Perspectief van participatie: of iemand mee kan doen aan het maatschappelijke leven.
ICF kent twee typering voor activiteiten en participatie:
1. Uitvoering: wat iemand in de omgeving daadwerkelijk doet.
2. Vermogen: mogelijkheid een taak of handeling uit te voeren.
Twee modellen van ICF:
1. Medisch model: stoornissen, beperkingen en participatieproblemen veroorzaakt door ziekte
of trauma en is (para)medische behandeling geïndiceerd.
2. Sociaal model: integratie van mensen in de samenleving.
ICF moet op drie onderdelen worden verhelderd:
1. Herdefiniëring van de aard van een beperking
2. Nader specificeren van de onderliggende biopsychosociale theorie.
3. Het verhelderen van betekenis en implicaties van het begrip universaliteit als richtlijn voor de
ontwikkeling van beleid onder mensen met beperkingen.
Interne mogelijkheden: the ability
Externe mogelijkheden: the opportunity.
ICF neemt activiteit-taak-basisvaardigheid in een begrip
TCOP heeft vijf niveaus: activiteit, taak, basisvaardigheid, bewegingen/mentale processen.
Waarde: is uniek voor ieder persoon, kan veranderen gedurende iemands leven en wordt bepaald
door culturele invloeden.
Populatienorm: verwachte uitvoeringsniveau. Deze vertegenwoordigt de mogelijkheden van
personen zonder het specifieke gezondheidsprobleem.
Classificaties: boeken met een systematisch geordende ‘standaardtaal’ om een bepaald onderwerp
of fenomeen eenduidig te benoemen. Het menselijk functioneren.
ICF: International classification of functioning, disability and health. Zowel medisch als sociaal.
Dit biedt een begrippenkader voor communicatie zowel nationaal als internationaal.
Voordeel: uniform taalgebruik.
Risico: mensen worden beschreven in termen van hun stoornis of beperking en niet meer als
personen met hun eigen mogelijkheden en bronnen.
Nadeel: wanneer het gebruikt wordt om te etiketteren/ ‘labelen’.
ICF bestaat uit twee delen:
1. Het functioneren zelf (medische factoren): ziekte, aandoeningen of letsel met de componenten:
a. Functies en anatomische eigenschappen
b. Activiteiten en participatie
2. De beïnvloedende factoren:
c. Externe factoren
d. Persoonlijke factoren
Perspectieven in ICF:
Biomedisch perspectief: mens als organisme/lichaam.
Perspectief van het menselijk handelen: wat en hoe iemand iets kan doen.
Perspectief van participatie: of iemand mee kan doen aan het maatschappelijke leven.
ICF kent twee typering voor activiteiten en participatie:
1. Uitvoering: wat iemand in de omgeving daadwerkelijk doet.
2. Vermogen: mogelijkheid een taak of handeling uit te voeren.
Twee modellen van ICF:
1. Medisch model: stoornissen, beperkingen en participatieproblemen veroorzaakt door ziekte
of trauma en is (para)medische behandeling geïndiceerd.
2. Sociaal model: integratie van mensen in de samenleving.
ICF moet op drie onderdelen worden verhelderd:
1. Herdefiniëring van de aard van een beperking
2. Nader specificeren van de onderliggende biopsychosociale theorie.
3. Het verhelderen van betekenis en implicaties van het begrip universaliteit als richtlijn voor de
ontwikkeling van beleid onder mensen met beperkingen.
Interne mogelijkheden: the ability
Externe mogelijkheden: the opportunity.
ICF neemt activiteit-taak-basisvaardigheid in een begrip
TCOP heeft vijf niveaus: activiteit, taak, basisvaardigheid, bewegingen/mentale processen.
Waarde: is uniek voor ieder persoon, kan veranderen gedurende iemands leven en wordt bepaald
door culturele invloeden.
Populatienorm: verwachte uitvoeringsniveau. Deze vertegenwoordigt de mogelijkheden van
personen zonder het specifieke gezondheidsprobleem.