SAMENVATTING MODULE
PLAATSBEPALING EN NAVIGATIE
H1. NAVIGEREN ZONDER HULPMIDDELEN
Om te navigeren moet je drie dingen weten:
- Wat het vertrekpunt is
- Welke eindbestemming je wilt bereiken
- Wat een haalbare route naar je eindbestemming is
Wanneer informatie van een voor jou bekende route opgeslagen is in je hersenen, kun je spreken
van de route gedachteloos kennen.
Bij navigeren zijn een paar dingen van belang:
- De rol van het geheugen: Voor veel mensen en dieren is het erg moeilijk om informatie over
navigatie betrouwbaar en nauwkeurig op te slaan in het geheugen. Daarom hebben we
hulpmiddelen nodig om de weg te vinden.
- Herkenningspunten en koerscorrecties: wanneer je positie niet binnen de geplande route valt,
moet je je koers aanpassen. Dit heet een koerscorrectie. Bij een koerscorrectie moet dus een
nieuwe route uitgestippeld worden tussen de huidige positie en de eindbestemming.
- Erfelijke factoren en leerprocessen: kennis en vaardigheden die te maken hebben met
plaatsbepaling en navigatie kun je jezelf aanleren, maar een persoon kan ook gewoon
getalenteerd zijn op dit terrein. Erfelijke aanleg kan dus ook een rol spelen. Dieren verkennen
met de zintuigen de omgeving en bepalen de route.
Het referentiestelsel (coördinatenstelsel) wordt gebruikt
om een plaats op aarde precies aan te kunnen geven. Het
coördinatenstelsel bestaat uit meridianen (lengtecirkels) en
breedtecirkels (parallellen). De aarde is een bol die om een
as draait. De uiteinden van die as zijn de Noordpool en de
Zuidpool. De grootste breedtecirkel is de evenaar (equator).
Het vlak door de evenaar (equatorvlak) gaat door het
middelpunt van de aarde. Alle meridianen zijn grootcirkels,
wat cirkels zijn op het aardoppervlak waarvan het
middelpunt samenvalt met het middelpunt van de aarde.
Hun straal is dus net zo groot als die van de aarde.
PLAATSBEPALING EN NAVIGATIE
H1. NAVIGEREN ZONDER HULPMIDDELEN
Om te navigeren moet je drie dingen weten:
- Wat het vertrekpunt is
- Welke eindbestemming je wilt bereiken
- Wat een haalbare route naar je eindbestemming is
Wanneer informatie van een voor jou bekende route opgeslagen is in je hersenen, kun je spreken
van de route gedachteloos kennen.
Bij navigeren zijn een paar dingen van belang:
- De rol van het geheugen: Voor veel mensen en dieren is het erg moeilijk om informatie over
navigatie betrouwbaar en nauwkeurig op te slaan in het geheugen. Daarom hebben we
hulpmiddelen nodig om de weg te vinden.
- Herkenningspunten en koerscorrecties: wanneer je positie niet binnen de geplande route valt,
moet je je koers aanpassen. Dit heet een koerscorrectie. Bij een koerscorrectie moet dus een
nieuwe route uitgestippeld worden tussen de huidige positie en de eindbestemming.
- Erfelijke factoren en leerprocessen: kennis en vaardigheden die te maken hebben met
plaatsbepaling en navigatie kun je jezelf aanleren, maar een persoon kan ook gewoon
getalenteerd zijn op dit terrein. Erfelijke aanleg kan dus ook een rol spelen. Dieren verkennen
met de zintuigen de omgeving en bepalen de route.
Het referentiestelsel (coördinatenstelsel) wordt gebruikt
om een plaats op aarde precies aan te kunnen geven. Het
coördinatenstelsel bestaat uit meridianen (lengtecirkels) en
breedtecirkels (parallellen). De aarde is een bol die om een
as draait. De uiteinden van die as zijn de Noordpool en de
Zuidpool. De grootste breedtecirkel is de evenaar (equator).
Het vlak door de evenaar (equatorvlak) gaat door het
middelpunt van de aarde. Alle meridianen zijn grootcirkels,
wat cirkels zijn op het aardoppervlak waarvan het
middelpunt samenvalt met het middelpunt van de aarde.
Hun straal is dus net zo groot als die van de aarde.