Voorbereiding
- Hoofdstuk 28, Paro- endo problemen In Parodontologie , Eds., Beertsen, W., Quirynen, M., van
Steenberghe, D, & Van der Velden, U. 1st edition Bohn Stafleu Van Loghum, Houten
Hoofdstuk 28 Paro-endoproblemen
28.1 Inleiding
Het endodontium en parodontium vormen toch een eenheid door aanwezigheid van communicatiebanen:
foramen apicale t.h.v. elke wortelpunt, laterale kanalen, furcatiekanalen en open dentinetubuli. In sommige
omstandigheden worden schadelijke agentia via deze banen uitgewisseld (aandoeningen van endodontium
hebben invloed op parodontium, en andersom!). Dit bemoeilijkt differentiaal diagnose door gelijklopende
klinische symptomen:
- pijn, diepe pockets, verhoogde mobiliteit, fistelvorming en botverlies.
Bijzondere vorm van paro-endopathologie ontstaat bij:
- iatrogene wortelperforaties, verticale wortelfracturen en externe wortelresorpties.
Hierbij treden gelijkwaardige klinische symptomen op.
28.2 Endopathologie met uitbreiding in het parodontium
28.2.1 Bij reversibele pulpitis
Belangrijkste oorzaken van endopathologie zijn:
- cariës, excessieve tandslijtage, restauratief handelen en traumatische verwonding.
Het vitale pulpodentinale complex raakt geïrriteerd door een defect in het glazuur, vaak in combinatie met het
binnendringen van bacteriën en hun toxinen. Het ontstekingsproces (t.h.v. pulpa) tegen de bron van irritatie is
reversibel.
Klinische symptomen: o.a. verhoogde temperatuurgevoeligheid of pijn bij percussie.
Duidelijke, klinische tekenen van uitbreiding naar het parodontium wordt zelden gezien. Uitzondering hierop
zijn elementen met progressieve en uitgebreide cariësletsels. Op Rö-opname is soms een disruptie van de
apicale lamina dura en verbreding van ligamentspleet zichtbaar. Uitzonderlijke gevallen: periapicale
radiolucentie met vitale toestand van pulpa ( komt door penetratie bacteriën en toxinen).
Therapie: wegnemen bron van irritatie door weefselbesparend herstel van glazuur. Pulpa-extirpatie is als
curratieve maatregel ontoereikend ivm. reversibele karakter!
28.2.2 Bij irreversibele pulpitis en pulpanecrose
De ontsteking kan irreversibel worden wanneer niet tijdig wordt ingegrepen: er ontstaan plaatsen met
pulpanecrose. Soms is er (tijdelijk) ‘steriele’ necrose, maar vaak is een bacteriële component aanwezig.
Pulpapathologie heeft een grote overeenkomst parodontale pathologie: anaerobe flora.
Spontane, uitstralende pijn wordt beter te lokaliseren doordat het parodontale ligament en de exteroceptieve
vezels betrokken raken.
Om ontsteking en congestie in periapicale regio op te sporen is de percussietest belangrijk. Bij positief resultaat
moet differentiaaldiagnostisch onderscheid zijn tussen:
- uitbreiding van pulpapathologie voorbij het foramen
- Snelle orthodontische verplaatsing
- Recent restauratief herstel in hyperocclusie
- Aanwezigheid van parodontaal abces.
Wanneer in acute fase niet wordt behandeld, vormt zich een apicaal abces, of ontstaat
een dynamisch evenwicht met vorming van granuloom (vaak asymptomatisch). Deze
laatste kunnen de vorm behouden gepaard gaan met een ontstekingsresorptie (zie foto’s).