horizontale lijn = hoeveelheid product
verticale lijn = prijs product
vraag = links boven naar recht
aanbod = rechts boven naar links
betalingsbereidheid → bedrag dat een consument bereid is te betalen
consumentensurplus (cs) → verschil tussen betalingsbereidheid en betaalde prijs
individuele vraaglijn → vraaglijn van één koper, meerdere stuks (verband prijs en
product)
collectieve vraaglijn → de individuele vraaglijnen bij elkaar opgeteld
- →tekenen = bij de prijzen de gevraagde hoeveelheden op te tellen, dit is
het einde van je vraaglijn
+ vanaf de prijs dat meerder kopen lopen de lijnen samen, daarboven is het
een individuele lijn
collectieve vergelijking → de losse vraagvergelijkingen bij elkaar optellen
H2.2 Vraagbepalende factoren
factoren die betalingsbereidheid vormen:
1. besteedbaar inkomen
- = inkomen - inkomensbelasting - sociale premies - bijtelling van subsidies
- bij stijging van besteedbaar inkomen
+ noodzakelijke goederen → meer kopen (eten bijv)
+ inferieure goederen → minder kopen (vervangen huismerken)
+ luxe goederen → pas gekocht bij drempelinkomen (auto’s)
2. voorkeuren
- komt door → inkomen, leeftijd, culturele en maatschappelijke
achtergrond enz
3. prijzen van andere goederen
- substitutiegoederen → kunnen elkaar vervangen
- hcomplementaire goederen → worden altijd samen gebruikt, wanneer
de prijs van goed 1 daalt, neemt de vraag naar goed 2 toe (tel en data bijv)
4. aantal vragers
5. verwachtingen
- naar verwachte toekomstige mogelijkheden
vraaglijn → Qv = -ap + b (a is negatief)
- verschuivinglangs lijn = prijsverandering
, - verschuivingvan de lijn = verandering vraag
ceteris paribus → invloed van niet-bestuurde verschijnselen blijft onveranderd
H2.3 Prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid
prijseffect → een lagere prijs bij dezelfde omzet zorgt voor een afname van omzet
- = (nieuwe prijs - oude prijs) x oude afzet
hoeveelheidseffect → de afzet stijgt dus de omzet stijgt ook
procentuele verandering → ((nieuw - oud) / oud) x 100%
elasticiteit → verhouding tussen twee procentuele veranderingen die onderling verband
hebben
prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid
- Ev = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid / procentuele
verandering van de prijs (antwoord niet in procenten)
- bij negatieve uitkomst → prijsdaling = vraag stijgt en prijs stijgt = vraag
daling
prijselastisch →negatief getal, minder dan -1 → sterke reactie op de prijs
prijsinelastisch → getal van -1 tot 0 → zwakke reactie op de prijs
proportioneel elastisch → elasticiteit = -1
volkomen inelastisch → elasticiteit = 0 → geen reactie → verticale vraaglijn
kruislinkse elasticiteit → hoe de gevraagde hoeveelheid van een product reageert op
de prijsveranderingen van een ander product
- Ek = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van product A /
procentuele verandering van de prijs van product B
- bij subsitutie goederen → elasticiteit positief
- bij complementaire goederen → elasticiteit negatief
H2.4 Inkomenselasticiteit
wet van Engel
- Ernst Engel (1825 - 1896) → Duitse staticus
- met stijging van het inkomen wordt er procentueel minder geld aan
inferieure goederen→ gevarieerde eten
- met stijging van het inkomen wordt er procentueel meer geld aan luxe goederen
← hoe de lijnen in een grafiek lopen
inkomenselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid
- Ey = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid /
procentuele verandering van het besteedbaar inkomen
- Ey > 1 = luxe goed
, - Ey < 0 = inferieur goed
- bij Ey is 1,20 met een inkomensstijging van 10% neemt de vraag naar het goed met
12% toe
H3.1 Kosten en omzet
inkoopmarkten → inkoop van onderneming, kosten van de productie
- intermediaire leveringen → producten door andere ondernemingen gemaakt
- ook arbeid en kapitaal goederen worden gekocht → gemaakte kosten
verkoopmarkten → verkoop van onderneming
omzet / opbrengst → verkochte hoeveelheid x prijs per eenheid
winst / verlies → opbrengst - alle (productie) kosten
capaciteitskosten → vaste of contstante kosten
- worden bepaald door de gekozen productiecapaciteit van de ondernemer (huur)
- ook loon van arbeiders
variabele kosten → hangen op korte termijn af van produceerde en afgezette
hoeveelheid
TVK → Totale Variabele Kosten
- wordt bepaald door de benutte hoeveelheid van de verschillende productiefactoren
en de prijs er van
+ proportioneel → TVK stijgt even snel als de productie
+ degressief → TVK stijgt minder snel dan de productie
+ progressief → TVK stijgt sneller dan de productie
TK → totale kosten
- = TCK + TVK
TCK → totale constante kosten
GTK → gemiddelde totale kosten
- = TVK / q
- = GVK + GCK
GVK → gemiddelde variabele kosten
- = TVK / q
GCK → gemiddelde constante kosten
- = TCK / q
MK → marginale kosten
- de verandering van de TK als gevolg van een kleine verandering van de productie of
afzet
- = d TK / d q
TO → totale opbrengst
- =pxq
, BTW → belasting toegevoegde waarde
- bij elke verkoop → kant betaald btw aan een bedrijf
- consumentenprijs → verkopprijs incl. btw
+ meestal 21%, levensmiddelen 9% en export 0%
+ vrijstelling voor sommige producten → medicijnen
- een bedrijf betaald ook btw
+ jaaromzet - inkopen dat jaar = bedrag waarover btw wordt betaald
- ontvangen btw - betaalde btw = wat ze moeten afstaan aan de fiscus
+ bij een negatieve uitkomst krijgen ze dat bedrag terug van de fiscus
som voor betaalde btw
omzet excl. btw 100%
btw (in %) …%
omzet incl. btw 100% + …% → in euro omzetten
btw ? x
omzet incl. btw 1?? euro
btw: (? / 1??) x euro = x
af te dragen btw = ontvangen btw - x
GO → gemiddelde opbrengst (gelijk aan verkoopprijs)
- = TO / q
- = (p x q) / q
- =p
MO → marginale opbrengst
- = dTO / dq
met een constante prijs krijg je p = MO = GO
grafiek tekenen
- Qv = -2p + 100
- 100 = je punt horizontal
- - = je punt verticaal dus 50 in dit geval