Organisatie en management
Hoofdstuk 1
Introductie
Effectiviteit in de bedrijfskunde = de mate waarin de besturing van een organisatie slaagt.
Organisatiekunde = een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen
van het gedrag van organisaties alsmede de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze
waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
Onder het gedrag van organisaties wordt de wijze van optreden en reageren van organisaties
verstaan.
De definitie van organisatiekunde omvat twee aspecten van het vakgebied
1. Descriptief = een beschrijving van het gedrag van organisaties met motieven en gevolgen.
2. Prescriptief = een advies over te volgen handelwijze en organisatie-inrichtingen
Organisatiekunde is toepassingsgericht en pragmatisch ingesteld. Pragmatisch wil zeggen dat
het belang van een methodologisch juiste onderbouwing en bewijsvoering minder belangrijk
wordt geacht dan de betekenis voor de praktijk.
Interdisciplinaire = veel elementen afkomstig uit andere wetenschappen. Bij het besturen van
een organisatie spelen vele wetenschappelijke vakgebieden (disciplines) een rol. Bijvoorbeeld
bedrijfseconomie met deelgebieden: financieringsleer, boekhouding etc.
Als we alle bijdragen uit deze vakgebieden verzamelen die we nodig hebben voor een
onderzoek of project is dit echt nog geen interdisciplinaire, maar een multidisciplinaire
aanpak. Interdisciplinaire aanpak gaat nog een stap verder. Dat wil zeggen dat de
verschillende bijdragen naar hun specifieke belang worden afgedwongen en worden gebruikt
voor de ontwikkeling van een nieuwe benadering, waarbij het onderwerp in zijn totaliteit
wordt beschouwd. De oude disciplines komen dan niet meer herkenbaar naar voren (dit is wel
het geval bij een multidisciplinaire aanpak). Dat is een ambitieuze aanpak. Het is een doel
waar voorduren naar wordt gestreefd, een ideaalbeeld. Vaak komt men niet verder van
multidisciplinariteit, ook binnen organisatiekundig onderzoek.
Twee begrippen uit de definitie zijn besturing en doeltreffendheid (effectiviteit).
Besturing = pogingen tot gerichte beïnvloeding / richting geven aan de processen binnen een
organisatie. Deze richting wijst uit naar een doel, dat vooraf bepaald moet worden. De
processen vinden plaats in het kader van een structuur. Het vormgeven en aanpassen van deze
structuur is een belangrijk onderwerp van besturing.
Doeltreffendheid = de mate waarin de besturing slaagt.
Organisatiekunde is pragmatisch, d.w.z. theoretisch onderbouwd, maar voornamelijk
praktijkgericht en toepasbaar. Men kan spreken over een interdisciplinaire benadering, omdat,
vanuit verschillende vakgebieden, een nieuwe benadering tot stand wordt gebracht (in
tegenstelling tot een multidisciplinaire benadering). De besturing van de organisatie dient
effectief te zijn, met een vooraf gesteld doel. Organisatiekunde streeft overzicht over de hele
organisatie na en staat haaksop specialisme.
Hoofdstuk 1
Introductie
Effectiviteit in de bedrijfskunde = de mate waarin de besturing van een organisatie slaagt.
Organisatiekunde = een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen
van het gedrag van organisaties alsmede de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze
waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
Onder het gedrag van organisaties wordt de wijze van optreden en reageren van organisaties
verstaan.
De definitie van organisatiekunde omvat twee aspecten van het vakgebied
1. Descriptief = een beschrijving van het gedrag van organisaties met motieven en gevolgen.
2. Prescriptief = een advies over te volgen handelwijze en organisatie-inrichtingen
Organisatiekunde is toepassingsgericht en pragmatisch ingesteld. Pragmatisch wil zeggen dat
het belang van een methodologisch juiste onderbouwing en bewijsvoering minder belangrijk
wordt geacht dan de betekenis voor de praktijk.
Interdisciplinaire = veel elementen afkomstig uit andere wetenschappen. Bij het besturen van
een organisatie spelen vele wetenschappelijke vakgebieden (disciplines) een rol. Bijvoorbeeld
bedrijfseconomie met deelgebieden: financieringsleer, boekhouding etc.
Als we alle bijdragen uit deze vakgebieden verzamelen die we nodig hebben voor een
onderzoek of project is dit echt nog geen interdisciplinaire, maar een multidisciplinaire
aanpak. Interdisciplinaire aanpak gaat nog een stap verder. Dat wil zeggen dat de
verschillende bijdragen naar hun specifieke belang worden afgedwongen en worden gebruikt
voor de ontwikkeling van een nieuwe benadering, waarbij het onderwerp in zijn totaliteit
wordt beschouwd. De oude disciplines komen dan niet meer herkenbaar naar voren (dit is wel
het geval bij een multidisciplinaire aanpak). Dat is een ambitieuze aanpak. Het is een doel
waar voorduren naar wordt gestreefd, een ideaalbeeld. Vaak komt men niet verder van
multidisciplinariteit, ook binnen organisatiekundig onderzoek.
Twee begrippen uit de definitie zijn besturing en doeltreffendheid (effectiviteit).
Besturing = pogingen tot gerichte beïnvloeding / richting geven aan de processen binnen een
organisatie. Deze richting wijst uit naar een doel, dat vooraf bepaald moet worden. De
processen vinden plaats in het kader van een structuur. Het vormgeven en aanpassen van deze
structuur is een belangrijk onderwerp van besturing.
Doeltreffendheid = de mate waarin de besturing slaagt.
Organisatiekunde is pragmatisch, d.w.z. theoretisch onderbouwd, maar voornamelijk
praktijkgericht en toepasbaar. Men kan spreken over een interdisciplinaire benadering, omdat,
vanuit verschillende vakgebieden, een nieuwe benadering tot stand wordt gebracht (in
tegenstelling tot een multidisciplinaire benadering). De besturing van de organisatie dient
effectief te zijn, met een vooraf gesteld doel. Organisatiekunde streeft overzicht over de hele
organisatie na en staat haaksop specialisme.