College 1
- Systeemleer is een methode om processen te beschrijven en vervolgens te analyseren en te
structuren, waardoor eventuele knelpunten en problemen opgelost kunnen worden.
- Modelleercyclus:
1
2
6
5
3
4
1) Onderzoeksvraag
Je begint met het vaststellen welke onderzoeksvraag moet worden beantwoord, en over welk
systeem deze vraag gaat. Waarover kun je vragen gaan stellen binnen een systeem:
* Elementen * Aspecten * Eigenschappen [Waarden] * Taken * Functies * Doel
2) Conceptueel model (SYSTEEMMODEL) (CRD)
Conceptueel model = weergave van concepten en relaties die van belang zijn om de
onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.
Verschillende weergavemethoden:
* Verbaal, definities
* Grafisch, systeemmodel
* Symbolisch, formules
3) Geoperationaliseerd model
Concepten en relaties vertalen naar variabelen (met eenheden).
Geoperationaliseerd model geeft aan hoe de endogene variabelen (= interne en uitvoervariabelen)
worden berekend op basis van andere variabelen.
1
,4) Computationeel model (simulatiemodel)
Het geoperationaliseerde model omzetten in een softwarepakket. (ARENA)
5 + 6) Modeluitkomsten en conclusies
Van groot belang zijn verificatie en validatie.
Verificatie: geoperationaliseerd en computationeel model logisch consistent?
* Dimensies controleren (eenheden)
Voorbeeld dimensieanalyse:
Afgelegde weg = snelheid x tijd
s=v*t
[s] = meter
[v] = meter/seconde
[t] = seconde
Invullen:
meter = meter/seconde * seconde
meter = meter
Conclusie: klopt dimensioneel! Want: voor en achter het = teken dezelfde eenheid.
* Model juist geprogrammeerd? (“debuggen”)
* Als ik de invoer verander, hoe reageert het model dan?
Validatie: kan ik met het model een goed antwoord geven op de onderzoeksvraag?
* Vergelijken met de werkelijkheid
* Vergelijken met bekende theorie
- Systeemmodel
Proces: primair doel (= functie)
> transformaties, afkeur, afval, retour, samenkomen, herstellen en splitsen.
Indeling:
* Regelende processen (sturing en beheersing)
* Bewerkende processen (transformatie)
* Ondersteunende processen (capaciteiten) > mensen, middelen, machines
2
, - Voorwaartskoppeling: de oorzaak bepaalt de ingreep. Dus ingreep verder in proces, na meting.
- Terugkoppeling: het resultaat bepaalt de ingreep.
Gaat over toekomstige producten, niet over het product dat gemeten is (daarom kans op instabiel
proces).
Bv. In aanvoer: te weinig T-shirts geproduceerd, dus signaal om de capaciteit op te gaan schroeven
Bv. In proces: kleur shirts klopt niet helemaal, dan extra groen bij de kleurstap toevoegen.
- Vereenvoudigde notatie regelkring/vrijgave magazijn/toevoegen ontbrekende:
3
- Systeemleer is een methode om processen te beschrijven en vervolgens te analyseren en te
structuren, waardoor eventuele knelpunten en problemen opgelost kunnen worden.
- Modelleercyclus:
1
2
6
5
3
4
1) Onderzoeksvraag
Je begint met het vaststellen welke onderzoeksvraag moet worden beantwoord, en over welk
systeem deze vraag gaat. Waarover kun je vragen gaan stellen binnen een systeem:
* Elementen * Aspecten * Eigenschappen [Waarden] * Taken * Functies * Doel
2) Conceptueel model (SYSTEEMMODEL) (CRD)
Conceptueel model = weergave van concepten en relaties die van belang zijn om de
onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.
Verschillende weergavemethoden:
* Verbaal, definities
* Grafisch, systeemmodel
* Symbolisch, formules
3) Geoperationaliseerd model
Concepten en relaties vertalen naar variabelen (met eenheden).
Geoperationaliseerd model geeft aan hoe de endogene variabelen (= interne en uitvoervariabelen)
worden berekend op basis van andere variabelen.
1
,4) Computationeel model (simulatiemodel)
Het geoperationaliseerde model omzetten in een softwarepakket. (ARENA)
5 + 6) Modeluitkomsten en conclusies
Van groot belang zijn verificatie en validatie.
Verificatie: geoperationaliseerd en computationeel model logisch consistent?
* Dimensies controleren (eenheden)
Voorbeeld dimensieanalyse:
Afgelegde weg = snelheid x tijd
s=v*t
[s] = meter
[v] = meter/seconde
[t] = seconde
Invullen:
meter = meter/seconde * seconde
meter = meter
Conclusie: klopt dimensioneel! Want: voor en achter het = teken dezelfde eenheid.
* Model juist geprogrammeerd? (“debuggen”)
* Als ik de invoer verander, hoe reageert het model dan?
Validatie: kan ik met het model een goed antwoord geven op de onderzoeksvraag?
* Vergelijken met de werkelijkheid
* Vergelijken met bekende theorie
- Systeemmodel
Proces: primair doel (= functie)
> transformaties, afkeur, afval, retour, samenkomen, herstellen en splitsen.
Indeling:
* Regelende processen (sturing en beheersing)
* Bewerkende processen (transformatie)
* Ondersteunende processen (capaciteiten) > mensen, middelen, machines
2
, - Voorwaartskoppeling: de oorzaak bepaalt de ingreep. Dus ingreep verder in proces, na meting.
- Terugkoppeling: het resultaat bepaalt de ingreep.
Gaat over toekomstige producten, niet over het product dat gemeten is (daarom kans op instabiel
proces).
Bv. In aanvoer: te weinig T-shirts geproduceerd, dus signaal om de capaciteit op te gaan schroeven
Bv. In proces: kleur shirts klopt niet helemaal, dan extra groen bij de kleurstap toevoegen.
- Vereenvoudigde notatie regelkring/vrijgave magazijn/toevoegen ontbrekende:
3