Boekverslag
Samenvatting van het boek:
De arme familie Zwarte leeft in een mooi, maar bouwvallig huis in Leiden. Het is hartje
winter. De kinderen Evert, Sander en Saartje moeten ’s ochtends vroeg uit bed om te gaan
werken in de Wolfabriek in Leiden. Saartje is al enkele dagen ziek. Sander is zò moe dat hij
onderweg op de stoep in slaap valt. Evert en Saartje zetten hun tocht naar de fabriek voort,
bang om ontslagen te worden en het geld mis te lopen. Saartje gaat ziek aan het werk.
Willem baron van Hogenstad (jurist aan de Leidsche Academie) woont in een van de
bovenkamers van de melkboer. Toen hij terugkwam van zijn vriend Koenraad zag hij
onderweg Sander slapend op de stoep liggen en neemt hem mee naar huis. De echtgenote
van de melkboer is het hier helemaal niet mee eens. Willem trekt zich er niets van aan en laat
het kind lekker warm slapen. Als hij wakker wordt geeft Willem hem eten en ze beginnen te
praten. Willem is verbaasd over de armoede van zijn familie. En hoe weinig Sander weet, hij
gaat niet naar school. Willem steekt Sander in de nieuwe kleren en verzorgt hem verder.
Bij de familie zwarte thuis ligt Saartje erg ziek op bed en loopt te kermen om water met
een brandende keel. Ze heeft een onbeschrij ijke dorst. Haar moeder stopt haar nog wat
beter toe en ziet de ernst van de situatie verder niet in. Die nacht blaast Saartje haar laatste
adem uit… Ze is vermoord door de wetgeving.
(bron: https://www.scholieren.com/verslag/boekverslag-nederlands-144017)
Over de schrijver: Jacobus Jan Cremer (Arnhem, 1 september 1827 – Den Haag, 5 juni 1880)
werkte als Nederlandse schrijver, voordrachtskunstenaar en kunstschilder. Als kind zat hij op
de Oosterbeekse kostschool, zijn interesse lag alleen meer bij kunst en toneel dan zijn lessen
op school. Na de kostschool volgde hij een kunst opleiding en werd opgeleid tot kunstschilder.
Ook heeft Jacob nog een jaar aan de tekenacademie gestudeerd. Later kreeg hij nog vier
kinderen waarvan er twee overleden. De schilderwerken van Jacob hangen o.a in het
BOEKVERSLAG 1