Hoofdstuk 1: Ontwikkelingen van geld 2
Hoofdstuk 2: Armoede en schulden 5
Hoofdstuk 3 De rol van overheid en maatschappij 9
Hoofdstuk 4: Financiële huishouding van het gezin 11
Hoofdstuk 5: Financiële vaardigheden 12
Hoofdstuk 6: De impact van armoede 14
Hoofdstuk 7: Incassomaatregelen en de effecten 16
Hoofdstuk 8: Het handelingsperspectief en de methoden van de professional 19
Hoofdstuk 9 Schuldhulpverlening en financiële beschermingsmaatregelen 21
,Hoofdstuk 1: Ontwikkelingen van geld
Geld wordt gebruikt als:
1. Betaalmiddel
2. Waardemiddel (sparen)
3. Rekeneenheid
Soorten geld:
1. Contant geld (chartaal)
2. Giraal en digitaal geld
1.1 Geld door de jaren heen
Tijdlijn:
- In het begin: ruilhandel
- Daarna: zout (sal → salaris) als eerste betaalmiddel
Hierna kwamen schelpen, metalen en kruiden
- Metalen zoals goud en zilver werden het eerste universele betaalmiddel
- Door gevaar bij grote bedragen werden bankiers ingezet
Zij gaven dan een papiertje mee met het nog in te wisselen goud
- Napoleon bonaparte vond dat er nog maar één betaalmiddel mocht zijn
- Sinds 1901 de gulden in Nederland
- In 1950 wordt de eerste creditcard geïntroduceerd
- Tot 1967 waren munten in Nederland nog van puur zilver
- Vanaf 1990 werd pinnen in Nederland uitgerold
Ook elektronische betalingen gingen hiermee van start
- In 2002 wordt de gulden vervangen voor de euro
- Nu is een tikkie sturen of digitaal geld overmaken de norm, ook pinnen en
contactloos betalen worden steeds vaker gebruikt. Wel is contant betalen in 96% van
de winkels nog mogelijk in Nederland.
1.2 Armoede door de jaren heen
De eerste armoede ontstond toen boeren zich gingen vestigen:
→ Door land hebben zij macht
→ Mensen zonder stuk land hebben minder macht
In de middeleeuwen gaat men ervan uit dat god bepaald wie arm is en wie rijk
→ Plicht van de rijken om de armen te helpen
Late middeleeuwen:
- Stijging van armoede
- Slechte oogsten en oorlog zorgde voor slechte omstandigheden en honger
- Straatroof en afpersing ontstaan (criminaliteit door armoede)
- Armen werden soms opgenomen door gastgezinnen waar zij dan de klusjes en het
huishouden deden → gastgezin kreeg hier geld voor
, De verlichting:
- Dwangarbeid wordt ingevoerd → mensen leren werken zou criminaliteit en armoede
verminderen (dit werkte niet)
- Rol van god wordt minder groot
- Armoede moest nu opgelost worden door de staat ipv door de kerk
- Tuchthuizen worden ingezet (soort gevangenis)
1800:
- Veel armoede in Nederland
- Werkbouw-kolonies worden ingezet (werken op het land van een rijke)
- Er gelden hier strenge regels in ruil voor onderdak
- Er worden ook straf-koloniën opgericht waar mensen naartoe moeten als zij de wet
overtreden
In 1854:
- De armenwet wordt ingevoerd → de overheid gaat zich bezighouden met armen
- Door industrialisatie verliezen veel mensen hun baan
- De nieuwe armenwet (1870) stelde dat de gemeente verantwoordelijk was voor haar
eigen armen
- In 1874 wordt het kinderwetje van van Houten ingevoerd waardoor kinderen onder
de 12 (officieel gezien) niet meer mochten werken
- In 1901 wordt de leerplicht ingevoerd, ouders zijn nu verplicht hun kind naar school
te sturen
De eerste wereldoorlog:
- Veel armoede
- Gebrek aan voedsel
- Werkloosheid
- Na de oorlog: wederopbouw → veel banen
- Na de oorlog: uitkeringen komen op, armoede wordt bij de oorzaak aangepakt
- Beurskrach in 1929 zorgt voor economische crises
Na de tweede wereldoorlog staat armoede hoog op de agenda:
- In 1950-1960 ontstaat het sociale zorgstelsel
- In 1957 wordt de AOW (algemene ouderdomswet) ingevoerd
- In 1960 worden de armenwetten ingeruild voor de Abw (algemene bijstandswet)
Hiermee ontstaat de verzorgingsstaat, deze werkte goed tot er in 1970 veel mensen
werkloos raakte → de overheid kon al deze uitkeringen niet betalen.
- Verschuiving van de verzorgingsstaat naar de participatiestaat
1.3 Recente ontwikkelingen:
- Sinds de participatiestaat hebben mensen eigen verantwoordelijkheid over financiën
(44% vindt dit groeien, 20% verliest overzicht)
- Door meer pinnen en online bankieren wordt geld minder tastbaar
- Jongeren moeten eerder grote geld beslissingen maken (lenen voor opleiding?)
- 33% van de huishoudens heeft een betalingsachterstand
- Digitale vormen van criminaliteit komen op (scamcallers)