Samenvatting hoofdstuk 4 Inkomen en belasting
Arbeidsmarkt: geheel van vraag en arbeid m.b.t. arbeid
Arbeidsaanbod: totale beroepsbevolking
Arbeidsvraag: werkgelegenheid (in arbeidsjaren) door bedrijven en overheid
te jong
niet actieven
Totale beroepsgeschik
werkzoekenden
bevolking te bevolking
beroepsbevolking
te oud werkenden
Werknemers → vakbond → vakcentrale
Vakbond: organisatie die de belangen van werknemers behartigd
Vakcentrale: overkoepelende organisatie van vakbonden (FNV/CNV)
Werkgevers → werkgeversbond → werkgeverscentrale (VNO/NCW)
De werkgeversbonden en vakbonden in een bepaalde sector onderhandelen over een CAO.
CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst
• Primaire arbeidsvoorwaarden (geld)
• Secundaire arbeidsvoorwaarden (rest)
Cijfers over inflatie worden gemeten m.b.v. het CPI (= consumentenprijs indexcijfer). Een
budgetonderzoek wordt gedaan onder een gemiddeld gezin (2 ouders, 2 kinderen).
Nominaal inkomen: het inkomen dat je verdient in euro’s
Reëel inkomen: koopkracht van het inkomen
Brutoloon (CAO) – loonheffing en sociale premies = nettoloon
Loonheffing wordt berekend m.b.v. het schijventarief
Brutoloon (incl. Vakantiegeld)
+ overige inkomsten (rente, dividend)
– aftrekposten (hypotheekrente, giften)
= bruto belastbaar loon → loonheffing
𝑖𝑐 𝑛𝑜𝑚𝑖𝑛𝑎𝑎𝑙 𝑖𝑛𝑘𝑜𝑚𝑒𝑛
𝐼𝑛𝑑𝑒𝑥𝑐𝑖𝑗𝑓𝑒𝑟 𝑟𝑒ë𝑒𝑙 𝑖𝑛𝑘𝑜𝑚𝑒𝑛 = 𝐶𝑃𝐼
𝑥 100%
Gemiddelde = over alle verdiende euro’s
Marginaal = over de laatst verdiende euro
• Degressief: afnemend stijgend =
• Proportioneel: recht evenredig =
• Progressief: toenemend stijgend =
Belastingen:
Box 1 – inkomen(s): uit arbeid (+ inkomen uit eigen woning) = schijventarief
Arbeidsmarkt: geheel van vraag en arbeid m.b.t. arbeid
Arbeidsaanbod: totale beroepsbevolking
Arbeidsvraag: werkgelegenheid (in arbeidsjaren) door bedrijven en overheid
te jong
niet actieven
Totale beroepsgeschik
werkzoekenden
bevolking te bevolking
beroepsbevolking
te oud werkenden
Werknemers → vakbond → vakcentrale
Vakbond: organisatie die de belangen van werknemers behartigd
Vakcentrale: overkoepelende organisatie van vakbonden (FNV/CNV)
Werkgevers → werkgeversbond → werkgeverscentrale (VNO/NCW)
De werkgeversbonden en vakbonden in een bepaalde sector onderhandelen over een CAO.
CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst
• Primaire arbeidsvoorwaarden (geld)
• Secundaire arbeidsvoorwaarden (rest)
Cijfers over inflatie worden gemeten m.b.v. het CPI (= consumentenprijs indexcijfer). Een
budgetonderzoek wordt gedaan onder een gemiddeld gezin (2 ouders, 2 kinderen).
Nominaal inkomen: het inkomen dat je verdient in euro’s
Reëel inkomen: koopkracht van het inkomen
Brutoloon (CAO) – loonheffing en sociale premies = nettoloon
Loonheffing wordt berekend m.b.v. het schijventarief
Brutoloon (incl. Vakantiegeld)
+ overige inkomsten (rente, dividend)
– aftrekposten (hypotheekrente, giften)
= bruto belastbaar loon → loonheffing
𝑖𝑐 𝑛𝑜𝑚𝑖𝑛𝑎𝑎𝑙 𝑖𝑛𝑘𝑜𝑚𝑒𝑛
𝐼𝑛𝑑𝑒𝑥𝑐𝑖𝑗𝑓𝑒𝑟 𝑟𝑒ë𝑒𝑙 𝑖𝑛𝑘𝑜𝑚𝑒𝑛 = 𝐶𝑃𝐼
𝑥 100%
Gemiddelde = over alle verdiende euro’s
Marginaal = over de laatst verdiende euro
• Degressief: afnemend stijgend =
• Proportioneel: recht evenredig =
• Progressief: toenemend stijgend =
Belastingen:
Box 1 – inkomen(s): uit arbeid (+ inkomen uit eigen woning) = schijventarief