Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting HSPD02 Fokkerij en genetica

Beoordeling
-
Verkocht
6
Pagina's
16
Geüpload op
02-04-2023
Geschreven in
2022/2023

Alle benodigde leerstof voor het tentamen fokkerij en genetica (aantekeningen + leerboek)

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting leerboek fokkerij en genetica

Hoofdstuk 1

Het fokken van dieren is gericht op de verbetering van de dieren door het veranderen van hun
genetische aanleg voor belangrijke eigenschappen. Een kenmerk is erfelijk als de prestatie van het
kenmerk (of een gedeelte daarvan) afhankelijk is van genetische aanleg.

In de fokkerij zijn 5 punten belangrijk:

1. Een eigenschap moet erfelijk zijn om gebruikt te kunnen worden in een selectief
fokprogramma.
2. Dieren moeten verschillende genetische achtergronden hebben om een selectie te mogen
maken.
3. De selectie- of fokrichting is bepaald door mensen, die uiteindelijk beslissen met welke
dieren gefokt wordt en daardoor nieuwe generaties produceren.
4. Het succes van een fokprogramma kan worden beoordeeld door te kijken naar het verschil in
gemiddelde fenotype van de één naar de volgende generatie.
5. Het succes van fokken kan worden gemeten als het cumulatieve resultaat van meerdere
generaties selectief fokken.

 Kenmerk: een merkbaar of zichtbaar karakteristiek, waardoor het individu zich onderscheidt.
 Genotype: verzameling van erfelijke informatie en hoe een bepaalde eigenschap in het DNA
staat.
 Fenotype: verzameling van alle waarneembare eigenschappen door het genotype en
omgevingsfactoren.
 Natuurlijke selectie: proces waarbij dieren die zich beter aan kunnen passen aan de
omgeving een grotere kans hebben om te overleven en zich voor te planten dan dieren die
zich minder goed kunnen aanpassen. Hierdoor zal de volgende generatie gemiddeld beter
aangepast zijn aan de omgeving dan de oorspronkelijke generatie.
 Diersoort: grootste groep dieren die nog met elkaar kan paren en vruchtbare nakomelingen
kan produceren.
 Ras: groep dieren van een bepaald diersoort dat door generaties selectief fokken uniform is
geworden.

Het idee achter genomische fokwaarden is dat de relatie tussen DNA en de prestaties van de dieren
samen informatie kan geven die gebruikt kan worden om de fokwaarden te schatten al voordat je het
fenotype van het dier zelf kunt meten

Voordelen genomische fokwaarden:

- Dieren kunnen op vroege leeftijd al geselecteerd worden
- Bruikbaar voor kenmerken die moeilijk te meten zijn (zoals ziekte-gerelateerde kenmerken)

,Hoofdstuk 2

Kenmerken van ouders kunnen in de nakomelingen worden teruggezien door:

1. Kenmerken zijn meer of minder erfelijk
2. 50% van het DNA dat de erfelijke aanleg bevat, wordt doorgegeven door een ouder aan de
nakomelingen

Fokkerijactiviteiten

Productiesysteem  fokdoel  verzameling van informatie (fenotype, genotype, relaties) 
fokwaardeschatting en selectie criteria  selectie en paring  verspreiding van genetische
vooruitgang (structuur van fokprogramma, kruisen)  evaluatie (genetische verbetering en -
diversiteit)

Genetisch materiaal van een dier wordt bewaard in chromosomen. Chromosomen liggen in de kern
van een cel. Via deze chromosomen wordt genetisch materiaal via sperma- en eicellen doorgegeven
van het ouderdier aan de nakomeling. Als een spermacel een eicel is binnengedrongen wordt er een
zygote gevormd, wat het begin is van een nieuw dier. Rundvee telt 30 chromosomenparen: het
verschil in het aantal chromosoomparen tussen diersoorten maakt kruisen vaak onmogelijk.

Chromosomen bestaan uit twee lange strengen van nucleotiden, die in de vorm van een dubbele
helix met elkaar vervlochten zijn. De twee strengen zijn met elkaar verbonden door baseparen die
steeds twee tegenover elkaar liggende nucleotiden met elkaar verbinden.

DNA bevat vier verschillende nucleotiden:

1. Adenine (A) +
2. Thymine (T)

3. Guanine (G) +
4. Cytosine (C)

 Chromosoom: lange stukken DNA waarin alle erfelijke informatie staat opgeslagen
 DNA: drager van erfelijke informatie in chromosomen en verantwoordelijk voor het
genetische verschil tussen dieren door de verschillen in basenparen.
 Gen: specifiek stukje van het DNA dat codeert voor een fysiek/functioneel stukje van een
erfelijke eigenschap (vb. oogkleur).
 Allel: bepaalde variant van een gen
 Locus: positie op een chromosoom

De chromosomen vormen paren met elkaar omdat ze heel erg op elkaar lijken. In zo’n paar is een
chromosoom afkomstig van de moeder en een chromosoom is afkomstig van de vader. In een paar
heb je dezelfde type genen, maar er zijn wel verschillende varianten: allelen.

Voorbeeld gen: oogkleur
Voorbeeld allel: bruine oogkleur (moeder), blauwe oogkleur (vader)

 Haploïd: enkelvoudige set van chromosomen, waarbij geen paartjes voorkomen
(geslachtscellen).
 Diploïd: cel bestaande uit een volledig paar chromosomen (1 van de vader, 1 van de moeder)
 in zoogdieren en vogels zijn alle lichaamscellen diploïd.

, Een dominant allel komt altijd tot uiting in het fenotype. Een recessief allel komt alleen tot uiting in
het fenotype als er geen dominant allel aanwezig is.

 Homozygoot: twee gelijke allelen voor een bepaald gen (recessief of dominant)
 Heterozygoot: twee verschillende allelen voor dezelfde eigenschap (recessief en dominant)
 Co-dominantie: een situatie waarin een heterozygoot in gelijke mate het fenotypische effect
laat zien van beide allelen.
 Additiviteit: elk allel beïnvloedt een kenmerk op eenzelfde manier, onafhankelijk van het
andere allel dat aanwezig is op hetzelfde locus of andere allelen op andere loci.
 Overdominantie: wanneer een heterozygoot een hogere genotypische waarde heeft dan de
beide homozygote ouders.

Meiose is het proces waarbij chromosoomparen uit elkaar worden gehaald, waardoor elke
chromosoom dezelfde kans heeft om in een sperma- of eicel terecht te komen. Hierdoor bestaat
zowel de sperma- als de eicel uit 50% van het DNA van het ouderdier.

 Additieve genetische relatie: de hoeveelheid DNA die twee dieren gemeenschappelijk
hebben omdat ze familie van elkaar zijn.
 Epistasie: allelen van een gen kunnen reageren op allelen van een ander gen.

Documentinformatie

Geüpload op
2 april 2023
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2022/2023
Type
SAMENVATTING
€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jorikevandoorn Aeres Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
233
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
50
Documenten
29
Laatst verkocht
1 maand geleden

4,0

22 beoordelingen

5
5
4
13
3
3
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen