Modern publiek management
College 1A:
Torfing’s dimensies:
- Centrale besluitvorming
- Horizontale coördinatie
- Gebruik van waarden
- Gebruik van prikkels
- Maatschappelijke betrokkenheid
Bureaucratie:
Weber inspiratie uit het verre oosten
College 1B:
Er is volgens Dales sprake van een sluipend moreel verval.
College 2A:
Op het moment dat een managementstroming als universeel wordt beschouwd, moet er
kritisch naar worden gekeken.
Hangt namelijk vaak af van de omgeving
Professional Rule:
Er is een professional nodig om de brug te slaan tussen beroepsspecialisten en
bestuurders.
College 2B:
Ontologie: wat bestaat? / zijn de categorieën die we gebruiken zinvol?
Epistemologie: hoe weten we dat? / hoe bepalen we of iets onder een bepaalde
categorie valt?
Twijfel door grote verschillen
Kan er worden gemeten of een bepaalde overheid een bepaald management paradigma
heeft?
Gezaghebbende overheid:
- Iemand wordt geroepen om het algemene belang te dienen.
- De overheid grijpt in om het algemeen belang te dienen.
o De visie op het algemeen belang moet door iedereen gedeeld worden.
- Een moreel hoogstaand iemand.
- Deugdenethiek Aristoteles: goed handelen is het product van een goed karakter.
- Gemeinschaft en Gesellschaft.
o Gemeinschaft: samenleving op basis van gedeelde waarden.
o Gesellschaft: burgers streven het eigen belang na.
- De verhouding tussen de overheid en de burgers is verticaal; autoritair.
- Autoriteit komt voort uit moreel gezag.
, Neutrale overheid:
- Centrale waarden zijn abstract en formeel i.v.m. gebrek aan inhoudelijke
overeenstemming.
- Neutrale, objectieve en transparante overheid.
- De verhouding tussen burger en overheid is nog steeds verticaal.
- Formeel in plaats van moreel.
o Minder moraliteit maar meer toetsen aan rechtszekerheid.
- De burgers worden door het recht beschermd tegen een algemeen gedeelde
moraal (gemeinschaft).
- Het belangrijkste is dat de betreffende persoon de regels goed kan begrijpen en
kan toepassen.
- De bureaucratie van Weber sluit hier goed op aan.
Efficiënt:
- Centrale waarden zijn effectiviteit en efficiëntie.
- Belangen van burgers staan centraal en niet de regels maar de resultaten tellen.
- Utilisme: zoveel mogelijk welvaart voor zoveel mogelijk mensen.
o Wel: onderdrukken van minderheden.
o Rechtsbescherming ontbreekt.
- Verhouding overheid-burger is horizontaal.
o Zelfs: omgekeerd verticaal, de burger staat boven de overheid en de
overheid is dienaar.
- Het idee van democratie is hierbij belangrijk, in plaats van het toepassen van de
rechtsregels.
- Ethiek is overbodig.
Coöperatief:
- Centrale waarden zijn publieke participatie en gedeelde verantwoordelijkheid.
- Door overheidsregulering en door nadruk op efficiëntie is de burger vervreemd
geworden.
- Overgang van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving.
- Poging om te kloof tussen gemeinschaft en gesellschaft te overbruggen.
- Autoriteit komt voort uit draagvlak.
- Management paradigma: new public governance.
- Gevaar: niet alle burgers zijn zelfredzaam.
College 3B:
Staatsrechtelijk bezwaar tegen ZBO’s: geringe (democratische) controle. ZBO’s vallen
namelijk niet onder de ministeriële controle.
Kaderwet ZBO’s: bevoegdheden van de minister ten aanzien van ZBO’s.
- Toezicht/ beleidsregels en vernietiging besluiten door de minister
Ministeriële verantwoordelijkheid:
- Verantwoording afleggen;
- Verantwoordelijk zijn.
College 1A:
Torfing’s dimensies:
- Centrale besluitvorming
- Horizontale coördinatie
- Gebruik van waarden
- Gebruik van prikkels
- Maatschappelijke betrokkenheid
Bureaucratie:
Weber inspiratie uit het verre oosten
College 1B:
Er is volgens Dales sprake van een sluipend moreel verval.
College 2A:
Op het moment dat een managementstroming als universeel wordt beschouwd, moet er
kritisch naar worden gekeken.
Hangt namelijk vaak af van de omgeving
Professional Rule:
Er is een professional nodig om de brug te slaan tussen beroepsspecialisten en
bestuurders.
College 2B:
Ontologie: wat bestaat? / zijn de categorieën die we gebruiken zinvol?
Epistemologie: hoe weten we dat? / hoe bepalen we of iets onder een bepaalde
categorie valt?
Twijfel door grote verschillen
Kan er worden gemeten of een bepaalde overheid een bepaald management paradigma
heeft?
Gezaghebbende overheid:
- Iemand wordt geroepen om het algemene belang te dienen.
- De overheid grijpt in om het algemeen belang te dienen.
o De visie op het algemeen belang moet door iedereen gedeeld worden.
- Een moreel hoogstaand iemand.
- Deugdenethiek Aristoteles: goed handelen is het product van een goed karakter.
- Gemeinschaft en Gesellschaft.
o Gemeinschaft: samenleving op basis van gedeelde waarden.
o Gesellschaft: burgers streven het eigen belang na.
- De verhouding tussen de overheid en de burgers is verticaal; autoritair.
- Autoriteit komt voort uit moreel gezag.
, Neutrale overheid:
- Centrale waarden zijn abstract en formeel i.v.m. gebrek aan inhoudelijke
overeenstemming.
- Neutrale, objectieve en transparante overheid.
- De verhouding tussen burger en overheid is nog steeds verticaal.
- Formeel in plaats van moreel.
o Minder moraliteit maar meer toetsen aan rechtszekerheid.
- De burgers worden door het recht beschermd tegen een algemeen gedeelde
moraal (gemeinschaft).
- Het belangrijkste is dat de betreffende persoon de regels goed kan begrijpen en
kan toepassen.
- De bureaucratie van Weber sluit hier goed op aan.
Efficiënt:
- Centrale waarden zijn effectiviteit en efficiëntie.
- Belangen van burgers staan centraal en niet de regels maar de resultaten tellen.
- Utilisme: zoveel mogelijk welvaart voor zoveel mogelijk mensen.
o Wel: onderdrukken van minderheden.
o Rechtsbescherming ontbreekt.
- Verhouding overheid-burger is horizontaal.
o Zelfs: omgekeerd verticaal, de burger staat boven de overheid en de
overheid is dienaar.
- Het idee van democratie is hierbij belangrijk, in plaats van het toepassen van de
rechtsregels.
- Ethiek is overbodig.
Coöperatief:
- Centrale waarden zijn publieke participatie en gedeelde verantwoordelijkheid.
- Door overheidsregulering en door nadruk op efficiëntie is de burger vervreemd
geworden.
- Overgang van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving.
- Poging om te kloof tussen gemeinschaft en gesellschaft te overbruggen.
- Autoriteit komt voort uit draagvlak.
- Management paradigma: new public governance.
- Gevaar: niet alle burgers zijn zelfredzaam.
College 3B:
Staatsrechtelijk bezwaar tegen ZBO’s: geringe (democratische) controle. ZBO’s vallen
namelijk niet onder de ministeriële controle.
Kaderwet ZBO’s: bevoegdheden van de minister ten aanzien van ZBO’s.
- Toezicht/ beleidsregels en vernietiging besluiten door de minister
Ministeriële verantwoordelijkheid:
- Verantwoording afleggen;
- Verantwoordelijk zijn.