7.2 Leerlingen met specifieke pedagogische en didactische behoeften
Een professionele leraar verdiept zich in de achtergrond van zijn leerlingen en probeert het
gedrag te begrijpen en zijn handelingen daarop af te stemmen.
Van de volgende leerlingen leg ik uit wat de stoornis inhoudt en hoe je er in de klas rekening
mee kunt houden:
ADHD-leerlingen
Autistische leerlingen
Leerlingen met PDD-NOS
Leerlingen met het syndroom van Asperger
Dyslectische leerlingen
Hoogbegaafde leerlingen
Faalangstige leerlingen
ADHD-leerlingen
Deze leerlingen hebben als kenmerken een aandachtsstoornis, overmatige impulsiviteit en
bewegingsonrust. De mate waarin leerlingen deze kenmerken vertonen kan verschillen.
Leerlingen met ADHD hebben meer risico op leerstoornissen door een gebrekkige oriëntatie.
Aanbevelingen:
- Een observatieschema bijhouden, waardoor je een bepaalde structuur in het gedrag van de
leerling gaat herkennen. Je kunt dan verbanden gaan zien tussen hun gedrag en de situatie
en daarop inspelen.
- Vermijd afwijkende roosters, uitvallende docenten en steeds wisselend samengestelde
groepjes.
- Beperk het aantal prikkels. ADHD-leerlingen hebben belang bij rust structuur, dus vermijd
volgeschreven borden, gebruik van meerdere media etc.
- Consequente aanpak!
- Geef cognitief zwakkere ADHD-leerlingen kleine uitvoerbare taken. De spanningsboog mag
niet te groot zijn en taken moeten afgewisseld worden met kleine pauzes.
In het Handboek voor Leraren staan nog veel meer aanbevelingen, ook voor specifieke
gedragingen.
Autistische leerlingen
De meeste autisten weten dat zijn autistisch zijn en weten dan ook wel wat hun
mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Er zijn veel vormen van autisme. Vaak is een
leerling niet volledig autistisch, maar vertoont hij of zijn wel autistische trekken:
- een lage score in IQ-tests op verbale, dus talige onderdelen. Een hoge score bij ruimtelijk
ordenen, cijfers en symbolen;
- onhandigheid in sociale situaties. Ze voelen niet goed aan wat er in de ander omgaat.
Kenmerkend voor autistische leerlingen is hun onvermogen tot gewone conversatie te
komen.
- Onsamenhangend denken dat ver van de werkelijkheid af staat. Omdat ze moeilijk
communiceren is hun denkpatroon dan ook moeilijk vast te stellen.
Een professionele leraar verdiept zich in de achtergrond van zijn leerlingen en probeert het
gedrag te begrijpen en zijn handelingen daarop af te stemmen.
Van de volgende leerlingen leg ik uit wat de stoornis inhoudt en hoe je er in de klas rekening
mee kunt houden:
ADHD-leerlingen
Autistische leerlingen
Leerlingen met PDD-NOS
Leerlingen met het syndroom van Asperger
Dyslectische leerlingen
Hoogbegaafde leerlingen
Faalangstige leerlingen
ADHD-leerlingen
Deze leerlingen hebben als kenmerken een aandachtsstoornis, overmatige impulsiviteit en
bewegingsonrust. De mate waarin leerlingen deze kenmerken vertonen kan verschillen.
Leerlingen met ADHD hebben meer risico op leerstoornissen door een gebrekkige oriëntatie.
Aanbevelingen:
- Een observatieschema bijhouden, waardoor je een bepaalde structuur in het gedrag van de
leerling gaat herkennen. Je kunt dan verbanden gaan zien tussen hun gedrag en de situatie
en daarop inspelen.
- Vermijd afwijkende roosters, uitvallende docenten en steeds wisselend samengestelde
groepjes.
- Beperk het aantal prikkels. ADHD-leerlingen hebben belang bij rust structuur, dus vermijd
volgeschreven borden, gebruik van meerdere media etc.
- Consequente aanpak!
- Geef cognitief zwakkere ADHD-leerlingen kleine uitvoerbare taken. De spanningsboog mag
niet te groot zijn en taken moeten afgewisseld worden met kleine pauzes.
In het Handboek voor Leraren staan nog veel meer aanbevelingen, ook voor specifieke
gedragingen.
Autistische leerlingen
De meeste autisten weten dat zijn autistisch zijn en weten dan ook wel wat hun
mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Er zijn veel vormen van autisme. Vaak is een
leerling niet volledig autistisch, maar vertoont hij of zijn wel autistische trekken:
- een lage score in IQ-tests op verbale, dus talige onderdelen. Een hoge score bij ruimtelijk
ordenen, cijfers en symbolen;
- onhandigheid in sociale situaties. Ze voelen niet goed aan wat er in de ander omgaat.
Kenmerkend voor autistische leerlingen is hun onvermogen tot gewone conversatie te
komen.
- Onsamenhangend denken dat ver van de werkelijkheid af staat. Omdat ze moeilijk
communiceren is hun denkpatroon dan ook moeilijk vast te stellen.