Toets goederenrecht 27 januari 2014
Vraag 1
Aluminium Nederland (hierna: AN) verkoopt en levert op 4 november 2013 70 aluminium profielen
aan rolluikenfabrikant Protector. AN vergeet daarbij een eigendomsvoorbehoud te bedingen. Op 18
november verkoopt en levert AN aan Protector een volgende partij van 50 aluminium profielen van
dezelfde soort als de eerder geleverde partij. Bij deze tweede levering bedingt AN wel een
eigendomsvoorbehoud. Bij beide leveringen wordt op de leveringsdatum een factuur overhandigd
die betaald moet worden binnen 14 dagen.
Protector heeft op 5 februari 2013 een krediet in rekening-courant gekregen van ING. Op die datum
staat Protector € 14.547 positief op deze rekening-courant. Ter verzekering van de terugbetaling
heeft Protector op 5 februari 2013 op al haar huidige en toekomstige voorraden en op al haar
huidige en toekomstige machines een stil pandrecht gevestigd ten behoeve van ING.
Protector maakt steeds meer verlies en wordt op 12 december 2013 failliet verklaard. De facturen
van AN zijn onbetaald gebleven. De fiscus heeft nog een vordering op Protector wegens niet-
afgedragen loonbelasting.
A AN beroept zich op haar eigendomsvoorbehoud en vraagt de curator om afgifte van de
aluminium profielen die nog onverwerkt bij Protector liggen. De curator meldt dat er in het magazijn
van Protector een grote stapel met 76 profielen ligt die van AN afkomstig zijn, maar bestrijdt dat AN
van deze profielen eigenaar is. Kan AN zich op een eigendomsvoorbehoud beroepen?
B Kan AN op andere wijze dan met een beroep op een eigendomsvoorbehoud de profielen
terugeisen?
C ING wil zich beroepen op haar pandrecht op de voorraad elektromotoren van Protector. De
curator merkt echter op dat de fiscus voorrang heeft op de opbrengst van de motoren. Is de
bewering van de curator juist?
D Wie mag zich op de in vraag 1c genoemde motoren verhalen?
E Hoe kan Protector al op 5 februari een stil pandrecht vestigen ten behoeve van ING terwijl
ING op die datum geen vordering had op Protector?
Vraag 1
Aluminium Nederland (hierna: AN) verkoopt en levert op 4 november 2013 70 aluminium profielen
aan rolluikenfabrikant Protector. AN vergeet daarbij een eigendomsvoorbehoud te bedingen. Op 18
november verkoopt en levert AN aan Protector een volgende partij van 50 aluminium profielen van
dezelfde soort als de eerder geleverde partij. Bij deze tweede levering bedingt AN wel een
eigendomsvoorbehoud. Bij beide leveringen wordt op de leveringsdatum een factuur overhandigd
die betaald moet worden binnen 14 dagen.
Protector heeft op 5 februari 2013 een krediet in rekening-courant gekregen van ING. Op die datum
staat Protector € 14.547 positief op deze rekening-courant. Ter verzekering van de terugbetaling
heeft Protector op 5 februari 2013 op al haar huidige en toekomstige voorraden en op al haar
huidige en toekomstige machines een stil pandrecht gevestigd ten behoeve van ING.
Protector maakt steeds meer verlies en wordt op 12 december 2013 failliet verklaard. De facturen
van AN zijn onbetaald gebleven. De fiscus heeft nog een vordering op Protector wegens niet-
afgedragen loonbelasting.
A AN beroept zich op haar eigendomsvoorbehoud en vraagt de curator om afgifte van de
aluminium profielen die nog onverwerkt bij Protector liggen. De curator meldt dat er in het magazijn
van Protector een grote stapel met 76 profielen ligt die van AN afkomstig zijn, maar bestrijdt dat AN
van deze profielen eigenaar is. Kan AN zich op een eigendomsvoorbehoud beroepen?
B Kan AN op andere wijze dan met een beroep op een eigendomsvoorbehoud de profielen
terugeisen?
C ING wil zich beroepen op haar pandrecht op de voorraad elektromotoren van Protector. De
curator merkt echter op dat de fiscus voorrang heeft op de opbrengst van de motoren. Is de
bewering van de curator juist?
D Wie mag zich op de in vraag 1c genoemde motoren verhalen?
E Hoe kan Protector al op 5 februari een stil pandrecht vestigen ten behoeve van ING terwijl
ING op die datum geen vordering had op Protector?