College 1 Fysiologie, PK (pharmacokinetiek) en primary PK parameters
- Pharmacokinetiek: beschrijft de processen van absorptie, distributie en eliminatie
(metabolisme en excretie).
- Op de plaats van werking krijg je de binding van een stof aan een target welke een
effect veroorzaakt.
-
-Intravenous: geen absorptie.
- Oraal is de meest gebruikte route.
- Dunne darm:
o Processing of food and all other compounds
o Grote toename in oppervlakte door microvilli
o Meest belangrijk bij absorptie van voedsel componenten en geneesmiddelen.
o Er is een aanvoerend vat, de artery, en een afvoerendvat, ader.
- lever circulatie
o bloedstroom naar en door de lever:
poortader
lever ader: 1.5 L/min
o functies van de lever:
processing van eten en exogenous componenten en geneesmiddelen
syntehse van een verbinding
productie en uitscheiding van hormonen
, - Absorptie:
o Oral administration:
o Afhankelijk van condities van persoon en de manier waarop het gebeurd.
o Bio-beschikbaarheid: mate van absorptie, zegt niets over de snelheid!
- Metabolisme en detoxificatie
o Fase 1:
Compound meer reactief maken
CYP-450
o Fase 2:
Meer hydrofiel maken
Glucanoridering, sulfonering, glutathion
o Eliminatie via gal naar darm of via circulatie naar de nieren.
- Bij I.V. komt 100% in de bloedbaan. TC = target concentratie. Deze concentratie
moet je in ieder geval halen om een effect te krijgen.
- Distributie: als de stof in de circulatie zit en wordt uitgewisseld met weefsel. Dit gaat
heen en weer. Afhankelijk van de stof is vet in de cellen belangrijk.
o Wordt voor een groot deel bepaald voor transport over een membraan.
o Hydrofiele geneesmiddelen gaan moeilijk over het membraan, lipofiele
stoffen makkelijk. Deze kunnen echter wel blijven hangen in het membraan
als ze te lipofiel zijn.
o Plasma eiwitten: plasma eiwit binding van een geneesmiddel kan veranderen.
Relatief stabiel: albumine, globulines (alfa, beta gamma), Clotting
factors (fibrinogeen, prothrombine), transferine.
Variabel: acute phase proteins (inflammation, stress, wounds), alfa1-
zuur glycoproteine, C-reactief protein, fibrinogeen.
o intravasculair volume: in de artery (5%). Intracellulaire volume (40%),
interstitieel volume (15%), vet (paar %). Stoffen komen niet de artery uit als
ze eiwit-gebonden zijn of erg groot zijn.
- Eliminatie
o Belangrijkste route gaat via de nieren.
o De lever kan stoffen omzetten en hydrofieler maken zodat het via de nieren
kan worden uitgescheiden.
o Excretie van de gal komt in het maag-darmkanaal terecht.
o Met zweet en olie via de huid kan je ook stof kwijtraken.
o Nier: water oplosbare geneesmiddelen worden uitgescheiden door de nieren.
Dit wordt beinvloed door:
Bloedstroom door de nieren.