Probleem 3 bedankt voor het advies. En nu?
Leerdoelen:
1. Welke visies en behandelingsmodellen zijn er voor de behandeling van
problemen?
a. Doel en werkwijze
2. Welke interventie is geschikt voor Fred?
a. Voorwaarden waarom
b. ART
Welke visies en behandelingsmodellen zijn er voor de behandeling van
problemen?
Interventiemodellen
- Interventie is een term die een ruime betekenis hefet en diverse vormen van hulpverlening kan omvatten, zoals: preventief/
curatief, direct/ indirect, individugericht/ groepsgericht, incidenteel/ continu en binnen/ buiten het gezin.
- Er zijn 4 stappen volgens Ruijssenaars:
-
- Prochaska en DiClemente: het tot stand brengen van motivatie voor hulp. Het ontwikkelen van motivatie verloopt volgens deze
auteurs in een aantal fasen: voorbeschouwing, overpeinzing, besluitvorming en actie. Daarnaast moet de hulpverlening voorzien
in onderhoud, consolidatie en tegengaan van terugval.
o Voorbeschouwing: cliënt is niet bewust van zijn probleem en onderneemt geen actie
o Overpeinzing: cliënt is wel bewust van probleem maar neemt geen actie
o Besluitvorming: cliënt bewust van probleem en neemt actie.
Orthopedagogische behandelingsmodellen
- Kok: eerste orthopedagoog die integraal behandleingsmodel heeft ontwikkeld. Maakt onderscheid tussen functioneel opvoeden
(opvoeden als het optimaliseren van een op relatie gericht proces) en intentioneel opvoeden (opvoeden als bewust handelen,
gericht op vastomlijnde doelen)
- Kinderen die in hun gedragingen eenzelfde vraag om hulp stellen, schaart kok onder een noemer: het vraagstellingstype. Op
grond van een indeling van vraagstellingstypen is het mogelijk om handelingstrategieen te ontwikkelen.
-
- Drietal aspecten kinderlijke ontwikkeling:
o Affectief: het welbevinden van het kind en de mogelijkheid om een relatie aan te gaan.
o Cognitief: analytisch vermogen en de flexibiliteit.
o Conatief: aanleg en eigenheid van het kind.
- Van Heteren, Smits en van Veen (2001) ; Vraagstelling ordenend systeem
- De analyse heeft betrekking op de ontwikkeling van het kind, op de opvoedingssituatie en op de beïnvloedende
omstandigheden. Vervolgens wordt het vraagstellingtype vastgelegd, dat specifiek, intentioneel opvoeden nodig maakt op basis
van het behandelingsplan, waarbij het orthopedagogisch handelen wordt geformuleerd in termen van het aangaan van relaties,
het creëren van klimaat en het hanteren van situaties.
Leerdoelen:
1. Welke visies en behandelingsmodellen zijn er voor de behandeling van
problemen?
a. Doel en werkwijze
2. Welke interventie is geschikt voor Fred?
a. Voorwaarden waarom
b. ART
Welke visies en behandelingsmodellen zijn er voor de behandeling van
problemen?
Interventiemodellen
- Interventie is een term die een ruime betekenis hefet en diverse vormen van hulpverlening kan omvatten, zoals: preventief/
curatief, direct/ indirect, individugericht/ groepsgericht, incidenteel/ continu en binnen/ buiten het gezin.
- Er zijn 4 stappen volgens Ruijssenaars:
-
- Prochaska en DiClemente: het tot stand brengen van motivatie voor hulp. Het ontwikkelen van motivatie verloopt volgens deze
auteurs in een aantal fasen: voorbeschouwing, overpeinzing, besluitvorming en actie. Daarnaast moet de hulpverlening voorzien
in onderhoud, consolidatie en tegengaan van terugval.
o Voorbeschouwing: cliënt is niet bewust van zijn probleem en onderneemt geen actie
o Overpeinzing: cliënt is wel bewust van probleem maar neemt geen actie
o Besluitvorming: cliënt bewust van probleem en neemt actie.
Orthopedagogische behandelingsmodellen
- Kok: eerste orthopedagoog die integraal behandleingsmodel heeft ontwikkeld. Maakt onderscheid tussen functioneel opvoeden
(opvoeden als het optimaliseren van een op relatie gericht proces) en intentioneel opvoeden (opvoeden als bewust handelen,
gericht op vastomlijnde doelen)
- Kinderen die in hun gedragingen eenzelfde vraag om hulp stellen, schaart kok onder een noemer: het vraagstellingstype. Op
grond van een indeling van vraagstellingstypen is het mogelijk om handelingstrategieen te ontwikkelen.
-
- Drietal aspecten kinderlijke ontwikkeling:
o Affectief: het welbevinden van het kind en de mogelijkheid om een relatie aan te gaan.
o Cognitief: analytisch vermogen en de flexibiliteit.
o Conatief: aanleg en eigenheid van het kind.
- Van Heteren, Smits en van Veen (2001) ; Vraagstelling ordenend systeem
- De analyse heeft betrekking op de ontwikkeling van het kind, op de opvoedingssituatie en op de beïnvloedende
omstandigheden. Vervolgens wordt het vraagstellingtype vastgelegd, dat specifiek, intentioneel opvoeden nodig maakt op basis
van het behandelingsplan, waarbij het orthopedagogisch handelen wordt geformuleerd in termen van het aangaan van relaties,
het creëren van klimaat en het hanteren van situaties.