1. De funderingstypen kunnen beschrijven m.b.t. het funderen op staal.
a. Gemetselde fundering
b. Stampbeton fundering
c. Strokenfundering
d. Plaatfundering
e. Strokenfundering met verstevigingsrib
f. Fundering met vorstrand
g. Fundering op putringen
h. Prefab bekisting
2. Verschil kunnen beschrijven tussen een schroefpaal en een boorpaal.
a. Een schroefpaal is grond verdringend en een boorpaal is niet-grond verdringend
3. Waarvan wordt de bodemafsluiting gemaakt en wat zijn de voor- en nadelen?
a. Bodemafsluiting wordt gemaakt van een verdicht zandpakket van circa 300mm of
een laag stampbeton van 70mm
b. Nadeel; het kan wegzakken tot wel 600mm
c. Voordelen; geen stank en vochtoverlast; behoud van houten balken en vloeren
4. Waarvoor dient de kim bij een kelder?
a. Het verkleint de kans op lekkage
5. Waar wordt en ventilatiekoker toegepast?
a. In de kruipruimte; om te voorkomen dat er zich vocht gaat vormen
6. Wat zijn de voor- en nadelen m.b.t prefab betonpalen?
a. Voordelen; grote toelaatbare druksterkte; gelijkwaardige kwaliteit; hoog
draagvermogen
b. Nadelen; duur; zwaar transport; hijs- en transportwapening vereist
7. Wat zijn de eisen aan een fundering?
a. De fundering moet bestand zijn tegen invloeden van buitenaf, zoals; grond, dieren,
planten en grondwater
b. Ondergrond mag niet te veel worden samengedrukt
c. Geen ongelijkmatige zettingen
d. Veilige draagkracht
e. Het moet voldoende stijf zijn
8. Welk nadeel hebben houten funderingspalen?
a. Ze hebben een laag draagvermogen en kunnen alleen worden toegepast als ze
geheel onder water staan
9. Wat verstaan we onder een kelderkoekoek?
a. Een onderdeel van een wandconstructie aan de kelder en wordt ondersteund door
uitdragend metselwerk of beton
10. Welke ontwerpregel geldt er voor de aanlegbreedte van een fundering?
a. Aanlegbreedte is ongeveer 2 tot 2,5x de dikte van het opgaande werk
b. Dus: muur 300mm aanlegbreedte 750mm
1