Deel 3 Interactionele kant van hulp- en dienstverlening
H7 Common factors in de hulp- en dienstverlening
Common factors: factoren die niet specifiek zijn voor een bepaalde benadering, maar die altijd een
rol spelen (is in hoofdstuk 5 besproken).
Common factors in de hulpverleningsinteractie
(worden in volgende paragrafen besproken)
7.1 De relatie cliënt – hulpverlener
Een goede relatie is de belangrijkste factor voor de hulpverlening kun je wel zeggen. Een goede
relatie maakt de werking van andere factoren mogelijk. De werking van de overige factoren
bevorderen de relatie weer. Er is sprake van een circulaire werking.
Er werd in het schema gesproken over ‘een goede relatie die berust op zowel reële als
toebedachte of toegeschreven kwaliteiten van zowel de cliënt als de hulpverlener’. Dat houdt twee
zaken in:
De relatie is uiteindelijk een interpretatie door de betrokkenen: het gaat erom hoe zij elkaar
zien en beleven.
Die interpretatie speelt van weerszijden een rol. Vaak wordt de kant van de cliënt benadrukt:
hoe kijkt hij een tegen de hulpverlener? Maar even belangrijk is de kant van de hulpverlener:
hoe kijkt hij aan tegen de cliënt?
Waarom is een goede relatie tussen cliënt en hulpverlener zo belangrijk? Hulpverlenen is een proces
van verandering voor de cliënt: verandering bij zichzelf en/of in de situatie. Er moet ‘iets’ gebeuren
en aan dat iets moet de cliënt zijn bijdrage leveren. De interactie tussen hulpverlener en cliënt kun je
kenmerken als een proces van beïnvloeden en een proces van leren. Elke inbreng van de
hulpverlener betekent immers een of andere vorm van beïnvloeden of overtuigen van de cliënt en
van andere/nieuwe indrukken, ervaringen, noties (leren) bij de cliënt. De cliënt moet niet alleen
horen en begrijpen, maar ook aannemen dat iets waar is. Met andere woorden: de cliënt moet ervan
overtuigd zijn dat hij de ander kan vertrouwen.