Straffen en criminaliteit
7. Straffen en criminaliteit
7.2. De penologie
De studie van de doelstellingen en effectiviteit van formele straffen wordt van oudsher aangeduid als
de penologie. De penologie bestudeert de doelstellingen van wettelijke straffen, de toepassing ervan in
de praktijk en de uitwerking ervan op de gestraften of op andere groepen zoals potentiële plegers van
delicten. De moderne penologie omvat niet uitsluitend de door de rechter opgelegde straffen en
maatregelen, maar alle strafrechtelijke sancties. Hieronder vallen ook de afdoeningen door het
Openbaar Ministerie buiten de rechter om.
De criteria die bij de sanctioneringsbeslissingen van het Openbaar Ministerie en de rechter in concrete
zaken een rol spelen, behoren tot het deelgebied van de penologie dat als empirisch
straftoemetingsonderzoek bekendstaat. Het onderzoek is vooral gericht op de mogelijkheden om
(gevangenis)straffen zo goed mogelijk te benutten voor het voorkomen van recidive en de
voorbereiding van de gedetineerde op zijn terugkeer in de samenleving.
7.1.2. Straffen in het (straf)recht
In ons rechtssysteem maken we onderscheid tussen het burgerlijk recht, het staats- en bestuursrecht,
het strafrecht en het tuchtrecht. De verschillende rechtsgebieden hebben elk hun eigen sanctiesysteem.
Het burgerlijk recht kent bijvoorbeeld de verplichting tot de betaling van schadevergoeding als gevolg
van een onrechtmatige daad of van een dwangsom bij niet-naleving van een rechterlijk bevel. Ook het
bestuursrecht kent de dwangsom en de schadevergoeding. Het tuchtrecht van medische hulpverleners
of advocaten kent eveneens een arsenaal van sanctie waaronder berisping en uitsluiting van de
beroepsuitoefening. Deze sancties zijn geen criminele straffen: deze vinden we uitsluitend in het
strafrecht.
Het verschil tussen criminele straffen en andere sancties ligt vooral daarin dat de eerste in veel sterkere
mate dan alle andere sancties fundamentele rechten en vrijheden van de burgers inperken. Straffen in
het strafrecht moeten dus met bijzondere waarborgen zijn omgeven:
Het nulla poena beginsel. Criminele straffen moeten voordat het misdrijf is gepleegd bij de
wet zijn vastgesteld voordat zij kunnen worden opgelegd (artikel 1, lid 1 WvSr). Dit beginsel,
dat teruggaat tot het werk van Beccaria, beschermt de burger tegen willekeurige of
onverwacht harde straffen.
Het strafrecht in een democratische rechtsorde gaat uit van een ethisch minimum, dat wil
zeggen dat het in principe geen normen oplegt die niet algemeen aanvaard worden. Het
strafrecht moet, met andere woorden, niet proberen de bevolking nieuwe normen bij te
brengen, maar slechts algemeen aanvaarde kernnormen handhaven. Dit uitgangspunt is van
groot belang omdat een strafrechtspleging die normen handhaaft die niet in brede kring
worden onderschreven, al snel maatschappelijk draagvlak zal verliezen en als onderdrukkend
zal worden ervaren.
7.2. Doelstellingen van straffen en strafrechttheorieën
Het door de staat bewust en opzettelijk
toevoegen van leed aan burgers wordt niet
als iets vanzelfsprekends ervaren. Het moet
dus steeds opnieuw filosofisch of
wereldbeschouwelijk worden gefundeerd. De
criminologie en penologie kunnen daarbij
door hun onderzoek naar de feitelijke
uitwerking van straffen in de praktijk een
belangrijke rol spelen.
Binnen de strafrechtstheorieën kunnen drie
hoofdgroepen worden onderscheiden: de
absolute theorieën, de relatieve theorieën en
de verenigingstheorieën.
7. Straffen en criminaliteit
7.2. De penologie
De studie van de doelstellingen en effectiviteit van formele straffen wordt van oudsher aangeduid als
de penologie. De penologie bestudeert de doelstellingen van wettelijke straffen, de toepassing ervan in
de praktijk en de uitwerking ervan op de gestraften of op andere groepen zoals potentiële plegers van
delicten. De moderne penologie omvat niet uitsluitend de door de rechter opgelegde straffen en
maatregelen, maar alle strafrechtelijke sancties. Hieronder vallen ook de afdoeningen door het
Openbaar Ministerie buiten de rechter om.
De criteria die bij de sanctioneringsbeslissingen van het Openbaar Ministerie en de rechter in concrete
zaken een rol spelen, behoren tot het deelgebied van de penologie dat als empirisch
straftoemetingsonderzoek bekendstaat. Het onderzoek is vooral gericht op de mogelijkheden om
(gevangenis)straffen zo goed mogelijk te benutten voor het voorkomen van recidive en de
voorbereiding van de gedetineerde op zijn terugkeer in de samenleving.
7.1.2. Straffen in het (straf)recht
In ons rechtssysteem maken we onderscheid tussen het burgerlijk recht, het staats- en bestuursrecht,
het strafrecht en het tuchtrecht. De verschillende rechtsgebieden hebben elk hun eigen sanctiesysteem.
Het burgerlijk recht kent bijvoorbeeld de verplichting tot de betaling van schadevergoeding als gevolg
van een onrechtmatige daad of van een dwangsom bij niet-naleving van een rechterlijk bevel. Ook het
bestuursrecht kent de dwangsom en de schadevergoeding. Het tuchtrecht van medische hulpverleners
of advocaten kent eveneens een arsenaal van sanctie waaronder berisping en uitsluiting van de
beroepsuitoefening. Deze sancties zijn geen criminele straffen: deze vinden we uitsluitend in het
strafrecht.
Het verschil tussen criminele straffen en andere sancties ligt vooral daarin dat de eerste in veel sterkere
mate dan alle andere sancties fundamentele rechten en vrijheden van de burgers inperken. Straffen in
het strafrecht moeten dus met bijzondere waarborgen zijn omgeven:
Het nulla poena beginsel. Criminele straffen moeten voordat het misdrijf is gepleegd bij de
wet zijn vastgesteld voordat zij kunnen worden opgelegd (artikel 1, lid 1 WvSr). Dit beginsel,
dat teruggaat tot het werk van Beccaria, beschermt de burger tegen willekeurige of
onverwacht harde straffen.
Het strafrecht in een democratische rechtsorde gaat uit van een ethisch minimum, dat wil
zeggen dat het in principe geen normen oplegt die niet algemeen aanvaard worden. Het
strafrecht moet, met andere woorden, niet proberen de bevolking nieuwe normen bij te
brengen, maar slechts algemeen aanvaarde kernnormen handhaven. Dit uitgangspunt is van
groot belang omdat een strafrechtspleging die normen handhaaft die niet in brede kring
worden onderschreven, al snel maatschappelijk draagvlak zal verliezen en als onderdrukkend
zal worden ervaren.
7.2. Doelstellingen van straffen en strafrechttheorieën
Het door de staat bewust en opzettelijk
toevoegen van leed aan burgers wordt niet
als iets vanzelfsprekends ervaren. Het moet
dus steeds opnieuw filosofisch of
wereldbeschouwelijk worden gefundeerd. De
criminologie en penologie kunnen daarbij
door hun onderzoek naar de feitelijke
uitwerking van straffen in de praktijk een
belangrijke rol spelen.
Binnen de strafrechtstheorieën kunnen drie
hoofdgroepen worden onderscheiden: de
absolute theorieën, de relatieve theorieën en
de verenigingstheorieën.