Psychologisch perspectief
4. Verklaringen voor criminaliteit: het psychologische perspectief
Het zoeken naar de kenmerkende eigenschappen van de ‘geboren misdadiger’ (‘l’uomo delinquente’)
behoort tot de oudste vormen van criminologisch onderzoek. Tegenwoordig worden dergelijke
persoonsgerichte verklaringen voor crimineel gedrag vooral ontleend aan inzichten uit de psychologie.
De volgende subdisciplines binnen de psychologie zijn voor de criminologie het meeste van belang:
Persoonlijkheidspsychologie: dit heeft tot doel het vinden van karakteristieke gedrags- en
denkpatronen die kenmerkend zijn voor verschillende typen van individuen. De nadruk wordt
gelegd op de consistentie van het denken en het gedrag van categorieën personen in
verschillende situaties.
Sociale psychologie: bestudeert de wijze waarop de gedachten, de gevoelens en de
gedragingen van de persoon worden beïnvloed door andere personen. Het aandachtsgebied
van de sociale psychologie overlapt enigermate met dat van de sociologie. Speciaal de
structuur en het functioneren van kleine groepen krijgen de aandacht. De focus ligt op de
onmiddellijke invloed van situationele variabelen op gedrag.
Ontwikkelingspsychologie: hier wordt onderzocht op welke wijze psychologische processen
als emoties, motieven, waarnemen, denkpatronen, conflicten en conflicthantering ontstaan en
veranderen in de loop van een mensenleven. Vooral invloeden in de jeugd, in het bijzonder de
invloed van opvoeding, krijgen veel aandacht.
Leerpsychologie: hier richt men zich op relatief permanente gedragsveranderingen als
resultaat van eerder opgedane ervaringen. Verschillende wijzen van leren, en de condities
waaronder deze plaatsvinden, vormen het hoofdonderwerp van onderzoek.
Criminologen richten zich in hun onderzoeken doorgaans op gedrag dat door de wetgever strafbaar is
gesteld. Een nadeel van deze gerichtheid op criminaliteit is dat de onderzoeker zich afhankelijk maakt
van de wijze waarop het door hem te bestuderen gedrag door anderen, namelijk de wetgever, is
omschreven. Deze officiële definitie van het te bestuderen gedrag weerspiegelt de morele opvattingen
van de wetgever en kan per land verschillen.
4.1. De gedragsvormen die in dit kader door psychologen worden bestudeerd
4.1.1. Antisociaal gedrag
Een voor de criminologie relevante categorie van gedragingen waarnaar door psychologen onderzoek
wordt verricht is ‘antisociaal gedrag’. Als vormen hiervan worden door psychologen gezien:
Riskant gedrag: gedrag dat op zichzelf niet crimineel hoeft te zijn, maar wel als risicovol
wordt gezien (roken, alcoholmisbruik).
Gedragingen die als problematisch worden gezien bij minderjarigen zoals weglopen van huis
of spijbelen. In de VS is zulk gedrag (evenals alcoholgebruik) voor minderjarigen vaak
strafbaar gesteld als zogenaamde status offences.
Slachtofferloze delicten (drugsgebruik en prostitutie): feiten die in bepaalde landen strafbaar
zijn gesteld om individuen te beschermen tegen zichzelf, of op morele gronden.
Criminaliteit in al zijn facetten.
Volgens psychologen zijn er aanwijzingen voor antisociaal gedrag indien een persoon minstens drie
van de volgende vijftien gedragingen vertoont. Het vertonen van drie of meer gedragsvormen wordt
bij kinderen het hebben van een conduct disorder genoemd. De persoon:
Pest, bedreigt of intimideert vaak anderen.
Neemt vaak het initiatief tot vechtpartijen.
Heeft een wapen (ook fles, knuppel, etcetera) gebruikt dat anderen ernstig letsel kan
toebrengen.
Heeft mensen mishandeld.
Heeft dieren mishandeld.
Heeft in direct contact iets van iemand gestolen.
Heeft iemand tot seks gedwongen.
Was betrokken bij opzettelijke brandstichting.
Vernielde met opzet eigendommen van anderen.
4. Verklaringen voor criminaliteit: het psychologische perspectief
Het zoeken naar de kenmerkende eigenschappen van de ‘geboren misdadiger’ (‘l’uomo delinquente’)
behoort tot de oudste vormen van criminologisch onderzoek. Tegenwoordig worden dergelijke
persoonsgerichte verklaringen voor crimineel gedrag vooral ontleend aan inzichten uit de psychologie.
De volgende subdisciplines binnen de psychologie zijn voor de criminologie het meeste van belang:
Persoonlijkheidspsychologie: dit heeft tot doel het vinden van karakteristieke gedrags- en
denkpatronen die kenmerkend zijn voor verschillende typen van individuen. De nadruk wordt
gelegd op de consistentie van het denken en het gedrag van categorieën personen in
verschillende situaties.
Sociale psychologie: bestudeert de wijze waarop de gedachten, de gevoelens en de
gedragingen van de persoon worden beïnvloed door andere personen. Het aandachtsgebied
van de sociale psychologie overlapt enigermate met dat van de sociologie. Speciaal de
structuur en het functioneren van kleine groepen krijgen de aandacht. De focus ligt op de
onmiddellijke invloed van situationele variabelen op gedrag.
Ontwikkelingspsychologie: hier wordt onderzocht op welke wijze psychologische processen
als emoties, motieven, waarnemen, denkpatronen, conflicten en conflicthantering ontstaan en
veranderen in de loop van een mensenleven. Vooral invloeden in de jeugd, in het bijzonder de
invloed van opvoeding, krijgen veel aandacht.
Leerpsychologie: hier richt men zich op relatief permanente gedragsveranderingen als
resultaat van eerder opgedane ervaringen. Verschillende wijzen van leren, en de condities
waaronder deze plaatsvinden, vormen het hoofdonderwerp van onderzoek.
Criminologen richten zich in hun onderzoeken doorgaans op gedrag dat door de wetgever strafbaar is
gesteld. Een nadeel van deze gerichtheid op criminaliteit is dat de onderzoeker zich afhankelijk maakt
van de wijze waarop het door hem te bestuderen gedrag door anderen, namelijk de wetgever, is
omschreven. Deze officiële definitie van het te bestuderen gedrag weerspiegelt de morele opvattingen
van de wetgever en kan per land verschillen.
4.1. De gedragsvormen die in dit kader door psychologen worden bestudeerd
4.1.1. Antisociaal gedrag
Een voor de criminologie relevante categorie van gedragingen waarnaar door psychologen onderzoek
wordt verricht is ‘antisociaal gedrag’. Als vormen hiervan worden door psychologen gezien:
Riskant gedrag: gedrag dat op zichzelf niet crimineel hoeft te zijn, maar wel als risicovol
wordt gezien (roken, alcoholmisbruik).
Gedragingen die als problematisch worden gezien bij minderjarigen zoals weglopen van huis
of spijbelen. In de VS is zulk gedrag (evenals alcoholgebruik) voor minderjarigen vaak
strafbaar gesteld als zogenaamde status offences.
Slachtofferloze delicten (drugsgebruik en prostitutie): feiten die in bepaalde landen strafbaar
zijn gesteld om individuen te beschermen tegen zichzelf, of op morele gronden.
Criminaliteit in al zijn facetten.
Volgens psychologen zijn er aanwijzingen voor antisociaal gedrag indien een persoon minstens drie
van de volgende vijftien gedragingen vertoont. Het vertonen van drie of meer gedragsvormen wordt
bij kinderen het hebben van een conduct disorder genoemd. De persoon:
Pest, bedreigt of intimideert vaak anderen.
Neemt vaak het initiatief tot vechtpartijen.
Heeft een wapen (ook fles, knuppel, etcetera) gebruikt dat anderen ernstig letsel kan
toebrengen.
Heeft mensen mishandeld.
Heeft dieren mishandeld.
Heeft in direct contact iets van iemand gestolen.
Heeft iemand tot seks gedwongen.
Was betrokken bij opzettelijke brandstichting.
Vernielde met opzet eigendommen van anderen.