3. Het strafrechtelijk systeem in actie
3.1. Inleiding
De belangrijkste formele reactie op criminaliteit in onze rechtsstaat is de toepassing van het strafrecht.
Dit betekent dat de beschrijvende kant van de criminologie zich niet alleen richt op het in kaart
brengen van de aard en de omvang van criminaliteit, maar ook op het in kaart brengen van de werking
van de strafrechtspleging.
De strafrechtspleging is in handen van verschillende, min of meer zelfstandige, organen die samen
worden aangeduid als het strafrechtelijke systeem of de strafrechtelijke keten. De belangrijkste
onderdelen van dit systeem zijn:
1. De strafwetgever (zowel de centrale overheid als de lagere overheden);
2. De politie en andere instanties met opsporingsbevoegdheid;
3. Het Openbaar Ministerie (de officieren van justitie);
4. De zittende magistratuur (de rechters), bijgestaan door de griffie;
5. Het gevangeniswezen;
6. De reclassering.
Verschillende andere instanties kunnen eveneens tot het strafrechtelijke systeem worden gerekend.
Men kan hierbij denken aan de kinderbescherming, de psychopatenzorg en Slachtofferhulp Nederland.
Kenmerkend voor het strafrechtelijke systeem is een grote mate van complexiteit en de afwezigheid
van eenvoudige gezagsrelaties. Het nationale politie korps wordt beheerd en aangestuurd door de
minister van Veiligheid en Justitie. Het Korps kent tien regionale eenheden. Deze eenheden van de
politie staan onder gezag van zowel de burgemeesters (met betrekking tot de openbare
ordehandhaving) als de plaatselijk hoofdofficier van justitie (met betrekking tot de strafrechtelijke
handhaving van de rechtsorde en de criminaliteitsbestrijding).
Het Openbaar Ministerie heeft in Nederland het alleenrecht op de vervolging van verdachten en
formuleert strafeisen aan de rechter. Deze beslissingen vallen onder de politieke verantwoordelijkheid
van de minister van Veiligheid en Justitie, maar deze intervenieert over het algemeen niet. De rechters
zijn geheel onafhankelijk, maar worden wel organisatorisch aangestuurd door de leiding van de
rechtbanken en hoven en door de Raad voor de rechtspraak.
Delen van de kinderbescherming en slachtofferhulp zijn in Nederland in handen van semipublieke
organisaties die, hoewel grotendeels gefinancierd door de overheid, een zekere mate van
onafhankelijkheid bezitten.
De werking van het strafrechtelijk systeem kan op basis van de gegevens die de organen van dit
systeem produceren worden bestudeerd. daarmee kan een oordeel worden gevormd over het
functioneren van het strafrechtelijk systeem en de afzonderlijke organen daarbinnen. Op basis van dat
oordeel kan vervolgens beleid worden gemaakt.
Over de activiteiten van elk van de subsystemen van het strafrechtelijke systeem kunnen statistische
gegevens worden verzameld. Het geheel van deze gegevens vormt de beleidsinformatie die over het
strafrechtelijke systeem beschikbaar is. Ten gevolge van de snel voortschrijdende automatisering van
veel activiteiten nemen de omvang en de kwaliteit van deze informatie in snel tempo toe.
Ook binnen de strafrechtspleging is de gewoonte ontstaan om de prestaties van de verschillende
organen te beoordelen aan de hand van statistische beleidsinformatie. Deze informatie wordt dan
gehanteerd als een prestatiemaat. Prestatiematen ontlenen over het algemeen hun betekenis aan
vergelijkingen met prestaties in het verleden en/of met die van vergelijkbare organisaties in binnen- of
buitenland.