Inhoud
Eetproblematiek en voedselweigering bij kinderen ........................................................................................................ 2
Leerdoel: De DIO kan het verschil tussen een eetprobleem en een eetstoornis benoemen ..................................... 2
Leerdoel: De DIO weet wat voedselweigering inhoudt + de DIO weet wat de oorzaken en gevolgen kunnen zijn
van voedselweigering .................................................................................................................................................. 2
Leerdoel: De DIO weet welke multidisciplinaire behandelmogelijkheden er zijn om voedselweigering te
behandelen + welke rol de diëtist heeft...................................................................................................................... 5
Eetstoornissen AN, BN en BED ........................................................................................................................................ 7
Leerdoel: De DIO heeft inzicht in de rol van de dietist bij de behandeling van de eetstoornissen AN (Anorexia
Nervosa) en BN (Boulimia Nervosa) ............................................................................................................................ 7
Leerdoel: De DIO heeft inzicht in de rol van de dietist bij de behandeling van de eetstoornis BED (binge eating
disorder) ...................................................................................................................................................................... 7
Voedselovergevoeligheid: voedselallergie .................................................................................................................... 21
Leerdoel: De DIO weet wat een voedselovergevoeligheid inhoudt ......................................................................... 21
Leerdoel: De DIO kent de termen atopie en sensibilisatie ........................................................................................ 22
Leerdoel: De DIO weet wat het verschil is tussen een voedselallergie en -intolerantie .......................................... 23
Leerdoel: De DIO is op de hoogte van de diagnostiek bij voedselallergie ................................................................ 23
Leerdoel: De DIO weet welke behandelmogelijkheden er zijn voor een voedsel-overgevoeligheid. ...................... 25
Leerdoel: De DIO kan op een adequate manier mensen met een eenvoudige voedselovergevoeligheid
behandelen. ............................................................................................................................................................... 25
Koemelk allergie ............................................................................................................................................................ 28
Leerdoel: De DIO weet wat koemelkallergie inhoudt ............................................................................................... 28
Leerdoel: De DIO kent de termen atopie en sensibilisatie ........................................................................................ 28
Leerdoel: De DIO is op de hoogte van de diagnostiek bij koemelkallergie ............................................................... 28
Leerdoel: De DIO weet welke behandelmogelijkheden er zijn voor koemelkallergie .............................................. 30
Leerdoel: De DIO kan op een adequate manier kinderen met koemelkallergie behandelen. ................................. 31
Coeliakie ........................................................................................................................................................................ 31
Leerdoel: De DIO weet welke symptomen voorkomen bij coeliakie. ....................................................................... 31
Leerdoel: De DIO weet wat gevolgen zijn van coeliakie. .......................................................................................... 31
Leerdoel: De DIO weet hoe coeliakie wordt gediagnosticeerd ................................................................................. 31
Leerdoel: De DIO kan op een adequate manier kinderen en volwassenen met Coeliakie behandelen................... 35
, Eetproblematiek en voedselweigering bij kinderen
De JGZ geeft voedingsadviezen en informeert ouders over het eetgedrag in relatie tot de normale ontwikkeling van
het kind. De JGZ krijgt ook te maken met eetproblemen en eetstoornissen. Daarnaast is het algemene
voedingspatroon van de jeugd in Nederland niet optimaal. Dit kan leiden tot deficiënties en/of overgewicht, met de
nodige gevolgen.
Adviseren over voeding en eetgedrag vanaf de geboorte tot 19 jaar, met uitloop naar 23 jaar.
Preventie:
- Primair: gericht op gezonde mensen. Doel is het voorkomen van gezondheidsproblemen, ziekte of
ongeval.
- Secundair: gericht op vroegtijdig ontdekken van problemen. De gevolgen zo veel mogelijk beperken.
- Tertiair: gericht op individuen met reeds bekende problemen. Ouders, kinderen en jongeren worden
begeleid om de problemen te verminderen en om te voorkomen dat klachten verergeren.
Rol JGZ:
- Het volgen van groei, ontwikkeling en gezondheid
- Voorlichting geven over gezonde voeding, een gezond voedingspatroon en leeftijdsadequaat eetgedrag en
het stimuleren van ouders in het opbouwen van een gezond eetpatroon, hierbij rekening houdend met
diverse eetculturen.
- Het geven van pedagogische adviezen om eetproblemen te voorkomen
- Advisering en begeleiding op het gebied van voeding, voedingspatroon en voedingstechniek om
voedingsproblemen en verstoord eetgedrag te voorkomen of te beperken.
- Het vroegtijdig signaleren en gericht verwijzen bij een (dreigende) voedingsstoornis of een (dreigende)
eetstoornis
In het kader van preventie van ongezonde voedingspatronen en verstoord eetgedrag werkt het JGZ-team samen
met of verwijst naar de huisarts, kinderarts, kinderdiëtist, prelogopedist, kinderfysiotherapeut, medewerker van
peuterspeelzalen en kinderdag-verblijven, videohometrainer, gedragswetenschapper, psycholoog en kinder- en
jeugdpsychiater.
Leerdoel: De DIO kan het verschil tussen een eetprobleem en een eetstoornis benoemen
Eetprobleem: eetgedrag dat gerelateerd is aan het niet willen, kunnen, durven of mogen eten/drinken en dat
spanning of bezorgdheid oproept bij het kind/de jongere en/of zijn ouders/verzorgers, maar de groei, de
gezondheid en/of de (psychosociale) ontwikkeling van een kind of jongere niet bedreigt.
Eetstoornis: eetprobleem dat, zonder aantoonbare actuele medische oorzaak, zo langdurig of ernstig is dat de
groei, de gezondheid en/of de (psychosociale) ontwikkeling van een kind of jongere bedreigt.
Leerdoel: De DIO weet wat voedselweigering inhoudt + de DIO weet wat de oorzaken en gevolgen
kunnen zijn van voedselweigering
Voedselweigering: ernstige eetstoornis die leidt tot extreme vermijdingsgedrag van vrijwel alle soorten voedsel.
Oorzaak: in de meeste gevallen ontstaan door een lichamelijke ziekte of beperking, maar de negatieve associaties
rond eten en drinken bljven vaak na het behandelen van de ziekte/beperking.