H1 – Verschillende visies op dezelfde problematiek
Binnen de hulpverlening zijn er veel invalshoeken om hetzelfde probleem aan te pakken. De
psychodynamische, de cognitief-gedragstherapeutische, de cliëntgerichte experiëntiële, de
systeemtheoretische en de oplossingsgerichte benaderingen vormen de belangrijkste
psychologische stromingen.
Methodieken geven aan hoe je abstracte theorieën kunt toepassen in de praktijk van de
hulpverlening. Nog concretere uitwerkingen hiervan zijn de methodes en de technieken.
Een belangrijk, overkoepelend model in de hulpverlening, vooral in de ggz, is het
‘biopsychosociaal model’. Hierbij kijkt men naar een probleem vanuit de interactie tussen
biologische, psychische en sociale aspecten. Het is daarbij geen kwestie van of een
biologische verklaring, of een psychische of een sociale verklaring. Het gaat erom welk
gewicht verschillende factoren hebben bij de manier waarop een stoornis zich ontwikkelt. Er
is sprake van dynamische wisselwerking tussen genetische kwetsbaarheid en
omgevingsfactoren. Het veranderen van je denken en van je gedrag helpt je in sommige
gevallen van je depressie af, zonder dat medicatie nodig is. Er is niet één oorzaak voor een
probleem. Het is van belang om psychische en gedragsproblemen als ‘biopsychosociaal’
verschijnsel te zien.
De zorg- en dienstverlener op hbo-niveau werkt meestal eclectisch of integratief. Dat wil
zeggen dat hij methodes en inzichten uit verschillende psychologische scholen of stromingen
gebruikt.
Er zijn verschillende componenten van het psychisch functioneren:
- Ontwikkelingscomponent: de manier waarop iemand zich in zijn leven ontwikkelt.
- Neurobiologische component: onze genetische aanleg die zich in wisselwerking met
de omgeving ontvouwt.
- Affectieve component: onze gevoelens en emoties en hoe we hiermee omgaan.
- Cognitieve component: denkprocessen en alles wat daarmee samenhangt, zoals het
functioneren van ons geheugen, waarneming en aandacht.
- Gedragscomponent: de manier waarop we ons gedragen en hoe we dat geleerd
hebben.
- Interpersoonlijke component: de manier waarop we omgaan met anderen, met
relaties en met scheidingen.
- Systeemcomponent: de sociale systemen waarin we leven of waarin we zijn
opgegroeid, zoals het gezin, de familie en het sociale netwerk.
Psychotherapieën verschillen in de manier waarop en de mate waarin zij deze componenten
in de behandeling betrekken.
H2 – Het levensverhaal en de problematiek van Marianne
Marianne is chronisch depressief, ze heeft een stemmingsstoornis. Naast de depressieve
klachten heeft Marianne ook angstklachten.
H3 – Psychodynamische benaderingen
De psychotherapeutische benaderingen stammen af van de theorie van Freud. Men spreekt
bij de nieuwe vormen van ‘psychodynamische’ psychotherapieën.
De verschillende vormen van psychodynamische therapie hebben een aantal
overeenkomsten: ze gaan ervan uit dat patiënten vaak niet weten waarom ze iets doen, dat
onbewuste gevoelens en wensen een rol spelen, dat ze ongewenste gevoelens hebben
weggestopt. Psychodynamische therapieën proberen onbewuste en moeilijk te hanteren
wensen etc. bewust te maken en proberen de patiënt te leren ze te hanteren. De