Week 1
Hummel H1
Second language acquisiton = het leren van een dominante taal op latere leeftijd (bv immigrant) =
NT2
Vs
Foreign language acquisition = leren van een vreemde taal op latere leeftijd in eigen land (NLder leert
Engels) = NVT
Hummel H2
Chomsky: Children are prewired to learn a language
Bewijs:
- Baby’s hebben voorkeur voor de menselijk stem en in het bijzonder de stem van de moeder
- Baby’s kijken liever naar mondbewegingen die synchroon zijn met stemgeluid (groundwork:
gaze coupling
- Sound discrimination ability (verdwijnt rond 10-12 maanden)
- Baby’s over de hele wereld gaan door dezelfde linguistische stadia en bereiken de mijlpalen
op ruwweg dezelfde momenten
Overextensie = een woord wordt gebruikt voor een breder scala dan waarvoor het bedoeld is (bv
hond voor alle dieren)
Onderextensie = breder begrip wordt allen voor iets specifieks gebruikt. (bv alleen eigen hond wordt
hond genoemd en niet hond van de buren).
12 maanden: eerste echte woord
18 maanden: 2woordszinnen
Telegraphic state: zinenn van 2,3,4 woorden zonder functiewoorden
Morphemes = smallest meaning bearing unit (bv dog, -s, -ed)
Mean length of utterance (MLU) = aantal morphemes gedeeld door aantal utterances
Bij het leren van irregular grammatical items leren kinderen vaak eerst de irregular form (went), gaan
dan overgeneraliseren (goed) om vervolgens de goede irregular form weer te leren (went) = U-
shaped curve.
Theoretische perspectieven gaan altijd over in hoeverre het leren van de taal aangeboren (nativism)
of aangeleerd (empirisicm, blank slate, behaviorism) is.
Behaviorist: skinner
Het leren van een taal gebeurt door klassiek conditioneren (bv melk zeggen bij aanreiken van fles) en
operant conditioneren (bv mama zeggen waarna mama aandacht geeft). Er is weinig bewijs voor
deze theorie. Ook geeft deze theorie geen verklaring voor bv overgeneralisatie, want deze woorden
hoor je niet in de omgeving, dus er kan geen sprake zijn van nadoen.