Basisstof 1
doelstelling 1
je kunt beschrijven welke rol bacteriën en schimmels spelen bij voedselproductie en bij
voedselbederf.
bacteriën en schimmels kunnen koolhydraten omzetten in stoffen die nuttig zijn bij de
productie van voedsel middelen zoals:
-melkzuurbacteriën produceren melkzuur
-gisten produceren koolstofdioxide en alcohol
bacteriën en schimmels kunnen voedselbederf veroorzaken.
voedselvergiftiging: ontstaat vaak door het eten van voedsel dat met bacteriën is besmet.
doelstelling 2
je kunt de werking van enzymen beschrijven.
in alle organisme vinden stofwisselingsprocessen plaats.
wat zijn enzymen?
enzymen versnellen de reacties van stofwisselingsprocessen zonder daarbij zelf te worden
verbruikt.
-enzymen zijn eiwitten
-enzymen werken specifiek ( 1 enzym kan slechts 1 reactie versnellen).
enzymactiviteit: de snelheid waarmee een enzym een reactie versnelt.
de temperatuur en zuurgraad beïnvloeden de enzymactiviteit volgens een optimumkromme.
je hebt:
minimum temperatuur: de temperatuur (PH) waarbij een enzym nog actief is.
optimale temperatuur: de temperatuur (PH) waarbij een enzymactiviteit het grootst is.
maximumtemperatuur: de hoogste temperatuur (PH) waarbij een enzym actief is.
de zuurgraad (PH) geeft aan of een oplossing zuur, neutraal of basisch is.
doelstelling 3
je kunt manieren noemen waarop voedsel kan worden geconserveerd.
conserveren: voedsel behandelen zodat het niet of minder snel bederft.
-de omstandigheden van bacteriën en schimmels worden ongunstig gemaakt.
je hebt:
-invriezen (temp verlagen tot -18*)
-koelen (temp verlagen tot 4*)
-pasteuriseren (verhitten tot 72*)
-steriliseren (verhitten tot 130-140*)
, veel voedsel wordt na verhitting ingeblikt (zoals fruit en groenten) of vacuüm verpakt (zoals
koffie).
drogen (bv soep): onttrekken van water aan het voedsel.
natuurlijke conserveermiddelen toevoegen: zout, suiker of zuur.
kunstmatige conserveermiddel toevoegen: is een stof die wordt toegevoegd aan
levensmiddelen, cosmetica en andere bederfelijke producten om de houdbaarheid
ervan te verlengen.
additieven: stoffen die aan producten wordt toegevoegd om het product langer houdbaar te
maken of aantrekkelijker maken. (vb conserveermiddelen, geur- kleur- of smaakstoffen)
basisstof 3
adviezen voor een gezonde voeding:
-eet gevarieerd
-eet niet te veel en beweeg voldoende
-eet weinig verzadigd vet
-eet veel groente, fruit en volkoren brood
-ga veilig met je eten om
grondstofwisseling: stofwisseling van het lichaam in rust
-grondstofwisseling is o.a. afhankelijk van het geslacht, leeftijd, lengte, lichaamsgewicht en
milieutemperatuur.
in een organisme vind meer verbranding plaats naarmate het organisme meer beweegt.
grondstofwisseling en de mate van lichamelijke opvoeding bepalen samen de energie
behoefte.
basisstof 4
volgorde waarin voedsel het verteringskanaal passeert:
1.mond
2.slokdarm
3.maag
4.12 vingerige darm
5.dunne darm
6.dikke darm
7.endeldarm
8.anus