Samenvatting businessmodel
toets 2
Hoofdstuk 3 5 6 7 8
Hoofdstuk 3
Bestuursmotief eenheid van leiding
Kostenmotief goedkoper gewerkt worden
Socialemotief voldoen van behoeftes van mensen, bijv variatie in werk
Maatschappelijke motief maatschappij stelt aan de wijze waarop functies vervuld
worden
Structure follows strategy – chandler (1962)
Externe invloeden structuur interne invloeden
Divisie indeling Categorie
G- indeling Geografisch
P- indeling Product
F- indeling Functie
M- indeling Markt
Horizontale taakverdeling – verdeling van functies op bepaald niveau
Verticale taakverdeling – verdeling van functies over verschillende niveaus.
Taakroulatie (job rotation) Elkaars functie overnemen
Taakverruiming ( job enlargement) Functie wordt op zelfde niveau uitgebreid
Taakverrijking (job enrichment) Functie wordt op andere niveau uitgebreid
Autonome groepen Alle kennis over proces bij werknemers
Spanwijdte ( span of control) Aan hoeveel man je daadwerkelijk leidinggeeft
Spandiepte( depth of control) Bereik dat je leiding kan geven in verschillende niveaus.
omspanningsvermogen Aan hoeveel man je leiding KAN geven
HACKMANS 5 Taakrakteristieken
Variteit en vaardigheden werkzaamheden vaardigheden en talent nodig is voor functie
Taakindentiteit Taak met zichtbaar resultaat
Taakbelang Taak invloed op anderen
Autonomie Wann men de taak oppakt zonder bevel
feedback Feedback over hoe je werkte
Intrinsieke factoren – motivatie komt van binnenaf, je vind werk echt leuk
Extrinsieke factoren – motivatie van buitenaf, je verdient veel geld met werk maar niet leuk
Centralisatie – beslissingen door hoge kader worden genomen
, Decentralisatie – beslissingen op meerdere plaatsen genomen
MINTZBERG
Eenvoudige structuur Autocratisch leiderschap – leiding zegt wat moet gebeuren( met toezicht)
Machinebureaucratie Standaardisatie van werkzaamheden ( bijv in banken)
Proffesionele bureaucratie Stadaardisatie van werkzaaheden met proffesionals ( ziekenhuizen)
Divisiestructuur Verantwoordelijk per divisie
Adhocratie Directe onderlinge samenwerkingen ( projecten)
Horizontale communicatie – communicatie op zelfde niveau
Verticale communicatie – communicatie op verschillende niveaus
Laterale communicatie - communicaite op diagonale richtingen
Gepoolde afhankelijkheid Verschillende onderdelen autonoom naast elkaar werken
Volgtijdelijke afhankelijkheid Bedrijfsonderdeel afhankelijk van onderdelen binnen bedrijf
Wederzijdse afhankelijkheid Afdelingen afhankelijk van elkaar
Reciproke afhankelijkheid
Mechanisch stelsel Strucuut van machine – rationaliteit en efficient
Organistisch stelsel Structuur van leven – dynamiek, delegatie, creativiteit
toets 2
Hoofdstuk 3 5 6 7 8
Hoofdstuk 3
Bestuursmotief eenheid van leiding
Kostenmotief goedkoper gewerkt worden
Socialemotief voldoen van behoeftes van mensen, bijv variatie in werk
Maatschappelijke motief maatschappij stelt aan de wijze waarop functies vervuld
worden
Structure follows strategy – chandler (1962)
Externe invloeden structuur interne invloeden
Divisie indeling Categorie
G- indeling Geografisch
P- indeling Product
F- indeling Functie
M- indeling Markt
Horizontale taakverdeling – verdeling van functies op bepaald niveau
Verticale taakverdeling – verdeling van functies over verschillende niveaus.
Taakroulatie (job rotation) Elkaars functie overnemen
Taakverruiming ( job enlargement) Functie wordt op zelfde niveau uitgebreid
Taakverrijking (job enrichment) Functie wordt op andere niveau uitgebreid
Autonome groepen Alle kennis over proces bij werknemers
Spanwijdte ( span of control) Aan hoeveel man je daadwerkelijk leidinggeeft
Spandiepte( depth of control) Bereik dat je leiding kan geven in verschillende niveaus.
omspanningsvermogen Aan hoeveel man je leiding KAN geven
HACKMANS 5 Taakrakteristieken
Variteit en vaardigheden werkzaamheden vaardigheden en talent nodig is voor functie
Taakindentiteit Taak met zichtbaar resultaat
Taakbelang Taak invloed op anderen
Autonomie Wann men de taak oppakt zonder bevel
feedback Feedback over hoe je werkte
Intrinsieke factoren – motivatie komt van binnenaf, je vind werk echt leuk
Extrinsieke factoren – motivatie van buitenaf, je verdient veel geld met werk maar niet leuk
Centralisatie – beslissingen door hoge kader worden genomen
, Decentralisatie – beslissingen op meerdere plaatsen genomen
MINTZBERG
Eenvoudige structuur Autocratisch leiderschap – leiding zegt wat moet gebeuren( met toezicht)
Machinebureaucratie Standaardisatie van werkzaamheden ( bijv in banken)
Proffesionele bureaucratie Stadaardisatie van werkzaaheden met proffesionals ( ziekenhuizen)
Divisiestructuur Verantwoordelijk per divisie
Adhocratie Directe onderlinge samenwerkingen ( projecten)
Horizontale communicatie – communicatie op zelfde niveau
Verticale communicatie – communicatie op verschillende niveaus
Laterale communicatie - communicaite op diagonale richtingen
Gepoolde afhankelijkheid Verschillende onderdelen autonoom naast elkaar werken
Volgtijdelijke afhankelijkheid Bedrijfsonderdeel afhankelijk van onderdelen binnen bedrijf
Wederzijdse afhankelijkheid Afdelingen afhankelijk van elkaar
Reciproke afhankelijkheid
Mechanisch stelsel Strucuut van machine – rationaliteit en efficient
Organistisch stelsel Structuur van leven – dynamiek, delegatie, creativiteit