“Vanaf dat moment ben ik verdwaald. Mijn afkeer van het leven en mijn verlangen om er niet te zijn.
Vanaf dat moment weet ik dat ik verder, voortaan, altijd het liefst alleen zou wensen te zijn, zonder
mij aan iemand of iets te hoeven binden, want ik wil niet zien hoe mijn liefde en de schoonheid die ik
koester worden verwoest of beschadigd.” (Blz. 91) Dit is een van de meest aangrijpende citaten uit
het boek Bezonken rood. Ik stelde me hierbij veel vragen. Zijn deze gevoelens doodgewoon? Hoe
komt het dat een kind deze gedachtegang al in zijn kleuterjaren volgt? Hoe komt zo’n jong kind aan
een trauma?
Volgens Jos Borré groeide het jonge kindje stilaan op tot een asociale en paranoïde man, die van
niemand meer kan of wilt houden, nadat hij als kind zag hoe zijn moeder afschuwelijk behandeld
werd in een kamp. Hierdoor beschrijft hij Bezonken rood als een roman die diep in de emotie snijdt.
Borré heeft helemaal gelijk, want het verhaal wekt enorm veel emoties los, omdat je je kunt
inbeelden wat de jongen heeft meegemaakt. Inleving was vooral mogelijk toen hij vertelde over hoe
zijn moeder mishandelt werd. Een voorbeeld waarbij je het tafereel voor je eigen ogen ziet afspelen
is: "dan gaat de Jap met zijn laarzen op haar maag staan dansen.
…