Psychodynamisch, behavioristisch, cognitief, contextueel en evolutionair perspectief
Toelichting uit: Psychiatrie – Een Inleiding (Nevid et al., 2008)
Psychodynamisch perspectief
Benadering van ontwikkeling waarbij men er vanuit gaat dat gedrag gemotiveerd wordt door
innerlijke/onbewuste krachten, herinneringen en conflicten (uit de kindertijd) waarvan een persoon
zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.
Volgens dit perspectief heeft een adolescent met overgewicht een fixatie in de orale ontwikkelingsfase.
Psychoanalytische theorie (Sigmund Freud)
Theorie die er vanuit gaat dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands
persoonlijkheid en gedrag. Richt zich vooral op het onbewuste en op het opbouwen van een
ego dat een balans kan vinden tussen id en de eisen van de omgeving.
Psychosociale theorie (Erik Erikson)
Hierin ligt de nadruk op onze sociale interactie met anderen. Volgens Erikson worden
mensen zowel gevormd als belemmerd door hun samenleving en hun cultuur. Het is een
benadering van ontwikkeling die de veranderingen omvat in de manier waarop we aankijken
tegen onze interacties met anderen, tegen het gedrag van anderen en tegen onszelf als leden
van de maatschappij. Erikson onderscheidt 8 aparte ontwikkelingsstadia die elk worden
gekenmerkt door conflicten of crises die dienen te worden opgelost.
Gemiddelde leeftijd Freuds stadia van Belangrijke kenmerken Eriksons stadia Positieve en negatieve
psychoseksuele van Freuds stadia van resultaten van Eriksons stadia
ontwikkeling psychosociale
ontwikkeling
Geboorte tot 12-19 md Oraal Interesse in orale Vertrouwen vs. Positief: Vertrouwen dankzij steun
bevrediging door zuigen, Wantrouwen van de omgeving.
eten, bewegen van de Negatief: Angst en zorgen over
lippen, bijten. anderen.
12-18 md tot 3 jr Anaal Bevrediging door faeces Autonomie vs. Positief: Onafhankelijkheid als
op te houden en zich te Schaamte en onderzoek wordt gestimuleerd.
ontlasten; wennen aan de twijfel Negatief: Twijfels over zichzelf,
controlemechanismen van gebrek aan onafhankelijkheid.
de maatschappij met
betrekking tot
zindelijkheidstraining
3 tot 5-6 jr Fallisch Interesse in genitaliën; Initiatief vs. Positief: Ontdekken van manieren
weten om te gaan met het Schuld om dingen in gang te zetten.
oedipuscomplex, wat leidt Negatief: Schuldgevoel over daden
tot identificatie met de en gedachten.
ouder van dezelfde sekse.
5-6 jr tot adolescentie Latentie Seksualiteit grotendeels Vlijt vs. Minder- Positief: Groeiend besef van
op de achtergrond. waardigheid competenties.
Negatief: Gevoelens van
minderwaardigheid, geen
vertrouwen in eigen kunnen.
Adolescentie tot Genitaal Opnieuw ontluiken van Identiteit vs. Positief: bewustzijn van de eigen
volwassenheid (Freud) seksuele interesses en Identiteits- uniekheid, weten welke rol te
aangaan van volwassen verwarring spelen.
Adolescentie (Erikson) seksuele relaties. Negatief: Onvermogen om de
juiste rollen in het leven te
identificeren.
Eerste volwassenheid Intimiteit vs. Positief: Ontwikkeling van
(Erikson) Isolement liefdevolle seksuele relaties en
hechte vriendschappen.
Negatief: Angst voor relaties met
anderen.
Volwassenheid Generativiteit vs. Positief: Gevoel bij te dragen aan
(Erikson) Stagnatie de continuïteit van het leven.
Negatief: Bagatelliseren van eigen
activiteiten.
Rijpheid (Erikson) Integriteit vs. Positief: Gevoel van eenheid in wat
Wanhoop men in het leven heeft bereikt.
Negatief: Spijt van gemiste kansen.