Conjunctuur is eigenlijk de schommelingen in de economische activiteit in een land over een
periode van tijd. Als de economische activiteit in een land sterk groeit en de werkloosheid
laag is, dan spreken we van een hoogconjunctuur. Als de economische activiteit echter
afneemt en de werkloosheid stijgt, dan is er sprake van laagconjunctuur.
Inflatie is de stijging van prijzen. Dat betekent dat mensen minder kunnen kopen van
hetzelfde geld. De koopkracht daalt dus.
Deflatie is de daling van prijzen. Dat betekent dat mensen meer kunnen kopen met hetzelfde
geld. De koopdracht stijgt dus.
In tijden van hoogconjunctuur gaat het economische bovengemiddeld goed.
Er is dan sprake van overbesteding, dat betekent dat de totale vraag groter dan de
productiecapaciteit. Er wordt dus meer besteed dan de economie kan produceren. De
productiecapaciteit is een van de dingen waar de economische groei door geremd kan
worden.
Hoogconjunctuur heeft een aantal gevolgen:
Hoogconjunctuur leidt tot minder werkloosheid
Hoogconjunctuur betekent dat er meer vraag is -> meer productie -> meer werk.
Risico op inflatie neemt toe.
In tijden van hoogconjunctuur kan het risico op inflatie toenemen, omdat de vraag dan
groter is dan de maximale productiecapaciteit. De vraag is dus groter dan het aanbod
waardoor de prijzen zullen stijgen (inflatie).
Hogere overheidsinkomen.
Waarom leidt hoogconjunctuur tot hogere overheidsinkomen?
Dat komt door 2 dingen:
1. Meer vraag -> meer verkochte producten -> meer winst -> meer
vennootschapsbelasting (inkomen van de overheid.
2. Weinig werkloosheid (veel werkgelegenheid) -> meer mensen die werken -> meer
mensen die inkomensbelasting betalen (inkomen van de overheid).
Daarnaast zorgt weinig werkloosheid er ook voor dat er minder vraag is naar uitkeringen,
waardoor de overheid minder kosten heeft.
Bij laagconjunctuur is er sprake van een tijd dat het minder goed gaat met de economie.
Er is dan sprake van onderbesteding, de totale vraag is dan kleiner dan de maximale
productiecapaciteit. Er wordt dus minder besteed dan de economie kan produceren
waardoor de economische groei wordt geremd.
1