Samenvatting artikelen diagnostiek in de kp
HC1
Artikel Tiemens - Bayes
Tegenwoordig is er zowel sprake van overdiagnostiek en onderdiagnostiek. Bij
overdiagnostiek zul je men niet snel horen klagen, want men weet het niet, knapt snel op of
is blij dat de arts het zo snel heeft ‘gezien’. Bij onderdiagnostiek wordt een ziekte gemist.
Discussie over risico’s van overdiagnostiek barstte los na invoering van de DSM5.
De regel van Bayes
- Geeft de kans op een aandoening bij een individu; gegeven de prevalentie van die
aandoening in de populatie waar dat individu deel van uitmaakt, de uitkomst op een test en
de psychometrische kenmerken van die test.
o Belangrijk hierbij is de populatie met oog op de prevalentie ed. Echter, de populatie
wordt vaak vergeten. Terwijl: dezelfde testuitslag in verschillende populaties een
andere kans geeft op de geteste aandoening.
- Sensitiviteit: de kans dat iemand met een positieve test ook daadwerkelijk de aandoening
heeft.
- Prevalentie: de kans dat iemand in deze populatie de aandoening heeft.
- Specificiteit: de kans dat iemand met een negatieve test ook daadwerkelijk niet de
aandoening heeft.
*Als bij een test de sensitiviteit vrij laag is, kan de test niet worden gebruikt om een stoornis vast te
stellen. Is de specificiteit vrij hoog? Dan kan de test wel worden gebruikt om een stoornis uit te
sluiten.
*Echter, er moet sowieso nooit teveel worden vastgehouden aan enkel de sensitiviteit en de
specificiteit, want deze twee moeten altijd worden gezien in de context van de prevalentie (in de
populatie). De inschatting van de kans op de aanwezigheid van een aandoening begint derhalve
altijd bij het vaststellen of inschatten van de prevalentie in de populatie waarin de test is uitgevoerd.
De regel van Bayes helpt ons om de achterafkans op een aandoening te bepalen; gegeven de
testuitslag, de voorafkans (de prevalentie), de sensitiviteit en de specificiteit van het
diagnostisch instrument. Als we vergeten om de voorafkans mee te wegen, en er slechts
wordt gekeken naar de sensitiviteit van een test, dan wordt een positieve score
geïnterpreteerd als de aanwezigheid van de aandoening.
Het negeren van de regel van Bayes leidt vooral bij aandoeningen die niet zoveel voorkomen
(aandoeningen met een lage voorafkans) tot overdiagnostiek.
HC2
Artikel Rijkeboer & Thunissen – Diagnostische fase
Pré dat de intaker overbrengt dat de cliënt wordt gewaardeerd en geaccepteerd als een uniek
persoon met unieke problemen.
Doel intake: beeld krijgen betreffende psychopathologie cliënt.
Naarmate de cliënt verwijzing naar een behandeling meer als overleg beoordeelt, kans groter
dat de cliënt positieve verwachtingen heeft van de behandeling (minder drop-outs). Intaker
mag wel kritische vragen stellen, maar luistert en exploreert ook.
, Precipiterende factoren: voorafgaand aan klachten
Predisponerende factoren: kwetsbaarheid van persoon
Perpetuerende factoren: wat zorgt voor instandhouding klachten
In een eerste gesprek:
o Staat het perspectief van de cliënt centraal
o Geeft de diagnosticus info, een voorlopige diagnose en motiveert hij cliënt voor
behandeling
o Gevaar van diagnosticus: eigen psychotherapeutisch kader hanteert bij analyse van
problemen en daardoor niet aan behandelingen elders binnen de psychotherapie zal
denken
o Motivatie van cliënt om aan klachten te werken inschatten
Bezoeker: geen eigen therapievraag
Klager: maakt zich zorgen ed., maar wil niet echt iets veranderen
Consument: wil zelf ook iets veranderen
DSM5
Voordelen: eenduidigheid in taalgebruik en wat er wordt verstaan onder een bepaalde
stoornis, heeft tevens geleid tot stimulatie van wetenschappelijk onderzoek binnen de
psychiatrie en klinische psychologie
Nadelen: sommige categorieën hebben een lage betrouwbaarheid vanwege de hoge mate
van overlap in symptomen bij sommige clusters. Ook is er veel comorbiditeit daarom
wordt gepleit voor meer dimensionele benadering.
Verklarende diagnostiek
Hoe klachten ontwikkeld en in stand gehouden?
Doelgericht en wetenschappelijk onderbouwd
Ook sterke kanten cliënt naar voren
Hieruit logischerwijs conclusies trekken over hoe behandeling dan moet worden
ingericht/verandering teweeg kan worden gebracht. Bij verschillende referentiekaders wordt
met andere dingen rekening gehouden:
o Psychodynamisch: sterkte ego, veerkracht, realiteitstoetsing, impulscontrole
o Cognitief-gedrag: automatische gedachten, instrumentele cognities (leefregels),
schema’s
o Systeem: onderlinge relaties, interacties en de context waarin zij verkeren
Doelgerichte diagnostiek
Diagnostisch proces en methoden
Doelen:
o Formuleren classificatie en diagnose
o Screenen op risico’s
o Bepalen prognose
o Bepalen beste behandeling
o Tussentijds bepalen behandelverloop
o Evalueren effect van behandeling
Evidence-based diagnostiek
HC1
Artikel Tiemens - Bayes
Tegenwoordig is er zowel sprake van overdiagnostiek en onderdiagnostiek. Bij
overdiagnostiek zul je men niet snel horen klagen, want men weet het niet, knapt snel op of
is blij dat de arts het zo snel heeft ‘gezien’. Bij onderdiagnostiek wordt een ziekte gemist.
Discussie over risico’s van overdiagnostiek barstte los na invoering van de DSM5.
De regel van Bayes
- Geeft de kans op een aandoening bij een individu; gegeven de prevalentie van die
aandoening in de populatie waar dat individu deel van uitmaakt, de uitkomst op een test en
de psychometrische kenmerken van die test.
o Belangrijk hierbij is de populatie met oog op de prevalentie ed. Echter, de populatie
wordt vaak vergeten. Terwijl: dezelfde testuitslag in verschillende populaties een
andere kans geeft op de geteste aandoening.
- Sensitiviteit: de kans dat iemand met een positieve test ook daadwerkelijk de aandoening
heeft.
- Prevalentie: de kans dat iemand in deze populatie de aandoening heeft.
- Specificiteit: de kans dat iemand met een negatieve test ook daadwerkelijk niet de
aandoening heeft.
*Als bij een test de sensitiviteit vrij laag is, kan de test niet worden gebruikt om een stoornis vast te
stellen. Is de specificiteit vrij hoog? Dan kan de test wel worden gebruikt om een stoornis uit te
sluiten.
*Echter, er moet sowieso nooit teveel worden vastgehouden aan enkel de sensitiviteit en de
specificiteit, want deze twee moeten altijd worden gezien in de context van de prevalentie (in de
populatie). De inschatting van de kans op de aanwezigheid van een aandoening begint derhalve
altijd bij het vaststellen of inschatten van de prevalentie in de populatie waarin de test is uitgevoerd.
De regel van Bayes helpt ons om de achterafkans op een aandoening te bepalen; gegeven de
testuitslag, de voorafkans (de prevalentie), de sensitiviteit en de specificiteit van het
diagnostisch instrument. Als we vergeten om de voorafkans mee te wegen, en er slechts
wordt gekeken naar de sensitiviteit van een test, dan wordt een positieve score
geïnterpreteerd als de aanwezigheid van de aandoening.
Het negeren van de regel van Bayes leidt vooral bij aandoeningen die niet zoveel voorkomen
(aandoeningen met een lage voorafkans) tot overdiagnostiek.
HC2
Artikel Rijkeboer & Thunissen – Diagnostische fase
Pré dat de intaker overbrengt dat de cliënt wordt gewaardeerd en geaccepteerd als een uniek
persoon met unieke problemen.
Doel intake: beeld krijgen betreffende psychopathologie cliënt.
Naarmate de cliënt verwijzing naar een behandeling meer als overleg beoordeelt, kans groter
dat de cliënt positieve verwachtingen heeft van de behandeling (minder drop-outs). Intaker
mag wel kritische vragen stellen, maar luistert en exploreert ook.
, Precipiterende factoren: voorafgaand aan klachten
Predisponerende factoren: kwetsbaarheid van persoon
Perpetuerende factoren: wat zorgt voor instandhouding klachten
In een eerste gesprek:
o Staat het perspectief van de cliënt centraal
o Geeft de diagnosticus info, een voorlopige diagnose en motiveert hij cliënt voor
behandeling
o Gevaar van diagnosticus: eigen psychotherapeutisch kader hanteert bij analyse van
problemen en daardoor niet aan behandelingen elders binnen de psychotherapie zal
denken
o Motivatie van cliënt om aan klachten te werken inschatten
Bezoeker: geen eigen therapievraag
Klager: maakt zich zorgen ed., maar wil niet echt iets veranderen
Consument: wil zelf ook iets veranderen
DSM5
Voordelen: eenduidigheid in taalgebruik en wat er wordt verstaan onder een bepaalde
stoornis, heeft tevens geleid tot stimulatie van wetenschappelijk onderzoek binnen de
psychiatrie en klinische psychologie
Nadelen: sommige categorieën hebben een lage betrouwbaarheid vanwege de hoge mate
van overlap in symptomen bij sommige clusters. Ook is er veel comorbiditeit daarom
wordt gepleit voor meer dimensionele benadering.
Verklarende diagnostiek
Hoe klachten ontwikkeld en in stand gehouden?
Doelgericht en wetenschappelijk onderbouwd
Ook sterke kanten cliënt naar voren
Hieruit logischerwijs conclusies trekken over hoe behandeling dan moet worden
ingericht/verandering teweeg kan worden gebracht. Bij verschillende referentiekaders wordt
met andere dingen rekening gehouden:
o Psychodynamisch: sterkte ego, veerkracht, realiteitstoetsing, impulscontrole
o Cognitief-gedrag: automatische gedachten, instrumentele cognities (leefregels),
schema’s
o Systeem: onderlinge relaties, interacties en de context waarin zij verkeren
Doelgerichte diagnostiek
Diagnostisch proces en methoden
Doelen:
o Formuleren classificatie en diagnose
o Screenen op risico’s
o Bepalen prognose
o Bepalen beste behandeling
o Tussentijds bepalen behandelverloop
o Evalueren effect van behandeling
Evidence-based diagnostiek