Leerdoelen en verwerking week 6
Oac 1 het cardiovasculaire systeem
1. De student kan een beschrijving geven van ons bloedvatenstelsel.
Het hart (cor)
◦ De pomp
Arteriële systeem
◦ Distribuerende functie
◦ Beheersing regionale doorstroming
Capillaire systeem
◦ Uitwisselingsfunctie
Veneuze systeem
◦ Depotfunctie
◦ Terugvoeren van bloed naar het hart
Verwerkingsopdrachten
1. Hoe noemt men de twee circulaties die beginnen en eindigen in het hart?
Kleine en grote bloedsomloop. De korte/kleine bloedsomloop, gaat alleen langs de longen om zuurstof op te
halen. Vervolgens wordt het de grote bloedsomloop ingepompt.
2. Door de venen van welke circulatie loopt zuurstofrijk/zuurstofarm bloed?
1. Kleine (pulmonale) circulatie (=zuurstofrijk) & Grote (systemische) circulatie (=zuurstofarm).
3. Waardoor neemt het maximale hartminuutvolume toe door training?
Omdat het slagvolume toeneemt door training, kan het hartminuutvolume ook toenemen.
4. Hoe hoog is de gemiddelde rusthartfrequentie van ongetrainden?
De hartfrequentie (Hf) varieert met de inspanning en ligt bij ongetrainden in rust overdag tussen de 60 en 80
slagen per minuut .
Waarvan is de hartfrequentie nog meer afhankelijk? Lagere rust HF (zie boek 4.2.1). Getraindheid,
genetische factoren, lichaamstemperatuur, stress, eten/drinken voor de meting, lager metabolisme.
5. Waarvan is de maximale hartfrequentie voornamelijk afhankelijk?
De waarde van de Hfmax daalt met de leeftijd. Dat betekent, dat een senior van 70 jaar niet met een hartfrequentie
van 150 moet gaan fietsen, omdat dat zeer waarschijnlijk zijn maximaal haalbare frequentie is.
6. Wat wordt bedoeld met het einddiastolisch en eindsystolisch volume?
Einddiastolisch volume is de hoeveelheid bloed aanwezig op einde van diastole (vulling) in rechter- of
linker ventrikel. Het eindsystolische volume is het achtergebleven bloed in de ventrikels na elke
systole (contractie van het ventrikel).
Diastole: Diastole is de medische naam voor de fase waarin het hart zich ontspant en weer volzuigt met bloed.
Deze fase duurt, in rust, 0,4 seconden.
Systole is de fase waarin de kamers van het hart contraheren (samentrekken).
7. Wat wordt bedoeld met het Frank-Starling mechanisme?
Wanneer de vulling tijdens de diastolische fase meer toeneemt dan bij de vorige slag, rekt de spierwand passief
verder uit. De hartspier levert na deze extra rekking een grotere kracht bij de volgende systole. Dit is hetzelfde
principe dat ook bij skeletspieren werkt. Het mechanisme wordt bij de hartspier het Frank-
Starlingmechanisme genoemd (fig. 4.8). In de curve is te zien dat bij een grotere vulling (preload) aan het einde
van de diastole (einddiastolisch volume, EDV) een groter volume wordt uitgepompt.
Een hogere veneuze return leidt tot een grotere vulling van de ventrikel. Deze grotere vulling zorgt
vervolgens voor een sterkere contractie van de hartspier (Frank-Starling mechanisme) hierdoor
vergroot het slagvolume; eind diastolisch volume is verhoogd, eind systolisch volume is gedaald.
Oac 1 het cardiovasculaire systeem
1. De student kan een beschrijving geven van ons bloedvatenstelsel.
Het hart (cor)
◦ De pomp
Arteriële systeem
◦ Distribuerende functie
◦ Beheersing regionale doorstroming
Capillaire systeem
◦ Uitwisselingsfunctie
Veneuze systeem
◦ Depotfunctie
◦ Terugvoeren van bloed naar het hart
Verwerkingsopdrachten
1. Hoe noemt men de twee circulaties die beginnen en eindigen in het hart?
Kleine en grote bloedsomloop. De korte/kleine bloedsomloop, gaat alleen langs de longen om zuurstof op te
halen. Vervolgens wordt het de grote bloedsomloop ingepompt.
2. Door de venen van welke circulatie loopt zuurstofrijk/zuurstofarm bloed?
1. Kleine (pulmonale) circulatie (=zuurstofrijk) & Grote (systemische) circulatie (=zuurstofarm).
3. Waardoor neemt het maximale hartminuutvolume toe door training?
Omdat het slagvolume toeneemt door training, kan het hartminuutvolume ook toenemen.
4. Hoe hoog is de gemiddelde rusthartfrequentie van ongetrainden?
De hartfrequentie (Hf) varieert met de inspanning en ligt bij ongetrainden in rust overdag tussen de 60 en 80
slagen per minuut .
Waarvan is de hartfrequentie nog meer afhankelijk? Lagere rust HF (zie boek 4.2.1). Getraindheid,
genetische factoren, lichaamstemperatuur, stress, eten/drinken voor de meting, lager metabolisme.
5. Waarvan is de maximale hartfrequentie voornamelijk afhankelijk?
De waarde van de Hfmax daalt met de leeftijd. Dat betekent, dat een senior van 70 jaar niet met een hartfrequentie
van 150 moet gaan fietsen, omdat dat zeer waarschijnlijk zijn maximaal haalbare frequentie is.
6. Wat wordt bedoeld met het einddiastolisch en eindsystolisch volume?
Einddiastolisch volume is de hoeveelheid bloed aanwezig op einde van diastole (vulling) in rechter- of
linker ventrikel. Het eindsystolische volume is het achtergebleven bloed in de ventrikels na elke
systole (contractie van het ventrikel).
Diastole: Diastole is de medische naam voor de fase waarin het hart zich ontspant en weer volzuigt met bloed.
Deze fase duurt, in rust, 0,4 seconden.
Systole is de fase waarin de kamers van het hart contraheren (samentrekken).
7. Wat wordt bedoeld met het Frank-Starling mechanisme?
Wanneer de vulling tijdens de diastolische fase meer toeneemt dan bij de vorige slag, rekt de spierwand passief
verder uit. De hartspier levert na deze extra rekking een grotere kracht bij de volgende systole. Dit is hetzelfde
principe dat ook bij skeletspieren werkt. Het mechanisme wordt bij de hartspier het Frank-
Starlingmechanisme genoemd (fig. 4.8). In de curve is te zien dat bij een grotere vulling (preload) aan het einde
van de diastole (einddiastolisch volume, EDV) een groter volume wordt uitgepompt.
Een hogere veneuze return leidt tot een grotere vulling van de ventrikel. Deze grotere vulling zorgt
vervolgens voor een sterkere contractie van de hartspier (Frank-Starling mechanisme) hierdoor
vergroot het slagvolume; eind diastolisch volume is verhoogd, eind systolisch volume is gedaald.