De hoofdregel binnen de vpb is dat iedere afzonderlijke vennootschap belastingplichtig is. De
fiscale eenheid is een uitzondering hierop. De fiscale eenheid is maar één belastingplichtige.
Er is dus sprake van een fiscale consolidatie, er wordt namelijk belasting geheven alsof er
maar een belastingplichtige is.
Artikel 15, lid 1 Wet Vpb’69 maakt duidelijk dat tijdens het bestaan van een fiscale eenheid de
belasting van de tot de fiscale eenheid behorende maatschappijen wordt geheven alsof er één
belastingplichtige is. Waarom hanteert de wetgever sinds 2003 in de wettekst niet meer de
zogenoemde ‘opgaan-in gedachte’?
Nu is duidelijker in de wettekst dat maatschappijen subjectief belastingplichtig blijven.
Waarom is dit van belang? Het gaat erom bij verdragstoepassing, het buitenland kent het
Nederlandse fiscale eenheidsregime niet. Hun zien enkel de moeder -> opgaan in. Om deze
discussie te voorkomen is de wettekst aangepast.
Wanneer kan er een fiscale eenheid gevormd worden?
De voorwaarden voor het vormen van een fiscale eenheid staan genoemd in art 15, lid 1 vpb.
- Art 15, lid 1 vpb: er moet sprake zijn van een juridische en economische
eigendomsbezit van ten minste 95%, en dit bezit moet 95% van statutair stemrecht
vertegenwoordigen in de dochtermaatschappij.
- Art 15, lid 3a vpb: de tijdvakken waarover de belasting wordt geheven voor beide
belastingplichtige samenvallen ofwel de boekjaren moeten gelijklopen.
- Art 15, lid 3b vpb: bepalen van de winst bij beide belastingplichtigen dezelfde
bepalingen van toepassing zijn ofwel ze dienen hetzelfde fiscale regime te hebben.
- Art 15, lid 3c vpb: beide belastingplichtige dienen in Nederland te zijn gevestigd.
- Art 15, lid 3d vpb: hierin worden de rechtsvormeisen benoemd voor de
moedermaatschappij.
- Art 15, lid 3e vpb: hierin worden de rechtsvormeisen benoemd voor de
dochtermaatschappij.
- Art 15, lid 3f: moedermaatschappij mag de aandelen in de dochtermaatschappij niet
houden als voorraad (middellijk of onmiddellijk)
Geef gemotiveerd aan of nog te verrekenen verliezen van vennootschappen die worden
gevoegd in een fiscale eenheid tijdens het bestaan van de fiscale eenheid verrekend kunnen
worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe dan?
Voorvoegingsverliezen kunnen tijdens het bestaan van de fiscale eenheid nog verrekend
worden.
1. Eerst dient te worden vastgesteld of de fiscale eenheid als zodanig winst heeft behaald.
De interne resultatensaldering gaat met andere woorden voor de verticale
verliescompensatie.
2. Heeft de fiscale eenheid winst gerealiseerd, dan moet die winst op de voet van art.
15ah aan de diverse tot de fiscale eenheid behorende maatschappijen worden
toegerekend.
3. De voorvoegingsverliezen kunnen vervolgens slechts enkelsporig over het
voegingstijdstip heen worden gecompenseerd (art. 15ae), dat wil zeggen slechts met
de winst van de fiscale eenheid die ex art. 15ah aan het desbetreffende lichaam kan
worden toebedeeld.