Week 1 en 2: Eigendom
Jurisprudentie:
Blaauwboer/Berlips
Pos/Van den Bosch
Teixeira de Mattos
Dépex/curatoren
Portacabin
Grensoverschrijdende garage
Vermeulen/Lekkerkerker
Hinderlijke uitbouw
Goederenrecht regelt de verhouding tussen een persoon en een goed
1. Feitelijke verhouding: bezit en houderschap, art. 3:107 e.v.
2. Juridische verhouding: een persoon heeft een recht met betrekking tot een goed
(verbintenisrechtelijke verhouding), en eigendomsrecht en beperkte rechten
(goederenrechtelijke verhouding)
Goederenrecht vormt een gesloten systeem:
1. Alle goederenrechtelijke rechten zijn geregeld in de wet
2. De wet bepaalt in belangrijke mate de inhoud van de goederenrechtelijke rechten
veel bepaling zijn van dwingend recht
Absolute rechten (goederenrecht) = rechten die een persoon op een goed kan hebben
o Werken tegenover iedereen
o Men krijgt bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het object van recht
Relatieve rechten (verbintenissenrecht) = persoonlijke rechten, rechten die slechts tegenover een
bepaalde persoon werken
o Werken tegenover bepaalde persoon
Arresten over grenzen tussen verbintenissenrecht en goederenrecht: HR Blaauboer/Berlips en HR
Pos/Van den Bosch
absolute rechten/goederenrechtelijke rechten:
BW 3:
1. Vruchtgebruik (art. 3:201 e.v. BW)
2. Pand (art. 3:227 e.v. BW)
3. Hypotheek (art. 3:227 e.v. BW)
BW 5:
4. Eigendom (art. 5:1 BW)
5. Erfdienstbaarheid (art. 5:70 e.v. BW)
6. Erfpacht (art. 5:85 e.v. BW)
7. Opstal (art. 5:101 e.v. BW)
8. Appartement (art. 5:106 e.v. BW)
9. Mandeligheid (art. 5:60 e.v. BW)
Geregeld in boek 3: recht kan worden gevestigd op zaken en vermogensrechten
Geregeld in boek 5: recht kan worden gevestigd op zaken
,Kenmerken absolute rechten:
o Absoluut werkt tegenover eenieder
o Limitatief, art. 3:81
o Exclusief alleen de rechthebbende bepaalt …
o Zaaksgevolg – droit de suite = het absolute recht blijft op een goed bestaan, ook al bevindt
dat goed zich niet meer in de macht van de rechthebbende
o Prioriteitsbeginsel – droit de priorité = als er meer dan één absoluut recht op een goed rust,
dan gaat het eerder gevestigde absolute recht voor een later gevestigde
o Bevoorrechte positie – droit de préference = de rechthebbende van een absoluut recht op
een goed neemt een bevoorrechte positie in bij faillissement van een ander.
Volledige en beperkte rechten
Volledig:
o Eigendom (zaken)
o Toebehoren (vermogensrechten)
Beperkt, art. 3:8:
o Gebruiks-/genotsrechten: vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht en opstal
o Zekerheidsrechten: pand en hypotheek
Afhankelijke rechten
niet zelfstandig: art. 3:7 pand en hypotheekrecht kunnen niet bestaan zonder de vordering
waaraan ze zijn gekoppeld. Als de vordering wordt voldaan, vervalt het recht van pand of hypotheek
Goederen
Art. 3:1: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten
Zaken
Art. 3:2: zaken = de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
Iets is voor menselijke beheersing vatbaar als we het kunnen vastpakken en er macht of controle
over kunnen uitoefenen. Een stoffelijk object is een voorwerp dat bestaat uit een bepaald materiaal
of bepaalde stof bestaat.
Art. 3:2a lid 1: dieren zijn geen zaken regels met betrekking tot zaken gelden in beginsel ook voor
dieren
Art. 3:3 lid 1: onroerende zaken = zaken die niet verplaatsbaar zijn:
o De grond, bijv. een tuin of een park
o Delfstoffen die nog niet zijn gewonnen
o Beplantingen die met de grond zijn verenigd
o Gebouwen die duurzaam met de grond zijn verenigd
o Werken die duurzaam met de grond zijn verenigd
o Gebouwen en werken die door vereniging met andere gebouwen of werken duurzaam met
de grond zijn verenigd
Portacabin-arrest:
Is een portacabin onroerend in de zin van art. 3:3 op grond van het criterium ‘duurzaam met de
grond zijn verenigd’? Ja, zei de HR criteria:
1. Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn in de zin van art. 3:3 BW, doordat het
naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Niet van belang is dan
meer dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen.
, 2. Bij beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter
plaatse te blijven moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar
buiten kenbaar is. Onder de bouwer moet hier mede worden verstaan degene in wiens
opdracht het bouwwerk wordt aangebracht.
3. De bestemming van een gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven dient naar
buiten kenbaar te zijn. Dit vereiste vloeit voort uit het belang dat de zakenrechtelijke
verhoudingen voor derden kenbaar dienen te zijn.
4. De verkeersopvattingen kunnen niet worden gebezigd als een zelfstandige maatstaf voor de
beoordeling van de vraag of een zaak roerend of onroerend is. Zij kunnen echter wel in
aanmerking worden genomen in de gevallen dat in het kader van de beantwoording van de
vraag onzekerheid blijft bestaan of een object kan worden beschouwd als duurzaam met de
grond verenigd.
Roerende zaken = alle zaken die niet onroerend zijn, ze zijn verplaatsbaar (art. 3:3 lid 2 BW)
Vermogensrechten
Art. 3:6: vermogensrechten
Vermogensrecht = recht met vermogenswaarde (een recht met een bepaalde waarde die in geld uit
te drukken is)
drie categorieën vermogensrechten:
1. Overdraagbaar: de eigenaar van een bepaald recht mag dit aan een ander overgeven, bijv.
eigendomsrecht of vorderingsrecht
2. Stoffelijk voordeel, bijv. recht op smartengeld
3. In ruil voor stoffelijk voordeel, bijv. boodschappen doen voor de buurman in ruil voor een
vergoeding
Registergoederen
Registergoederen: art. 3:10:
o Goederen: zaken en vermogensrechten, art. 3:1
o Voor overdracht of vestiging is inschrijving in openbare registers (art. 3:16) noodzakelijk
in de wet is opgenomen welke goederen in openbare registers moeten worden ingeschreven,
onroerende zaken, beperkte rechten op een registergoed en schepen en luchtvaartuigen zijn altijd
registergoederen
Niet-registergoederen = alle goederen die geen registergoed zijn
Eigendom
= het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben, art. 5:1. De rechthebbende
van een volledig recht kan alles doen met de zaak waar het volledig recht op rust.
Het eigendomsrecht is het moederrecht waarvan de beperkte rechten zijn afgesplitst
Eigendom is een goederenrechtelijk recht:
o Het is tegenover iedereen inroepbaar (absolute werking)
o Eigendomsrecht volgt de zaak (droit de suite)
Eigendom heeft betrekking op de juridische verhouding tussen een persoon en een zaak.
De eigenaar van een zaak is ook eigenaar van al haar bestanddelen, art. 5:3.
Art. 3:4 BW: bestanddeel:
o alles wat volgens verkeersopvatting deel uitmaakt van een zaak (ideële band)