Paragraaf 16.2
Bij zuren en basen werken we met tabel 49 uit je Binas. Als een zuur zijn H+-ion afstaat, ontstaat zijn
geconjugeerde base, van dat zuur. En dit geldt ook zo omgekeerd met een base. Op het moment dat
een base een H+-ion opneemt, ontstaat zijn geconjugeerde zuur.
Een sterk zuur splitst in water volledig in ionen, het verdwijnt dus. Dit is een aflopende reactie.
Een zwak zuur splitst gedeeltelijk in ionen. Dit is een evenwichtsreactie.
Dit geldt eveneens voor een base.
Amfolyten
Er zijn ook deeltjes beschikbaar die als base én als zuur kunnen reageren, deze deeltjes noem je
amfolyten. In Binastabel 49 zie je verschillende amfolyten staan. Let maar eens op de deeltjes met
PO4. Dan staat er in je Binas de stof H2PO4- en het deeltje HPO42-. Dit zijn dus amfolyten.
Als een amfolyt met een zure oplossing in aanraking komt zal het als een base reageren. Komt het in
aanraking met een basische oplossing, dan zal het reageren als een zuur.
Meer voorbeelden staan op bladzijde 51 van je boek!
Je kan uitrekenen wat een amfolyt doet als het in aanraking komt met water. Water is in principe
neutraal, dus van te voren kan je niet zeggen dat het amfolyt als een zuur of als een base zal gaan
reageren.
Dit bereken je door een gewone stof op te lossen in water. Hierbij zal dan in de opgave een amfolyt
ontstaan (anders heeft het niks met de som te maken ;)). Nu kan je de concentratiebreuk maken en
in je Binastabl 49 opzoeken wat de Kz of de Kb waarde van het amfolyt is.
Als de Kz groter is dan de Kb zal het amfolyt zich in water gaan gedragen als een zuur, en dit geldt ook
weer andersom.
Aminoziren zijn vaste stoffen met een zoutachtig karakter (smeltpunt boven > 200 graden Celsius),
want ze bestaan niet uit ongeladen moleculen maar uit dubbelionen.
Deze ionen zijn ontstaan door de reactie van carbonzuurgroepen met aminogroepen van het
animozuur, waarbij een deeltje ontstaat met een positieve lading op het N-atoom en een negatieve
lading bij de zuurrest.
Paragraaf 16.3
Wat is een buffer? Een buffer is een oplossing waarvan de pH ongeveer gelijk blijft ook al gooi je een
zuur of een base bij. Je spreekt van een buffer of een bufferoplossing als een oplossing in staat is om
schommelingen van de pH op te vangen. In de buffer bevindt zich dan zowel een zwak zuur en zijn
geconjugeerde base en andersom.
Lees paragraaf 16.3 nog eens goed voor jezelf door en let op de voorbeelden die worden gegeven!!