Intercellulaire communicatie:
Type communicatie Transmitted
Gap junctions Direct
Synaps Via synaptische spleet
Paracrien Via interstitiële vloeistoffen
Autocrien Via inter- en intracellulaire transport
Endocrien Via het bloed
Neuro-endocrien Via synaptische spleet en soms via het bloed
Chemische soorten hormonen:
Water oplosbare hormonen (hydrofiel of lipofoob):
o Peptide (minder dan 10 aminozuren)
o Catecholamines
Epinephrine
Norepinephrine
o Eiwithormonen
Vet oplosbare hormonen (hydrofoob of lipofiel):
o SteroId hormonen (cholestrol)
o Bioamines
Thyroxine (T4)
Triiodothyronine (T3)
Signaaltransductie op membraan:
1. Epinephrine gaat aan G-eiwit gekoppelde receptor zitten. Deze ligt in het celmembraan.
2. Hierdoor zal het G-eiwit actief worden.
3. Dit maakt adenylyl cyclase actief, wat ATP omzet tot cAMP (second messenger).
4. Dit maar de eiwitkinase A actief. Dit zal de glycogeen synthese remmen en de afbraak van
glycogeen stimuleren.
Signaaltransductie in de cel:
1. Oestradiol gaat door het celmembraan de cel in, waar het bindt aan de receptor. Dit wordt
nu het hormoon-receptor complex genoemd.
2. Deze gaan de kern in en binden daar aan het DNA.
3. Hierdoor wordt er mRNA geproduceerd.
4. Daarna vindt translatie plaats buiten de kern en wordt er vitellogenine geporduceerd.
Calcium homeostase:
1. De calciumwaarde in het bloed stijgt veel door een grote maaltijd.
2. De parafolliculaire cellen (C-cellen in de schildklier) merken op dat er een verhoogde
concentratie calcium in het bloed is.
3. Hierdoor gaan deze cellen het hormoon calcitonine afgeven. Deze cellen zorgen ervoor dat
calcium uit het bloed wordt opgenomen en wordt omgezet in calcium in het bot.
1. De calciumwaarde in het bloed daalt door diarree.
2. De parathyroid klieren (cellen op de schildklier) merken op
dat er een verlaagde concentratie calcium in het bloed is.
3. Hierdoor gaan deze cellen het parathyroid hormoon
afgeven. Deze cellen zorgen ervoor dat calcium uit het bot
wordt afgebroken en wordt omgezet in calcium in het bloed.