Bedrijfseconomie voor Bestuurskunde:
1. Kostprijsberekening:
- Kostprijsberekening houdt in het verzamelen van vaste en variabele kosten en het koppelen
van deze kosten aan de noodzakelijke uitgangspunten.
- Vaste kosten zijn kosten die niet direct afhankelijk zijn van de productie of verkoop, zoals
afschrijvingskosten van machines.
- Variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks variëren met de productie of verkoop, zoals
variabele productiekosten.
- Integrale fabricage kostprijs is de totale kostprijs van het fabricageproces, inclusief zowel
vaste als variabele kosten.
- Integrale commerciële kostprijs is de totale kostprijs van het product, inclusief de integrale
fabricage kostprijs en de verkoopkosten.
2. Absorption Costing methode:
- Absorption Costing is een methode om de kosten toe te wijzen aan de geproduceerde
eenheden.
- Brutowinst wordt berekend door de verkoopopbrengsten minus de integrale fabricage
kostprijs.
- Bezettingsresultaten zijn de kosten die worden toegewezen aan de geproduceerde eenheden
op basis van de capaciteitsbezetting.
- Nettowinst wordt berekend door de brutowinst minus de vaste verkoopkosten.
3. Direct Costing Methode:
- Direct Costing is een methode om alleen de variabele kosten toe te wijzen aan de
geproduceerde eenheden.
- Dekkingsbijdrage is de verkoopopbrengst minus de variabele kosten.
- Nettowinst wordt berekend door de dekkingsbijdrage minus de vaste kosten.
4. Break-even analyse:
- De break-even afzet is het punt waarop de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten,
waardoor er geen winst of verlies wordt gemaakt.
- Het wordt berekend door de vaste kosten te delen door de bijdrage per eenheid.
5. Investeringsbeslissingen:
- Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (GBR) is een methode om de winstgevendheid van
een investering te beoordelen.
- GBR wordt berekend door de gemiddelde winst te delen door het gemiddeld geïnvesteerd
vermogen.
- Netto Contante Waarde (NCW) is een methode om de waarde van een investering in contante
termen te berekenen.
- NCW wordt berekend door de contante waarde van de kasstromen te verminderen met de
initiële investering.
- Selectiecriteria voor investeringsbeoordeling kunnen onder andere GBR, NCW, terugverdientijd
en interne rentabiliteit omvatten.
6. Cash conversion cyclus:
- De cash conversion cyclus is de tijd die nodig is om investeringen in voorraad, debiteuren en
crediteuren om te zetten in kasstromen.
- Verlagen van de krediettermijn van deb
iteuren, crediteuren en voorraad kan de cash conversion cyclus verkorten.
7. Rechtsvormwijziging:
- Wanneer een eenmanszaak wordt omgezet in een BV, kunnen redenen zijn: beperking van
persoonlijke aansprakelijkheid, fiscale voordelen of het aantrekken van externe investeerders.
8. Aandelenemissie en vermogensverschaffing: