Het straffen gebeurt door de overheid. De Staat heeft hier een monopolie op. Als een burger een
strafbaar feit pleegt moet hij verantwoording afleggen aan de overheid, die hem namens de
samenleving straft. De officier van justitie is de enige die een burger kan dagvaarden.
Eigenrichting (het recht in eigen hand nemen) is verboden in Nederland. Als er iets gebeurt moet je
bij de politie aangifte doen.
Het doel van straffen: je krijgt een straf als leedtoevoeging, zodat je zelf wat voelt van je eigen
daden.
- Speciale preventie: de dader die in aanraking is gekomen met de gevolgen van het overschrijven
van een strafrechtelijke norm, zal de volgende keer wel 2x nadenken voordat hij weer zoiets doet.
- Generale preventie: dit heeft als doel ook anderen dan de gestrafte te leren. De gestrafte moet het
voorbeeld zijn van wat je niet moet doen.
Materieel strafrecht: dit bepaalt welk gedrag niet toegestaan is en welke personen daarvoor kunnen
worden gestraft. Het wetboek van strafrecht staat hier centraal.
Formele strafrecht: dit omvat de regels van het strafproces en heeft niets te maken met de
omschrijvingen van het strafbaar gedrag. Het wetboek van strafvordering staat hier centraal.
Het strafrecht is te vinden in veel wetten zoals de Grondwet (art. 107) en in veel bijzondere wetten
zoals de Wegenverkeerswet, de leerplichtwet, Wet wapen en munitie enz. enz.
Doel van straffen:
- Vergelding; terugbetalen, door leedtoevoeging
- Preventieve werking
- Resocialisatie
- Voorkomen van eigenrichting
Hoofdstuk 2: Inleiding materieel strafrecht
Het materiële strafrecht bepaalt welk gedrag strafbaar is. Dat wordt in de eerste plaats aangegeven
door de wet en aangevuld door de rechtspraak.
De opbouw van het strafbare feit in 4 componenten
Een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke
delictsomschrijving (bestanddeel), die wederrechterlijk is en aan schuld is te wijten (elementen) , dit is
de definitie van het begrip strafbaar feit, wat als kapstok kan worden gebruikt.
1. Menselijke gedraging: de gedraging moet zijn verricht door een mens.
2. Wettelijke delictsomschrijving: gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden
zijn. Uiteraard is niet altijd alles precies zo terug te vinden, de rechter moet zoeken naar een begrip