1. Wat is de plaats van Evidence-Based Practice (EBP) binnen de verpleegkundige
beroepsuitoefening?
A) EBP heeft geen specifieke plaats binnen de verpleegkundige beroepsuitoefening.
B) EBP is een optionele benadering die verpleegkundigen kunnen gebruiken, maar het is niet
essentieel.
C) EBP is een fundamenteel onderdeel van de verpleegkundige beroepsuitoefening.
D) EBP wordt alleen toegepast bij complexe medische gevallen.
2. Welke drie informatiebronnen moeten worden gebruikt bij klinische besluitvorming?
A) Klinische expertise, administratieve gegevens, en patiënttevredenheidsonderzoek.
B) Klinische expertise, wensen en voorkeuren van de patiënt, en wetenschappelijk onderzoek.
C) Klinische expertise, medische richtlijnen, en resultaten van laboratoriumtests.
D) Klinische expertise, familiegeschiedenis, en persoonlijke intuïtie.
3. Wat is de eerste stap in het Evidence-Based Practice (EBP) model?
A) Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal.
B) Het vertalen van klinisch bewijs naar een beantwoorde vraag.
C) Het wegen van de gevonden evidence op methodologische kwaliteit en toepasbaarheid.
D) Het nemen van een beslissing op basis van beschikbare evidence.
4. Wat is de derde stap in het Evidence-Based Practice (EBP) model?
. A) Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal.
B) Het vertalen van klinisch bewijs naar een beantwoorde vraag.
C) Het wegen van de gevonden evidence op methodologische kwaliteit en toepasbaarheid.
D) Het nemen van een beslissing op basis van beschikbare evidence.
, 5.Wat is het belangrijkste verschil tussen een observationele en een experimentele studie?
a) Een observationele studie omvat manipulatie van de onderzochte factoren, terwijl een
experimentele studie alleen observatie omvat.
b) Een observationele studie maakt gebruik van een controle groep, terwijl een experimentele studie
dat niet doet.
c) Een observationele studie is gebaseerd op het observeren van fenomenen zonder inmenging van
de onderzoeker, terwijl een experimentele studie de onderzoeker in staat stelt in te grijpen en te
manipuleren.
6.Welk type onderzoek is een cohortonderzoek?
a) Experimenteel
b) Observationeel
c) Beide
7.Welk type onderzoek heeft de mogelijkheid om bronnen van vertekening uit te sluiten en
alternatieve verklaringen uit te sluiten?
a) Experimenteel
b) Observationeel
c) Beide
8.Wat is een voorbeeld van een experimenteel onderzoek?
a) Case-controlonderzoek
b) Cohortonderzoek
c) Randomized Controlled Trial (RCT)
9.Welk type onderzoek betreft een RCT zonder randomisatie?
a) Experimenteel zonder controle groep
b) Quasi-experimenteel - CCT
c) Observationeel cohortonderzoek