Artikel 1
1. Parallelle bewegingen: passend onderwijs en de jeugdwet
De grootste veranderingen binnen het onderwijs zijn de invoering van het passend
onderwijs en de transitie van de zorg voor jeugd. Dit zijn parallelle bewegingen: de
veranderingen versterken elkaar. Een samenhangende aanpak in het onderwijs en in de
zorg voor jeugd is van belang, net als samenwerking op alle leefgebieden. De
samenwerkingsverbanden zijn niet door de wet voorgeschreven, maar mogen door iedere
gemeente zelf ingevuld worden.
Er zijn een aantal aanleidingen voor de veranderingen in het onderwijs en de zorg.
Voorheen was er onvoldoende aandacht voor het gewone opgroeien en opvoeden. Ook was
de preventieve ondersteuning onvoldoende en werden problemen vaak niet of te laat
gesignaleerd. Deze knelpunten vonden vooral in de zorg plaats.
In het onderwijs ontstonden ook een aantal knelpunten. De kwaliteit van het onderwijs was
soms onvoldoende en er was niet altijd goede afstemming met ondersteuning vanuit de
jeugdhulp. Ook werd er een te groot beroep gedaan op de dure onderwijsondersteuning,
bijvoorbeeld het speciaal onderwijs.
Door de veranderingen in het onderwijs en de zorg is de verantwoordelijkheid voor de
hulp aan kinderen en gezinnen terecht gekomen bij de gemeenten en
samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Daarnaast is het van belang dat onderwijs
en de jeugdhulp samenwerken. Er moet niet langs elkaar heen gewerkt worden, maar juist
met elkaar. Dit omdat het vaak gaat over dezelfde kinderen. Problemen van deze kinderen
spelen zowel op school als thuis en op straat.
De veranderingen (het invoeren van passend onderwijs en de transitie van zorg voor
jeugd) hebben dezelfde achterliggende gedachte, namelijk: bevorderen dat kinderen,
jongeren en ouders die behoefte hebben aan hulp bij het opgroeien, de opvoeding en het
onderwijs, deze ondersteuning effectiever, sneller en preventiever krijgen.
Onder de zorg voor jeugd worden de preventieve basisvoorzieningen en vrij toegankelijke
jeugdhulp verstaan.