Afwijkend gedrag
Psychopathologie: Een deelgebied van de psychiatrie en de psychologie dat zich bezighoudt met het
beschrijven van psychische stoornissen, oorzaken daarvan en behandelingen daarvoor.
Psychiatrie: Medisch specialisme dat zich richt op de diagnostiek en de behandeling van psychische
stoornissen.
Klinische psychologie: Tak van de psychologie die zich bezighoudt met de beschrijving, de oorzaken
en de behandeling van psychische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen.
Psychische stoornis: Het geheel van afwijkende emoties, gedachten of gedragspatronen dat wordt
gekenmerkt door o.a. een storing in het functioneren en (persoonlijk) lijden.
Criteria voor abnormaliteit:
1. Uitzonderlijk.
2. Sociaal afwijkend.
3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit.
4. Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon.
5. Ongepast of contraproductief gedrag.
6. Gevaar.
Let hierbij op dat er verschillende betekenissen bestaan tussen verschillende culturen.
Historische visies op afwijkend gedrag
Hippocrates: Hippocrates stelde dat de gezondheid van het lichaam en de geest wordt bepaald door
een evenwicht in de humores, of lichaamssapen: slijm, zwarte gal, bloed en gele gal. Een lethargisch
of traag persoon zou een overvloed aan slijm (flegma) hebben: flegmatiek. Een overschot aan zwarte
gal zou de oorzaak zijn van depressie, oftewel melancholie. Een overvloed aan bloed leidde tot een
sanguinische dispositie: vrolijk, zelfverzekerd en optimistisch. Een overvloed aan gele gal maakte
mensen korzelig en cholerisch: driftig.
Exorcisme en heksenvervolgingen: In de middeleeuwen nam het geloof in bovennatuurlijke oorzaken
toe, m.n. de doctrine van bezetenheid. Dit geloof was een onderdeel van de katholieke kerk. ‘Bezeten’
mensen werden bij voorkeur d.m.v. exorcisme of uitdrijvingen behandeld. De exorcisten moesten de
boze geesten overtuigen dat de lichamen van de ‘bezetenen’ niet langer bewoonbaar waren. Ze
deden dit met gebed, bezweringen, afranselen, geselen en uithongeren van de ‘bezetene’.
De heksenvervolgingen werden uitgevoerd door inquisiteurs: door de katholieke kerk aangestelde
heksenvervolgers (v.a. eind 15e tot 17e eeuw).
Gekkenhuizen: Rond 1600 werden overal in Europa krankzinnigengestichten of ‘gekkenhuizen’
gebouwd. In de gestichten woonden zowel bedelaars als geestelijk gestoorden. De bewoners werden
vastgeketend aan hun bedden en lagen in hun eigen vuil, of ze zwierven zonder enig toezicht over het
terrein. Sommige gestichten groeiden uit tot publiekstrekkers.
V.a. 1800: hervormingen: In de ogen van de Franse artsen Jean-Baptiste Pussin en Philippe Pinel
waren mensen die afwijkend gedrag vertoonden gewoon ziek, en daarom hadden ze recht op een
menselijke bejegening. Vanuit de inspanningen van artsen ontstond een behandelfilosofie die morele
therapie werd genoemd. De filosofie was gebaseerd op het idee dat patiënten door een menselijke
bejegening en een verblijf in een ontspannen en respectvolle omgeving weer normaal zouden gaan
functioneren. In België speelde Joseph Guislain een belangrijke rol als hoofdgeneesheer en als
bouwer van het eerste moderne ‘krankzinnigengesticht’ te Gent in 1857. In Nederland betekende
Schroeder van der Kolk veel voor de ontwikkeling van de psychiatrische behandeling en verpleging →
Hij werd geneeskundige van het Willem Arntszhuis en veranderde het dolhuys in een modern
gesticht. In 1841 besloot de overheid tot het ontwerpen van een wet, waarin kwaliteitseisen werden
gesteld aan de behandeling van verpleging van psychiatrisch patiënten.
In de 2e helft van de 19e eeuw raakte het idee dat afwijkend gedrag succesvol kon worden behandeld
of genezen m.b.v. morele therapie langzaam in ongenade. Er volgde een periode van apathie. In de
20e eeuw is er veel veranderd in de wijze waarop met patiënten wordt omgegaan. De behandeling
van patiënten vond plaats in psychiatrische ziekenhuizen die meestal ver van de bewoonde wereld
lagen, op mooie terreinen en in een rustige en gezonde omgeving.