Paragraaf 1.1
Globalisering/mondialisering = het proces waarbij de verwevenheid van gebieden
en/of samenlevingen toeneemt. (Economisch en sociaal-culturele aspecten)
Voorbeelden: groeiende afstand waarover goederen, mensen en kapitaal zich
verplaatsen + het leven van mensen wordt beïnvloed door gebeurtenissen ver weg.
Globalisering wordt bevordert door..
Transporttechnologie: vervoer van grondstoffen, goederen en mensen + relatieve
afstand wordt korter.
Informatie- of communicatietechnologie (ICT): technologie om de uitwisseling van
informatie mogelijk te maken.
19e eeuw: het spoor en het stoomschip
20e eeuw: de autoweg en het vliegtuig
21e eeuw: glasvezelkabel en de satellietverbindingen
Nu leven we in het tijdperk van de vierde industriële revolutie.
Sinds 1980 zijn drie ontwikkelingen van belang:
1. Reis- en vervoertijden zijn heel erg gedaald, alles verloopt nu sneller
2. Transport en communicatie zijn goedkoper geworden. Hierin speelt
containerisatie een grote rol (containers op een schip).
3. Infrastructuur rond transport en dataverkeer is verbeterd (wegen, havens, etc.)
Hoe ontstaat globalisering?
Vrijhandel: door wegvallen van handelsgrenzen (oorzaak), gaan MNO’s over de
hele wereld vestigen (gevolg).
Technologische vernieuwing: bijvoorbeeld transport en internet zorgen ervoor dat
de relatieve afstand tussen gebieden afneemt.
Tijd-ruimtecompressie: De ontwikkeling waarbij tijd en ruimte als het ware in elkaar
worden gedrukt.
Global village: de sociale functie van de vroegere dorpspomp (natte krant) is
overgenomen door de sociale media.
Infrastructuur heeft de neiging om meestal te verbeteren in welvarende regio’s.
Gevolg: tijd-ruimtecompressie verloopt in het ene gebied veel sneller dan in het
andere gebied.