INTRODUCTIE
BIO-PSYCHO-SOCIAAL MOCEL
We kijken naar het gedrag op 3 domeinen (biologisch, psychologisch, sociaal), er wordt een verklaring gevormd
op basis van deze 3 domeinen.
Bijvoorbeeld veel sporten:
- B: gezonder zijn.
- P: intrinsieke motivatie.
- S: sociale media, wat anderen zien.
Altijd een combinatie van de 3 domeinen.
- Niet maar 1 domein mogelijk.
ALTERNATIEVEN VISUALISATIE
Accuraat omdat de 3
domeinen elkaar
overlappen.
We kijken naar het
middelste puntje.
CLASSIFICATIESYSTEEM
ICF = international classification of functioning, disability and health.
Medisch model dat aangepast wordt in de klinische wereld.
PP: wat kan deze persoon niet meer doen.
AB: waarin wordt de persoon beperkt binnen activiteiten.
DSM 5 = diagnostic and statistical manual of mental disorders.
Richtlijn.
Bepaald hoe we kijken naar stoornissen.
- Zorgt ervoor dat alle psychologen hetzelfde zeggen.
Het is een internationaal classificatiesysteem voor psychische stoornissen.
1
,DIAGNOSTISCHE CYCLUS
Stap Kernvraag Soort proces
Aanmelding Is de aanmelding hier op zijn plaats? Ontvankelijkheid controleren
Inventariseren Waar hebben de cliënten last van? Verhelderen
Hulpvragen Wat verwachten de cliënten van mij? Structureren
Probleemdefinitie Wat is er aan de hand? Onderkennen
Verklaren Waarom is dit aan de hand? Verklaren
Mogelijkheden Hoe kan dit worden aangepakt? Indiceren
Advies Kunnen de cliënten een keuze maken? Motiveren, activeren
HULPVRAAG
De hulpvraag van een cliënt komt vanuit de klachten, deze worden geformuleerd in
doelen.
Ook wel professionele vertaling genoemd.
Onderkennend = weten wat er aan de hand is.
Verklarend = zoekt de verklaring, wilt de bevestiging.
2
, Indiceren = adviesgericht.
Moet altijd in volgorde gaan!!
BELANGRIJKE CONCEPTEN
PSYCHOSOCIALE PROBLEMEN
Psychische problemen: gevoelend en gedachten.
Sociale problemen: anderen, instanties, …
Er bestaat ook een combinatie van beide.
Voorbeelden:
Stress
Slaapproblemen
Verslaving
Rouw
Relationele problemen
GEZONDHEIDSPROBLEMEN
Kunnen ontstaan door leefstijl/gedrag, omgevingsfactoren, aangeboren, …
Voorbeelden:
Roken, drinken, druggebruik
Overgewicht en obesitas
Te weinig bewegen
Ongezonde voeding
Covid19 en andere virale infecties
CHRONISCHE ZIEKTEN
Chronische ziekten =
1. Een ziekte die een continue of repetitieve behandeling van minstens zes maanden noodzaakt (RIZIV).
2. Langdurige ziekten die niet spontaan verdwijnen en zelden volledig genezen (Sciensano.be).
PSYCHO-EDUCTAIE
Psycho-educatie = methode met als doel personen competenties te laten verwerven die bijdragen tot hun
geestelijke gezondheid.
Samenvoeging van psychotherapie & educatie.
Psychoeducation, patient education, patient teaching, patient interventions.
Overdraging van kennis of informatie.
Aanreiken/aanleren van vaardigheden.
En/of uitwerken en inzetten van strategieën of hulpmiddelen.
3
, WAT IS GEZONDHEID
Definitie WHO:
Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de
afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken.
Nieuw concept van gezondheid:
Gezondheid als het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale,
fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.
- De vrijheid waarmee jij met je gezondheid omgaat.
POSITIEVE GEZONDHEID
Nieuw, breed, dynamisch concept: positieve gezondheid.
6 dimensies van gezondheid (huber, 2011)
Lichaamsfuncties: aan en afwezigheid ziektes.
Dagelijks functioneren: ik wil dagdagelijks kunnen functioneren zonder extra hulpmiddelen.
Mentaal welbevinden: genoeg zelfvertrouwen, coping.
Zingeving: waarom doe ik hetgene wat ik doe?
Meedoen: in staat kunnen zijn om mee te doen met sociale activiteiten. (temmen, iets gaan drinken)
Kwaliteit van leven
4